*

 
dossier

Archief

In de folterholen van de ajatollah's

Eildert Mulder − 13/09/99, 00:00

De Iraanse schrijver had in alle rust in de VS economie kunnen doceren. Maar hij koos er in de jaren zeventig voor terug te keren naar zijn land. De linkse Ghafari belandde van de dictatoriale regen van de sjah in de totalitaire drup van de ajatollah's. En in hun folterholen.

,,Nee, Khatami is niet de Gorbatsjov van Iran. Wie dat zegt begrijpt niets van Iran. Gorbatsjov had alle instellingen van de Sovjet-Unie in zijn hand; het leger, de geheime dienst, noem maar op. Khatami heeft niets te zeggen over het leger, de politie, de milities. Het enige dat hij heeft is zijn aanhang. En ook die heeft hij nu bitter teleurgesteld''.

De Iraanse schrijver Reza Ghafari windt zich gaande het gesprek meer op. Hij heeft een boek geschreven over zijn hel in de jaren '80, in Iraanse foltercentra. Hij is in Nederland om een bijdrage te leveren aan de discussie over de vraag of Iran een veilig land is. De Tweede Kamer buigt zich dezer dagen over die kwestie.

Reza Ghafari is 62 jaar. Hij was de 40 ruim voorbij toen hij zijn lugubere ervaringen opdeed in de foltercentra. Veel leeftijdgenoten zouden het niet hebben overleefd. Zijn medegevangen waren gemiddeld een kwart eeuw jonger dan hij. Hij ziet er niet gebroken uit. Zijn blik is helder. Zijn lange, dunne gestalte niet gekromd.

Zijn voornemen om het vooral te hebben over anderen laat hij varen. Knopen van het overhemd gaan los om sporen te laten zien. Ja, ook hij had in dat zes jaar durende inferno soms maar één wens: sterven. Hij smeekte dan zijn folteraars om hem af te schieten.

Zijn leven dankt hij onder andere aan een beroerte, die voorkwam dat hij kon doorslaan. Aan de executiegolf in 1988, toen het bewind tienduizenden gevangenen ophing uit frustratie over de verloren oorlog tegen Irak, ontkwam hij doordat zijn blok als laatste aan de beurt was; een internationale storm weerhield het regime ervan de moordpartij te voltooien.

Ghafari had een prettig leven kunnen leiden in een Amerikaanse voorstad, kalm economie docerend aan een instelling voor hoger onderwijs, genietend van een hoog inkomen. Maar hij keerde in de jaren '70 terug naar Iran, om mee te vechten tegen de sjah, en voor democratie. Waarna hij van de dictatoriale regen van de sjah belandde in de totalitaire drup van de ajatollah's.

Zijn politieke leven was begonnen in de jaren '50, toen premier Mossadegh de Iraanse olieindustrie, tot dan in handen van Westerse maatschappijen, nationaliseerde. Dat vond het Westen ongehoord. Amerika organiseerde in 1953 een staatsgreep tegen Mossadegh, onder leiding van een kleinzoon van de voormalige president Roosevelt. Ghafari belandde korte tijd in de cel, als een zestienjarig 'veiligheidsrisico'. Na zijn vrijlating kon hij bij geen enkele Iraanse universiteit meer terecht. Er zat weinig anders op dan om, jawel, in Amerika zijn geluk te beproeven. Hetzelfde Amerika dat zijn toekomst in Iran had vernietigd, bood hem als immigrant alle kans. Het bewijst de leer van de dialectiek, zegt Ghafari.

Zijn vader, een timmerman, leende hem een startkapitaal van 500 dollar, dat hij in de VS als taxichauffeur snel terugverdiende. In Utah begon hij op een universiteit van de Mormoonse kerk een studie tot petrochemisch ingenieur. Maar het bijvak economie interesseerde hem meer. En vooral de politieke economie. Hij werd docent aan allerlei Amerikaanse instellingen. Een zorgeloos bestaan als geleerde wenkte, vrij van de gevaren van een instabiel derdewereldland.

Toch koos hij voor dat laatste, toen hij in 1973 terugkeerde naar Iran. Even dreigden moeilijkheden, want de veiligheidsdienst Savak was ter ore gekomen dat hij in Amerika in een artikel de gebeurtenissen van 1953 had geduid als een Amerikaanse staatsgreep. Hij noemde dat een leugen en de Savak liet het erbij, zodat hij aan de slag kon op de universiteit van Teheran, een broedplaats van politiek activisme. Voor een salaris dat het tiende bedroeg van wat hij in Amerika verdiende. Opnieuw moest hij als taxichauffeur bijklussen.

