*

 
dossier

Archief

Belgrado lijdt nog geen gebrek

Nicole Lucas − 13/04/99, 00:00

De benzine is op de bon, de winkels sluiten om vier uur - niks bijzonders voor een land in oorlog. Vreemd is, dat op de markten in Belgrado van alles te koop is, tegen prijzen nauwelijks hoger dan drie weken geleden, voor de Navo-bombardementen.

Daags na het begin van 'Operation Allied Force' kondigde Belgrado de oorlogseconomie af. De prijzen van de meeste producten zijn aan banden gelegd, buitenlandse handel is beperkt en de politie treedt - zo wordt de bevolking in ieder geval voorgehouden - streng op tegen 'oorlogsprofiteurs', zoals de handelaren in dinars. Hun 'devizi, devizi', een vertrouwd geluid in de stadscentra, is volgens waarnemers, nagenoeg verstomd.

De autoriteiten lijken de geldkraan nagenoeg te hebben dichtgedraaid. Enkele jaren geleden lieten ze de drukpersen volop draaien om de oorlog in Kroatië en Bosnië te financieren. Door de hyperinflatie, erger dan die van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog, werden dinars in een mum van tijd waardeloos. Op de markten was nauwelijks iets te krijgen: geen boer bracht uien naar de stad voor geld dat als wc-papier kon dienen. Eind 1993 verdreef de D-mark de dinar als (onofficiële) nationale munt.

De regering lijkt te beseffen dat de Joegoslaven als de dood zijn voor een terugkeer van de hyperinflatie, die destijds voor enorme onvrede zorgde. Monetaire discipline is belangrijk, zei vorige week Dusan Vlatkovic, directeur van de nationale bank, deze keer blijven we streng.

Maar volgens diverse Belgrado'ers is er nog een reden waarom deze crisis zich (nog) niet in lege winkelschappen vertaalt. ,,Nog nooit heb ik zo'n nationale eenwording meegemaakt'', vertelt Dejan, een monteur, die twee jaar geleden nog op de barricades stond tegen Milosevic. Kunsthandelaar Somi meent: ,,De afgelopen jaren was de vraag altijd: hoe komen ik en mijn familie hier het beste uit. Een landgenoot benadelen, daar lag je toen niet van wakker. Nu is de vraag: hoe overleven we