Hij kreeg contact met de linkse organisatie Fedajan Khalk. De Savak begon een ware klopjacht op linkse activisten. Doodseskaders schoten hen in hun huizen dood, want processen wilde het regime niet, vanwege Westers gezeur over mensenrechten.

En toen kwam de 'verlossing'. Een volksopstand verdreef in 1978 de sjah. Die opstand ging de geschiedenis in als de islamitische revolutie, maar ook linkse opposanten speelden een grote rol. De strijd tussen de ajatollah Khomeini en de andere groepen was niet meteen beslist. Zelfs toen begin jaren '80 een 'islamitische culturele revolutie' begon, kon Ghafari blijven doceren. De docenten moesten vijfmaal bidden per dag, maar dat weigerde hij: ,,Ik heb nooit gebeden, waarom nu ineens wel?''.

Hij bracht zelfs nog twee boeken uit over politieke economie. In een daarvan brak hij met de Sovjet-Unie, zonder zijn lezers een ander lichtbaken aan te reiken. En toen was het voorbij. Ergens in 1983, net voor het jaar van George Orwell, om 4 uur 's ochtends, stormde een arrestatieteam zijn huis binnen, door de deur maar ook via verbrijzelde ruiten. Vrouw en kinderen mochten het aanschouwen. De leider van het arrestatieteam verzocht Ghafari's vrouw zich met een tsjadoor te bedekken, waarna hij de ook vroeger bij de Russische KGB geliefde formule uitsprak: ,,Zuster, we moeten je man wat vragen stellen, hij is over een paar uur terug.''

Hij dacht dat hij in de Evingevangenis was, maar het bleek een ander foltercentrum, van het 'gemeenschappelijke comité'. In de tijd van de sjah hadden in dat gebouw vrienden van hem het leven verloren. Hij is ervan overtuigd dat er nog steeds ex-agenten van de sjah werkten. ,,Anders hadden ze het nooit zo goed kunnen organiseren'', buldert hij van het lachen. Onder de gevangenen waren ook mensen die al onder de sjah gefolterd waren.

Het foltercentrum was berekend op 200 mensen. Ghafari zat er met ruim 3000 medegevangenen. Voor alles moesten ze lang in de rij staan. Toiletbezoek was drie maal per etmaal toegestaan, op vaste tijden, een minuut per keer. Eens in de twee weken douchten ze vijf minuten. Lange rijen stonden er voor de folterkamers. De wachtenden hoorden kreten van slachtoffers die hen waren voorgegaan. Uitroepen van pijn, maar ook politieke slogans, zoals 'leve Lenin'. Het gebouw zat vol kinderen, meegenomen met de moeders. Er werden kinderen geboren. Bij een bevalling was er altijd wel medische assistentie, want onder de gedetineerden waren vele doktoren, die tussen hun folteringen door vrouwen hielpen. De beulen folterden ook zwangere vrouwen.

De beroerte was een godsgeschenk. Na het herstel hoopte hij op een gewone gevangenis. Maar opnieuw werd het een foltercentrum, in de Evingevangenis in Teheran, gebouwd naar Amerikaans ontwerp in de tijd van de sjah. De folteraars van het ajatollahregime hadden hun methodes overgenomen van de geheime dienst van de sjah, waarvan veel agenten waren opgeleid in de VS. ,,De methodes, fysieke folteringen en grofheid van de Savama (geheime dienst van de ajatollahs) verschilden niet van die van de Savak'', zegt hij. Wel folterden de ajatollahs veel meer mensen. Ze executeerden ook vrouwen, wat sinds 1907 niet meer was voorgekomen. En in hun folterholen zaten alle leeftijden, van twaalfjarigen tot grijsaards.

De cellen in Evin lagen langs een gang van drie meter breed en vijftig meter lang. Aan het begin waren verhoorkamers, aan het einde een ondergronds foltercentrum. Ze ketenden hem op een ijzeren bed. ,,Ze hebben me al zes maanden ondervraagd, ik weet toch niets!'', probeerde hij. ,,Hier kom je niet uit zonder te hebben gepraat'', was het antwoord. ,,Helden overleven hier niet.'' Hij zag onder het ijzeren bed een laag resten van gestold bloed en mensenhuid, een decimeter dik. Zijn bloed vermengde zich daarmee. Op dat ogenblik besloot hij te zwijgen. ,,Hun enige doel was om daar, op dat bed, nog honderd mensen te kunnen folteren, als ik zou doorslaan'', zegt hij.

Na Evin maakte Ghafari nog een derde griezelkabinet mee: de gevangenis van Gohardesj, bijgenaamd de 'imam Khomeini-universiteit'. Hij zat daar in een cel zoals de dichter Jan Campert die beschrijft, uit de Duitse bezettingstijd. Maar Ghafari deelde dat vertrekje met ruim dertig lotgenoten, samengeperst op 1,80 bij 2,50 meter.

Omstandig legt hij uit hoe die meer dan dertig gevangenen over die 4.5 vierkante meter waren verdeeld: langs de beide lange zijden zaten er tweemaal zes, ook onder het stapelbed waaruit de bodem was gesloopt, langs de korte zijden tweemaal vijf. Samen 22. En boven op het stapelbed nog eens twaalf. In midden bleef een minimale ruimte over, waar de gevangen om beurten een paar passen mochten lopen. Er was een lijn gespannen waar ze hun benen overheen konden leggen, tijdens het slapen. Om niet steeds in dezelfde houding te hoeven zitten kozen ze een leider, die elke dag opnieuw de plaatsen verdeelde.

De 'quarantaine' heette deze opsluiting. De foltering was vooral geestelijk. Van de vroege ochtend tot de late avond luisteren naar Koranrecitaties en preken van ajatollahs. Het gejammer van Khomeini, dat God het hem niet had vergund om door een mijnenveld te mogen lopen, zoals de wel begenadigde Iraanse kindsoldaten deden in de strijd met Irak.

In de zomer van 1988 gloorde er hoop. Het drong in de 'quarantaine-cel' door dat de oorlog met Irak was afgelopen. Ze hoopten op een snelle vrijlating. Ineens vernamen ze via morsetekens dat een ander blok compleet was geleegd. Later volgden er alarmerender seinen. De grote moordpartij was begonnen. ,,Ja'', geeft Ghafari toe, ,,Ik was toen erg bang.''

Mensen die de massagalgen naderden wisten aan de achterblijvers nog door te geven wat hen te wachten stond. De beulen lieten de lijken in vriescontainers gooien. Alleen al in Gohardesj lieten 1200 mensen het leven. Hoeveel er in het hele land omkwamen is onbekend. Ghafari houdt het op 15000.

Toen zijn blok aan de beurt was, was de ergste moordlust bij de mollahs bekoeld. Hij moest voor een tribunaal verschijnen, en wist al exact welke vragen hij moest beantwoorden. Dat hadden anderen doorgeseind. Er waren twee rijen, beide aangevoerd door een mollah. De ene rij ging richting galg. ,,Kop op man, maak je testament!'' riep de mollah monter. De anderen kregen slechts vijftig zweepslagen.

Ghafari toonde aan het tribunaal zijn oprecht geveinsde berouw. ,,Ik voelde me als Galilei, toen die tegen de inquisitie zei dat de zon om de aarde draait'', zegt hij. Hij vertelde dat zijn vader een dronkaard was, die hem nooit had leren bidden, vandaar. Omdat hij zo weinig had gebeden kreeg hij 50 zweepslagen.

Het bewind probeerde na de dood van Khomeini in 1989 zijn imago op te poetsen. Ook Ghafari profiteerde daarvan; ze lieten hem vrij. In 1992 vluchtte hij via Turkije naar Engeland.

Hij lacht om de vergelijking met de Russische schrijver Solzjenitsin, die de strafkampen in de Sovjet-Unie in kaart bracht. Maar hij heeft wel dezelfde verbetenheid. De glimlach van Khatami kan hem niet op andere gedachten brengen. ,,De studenten maken nu hetzelfde door als ik destijds. Die lopen nu in die akelige gang, die liggen op dat ijzeren bed. De autoriteiten zeggen dat ze 1400 mensen hebben opgepakt na de universiteitsrellen van juli. Vermenigvuldig dat rustig met tien.''

mailIcon print |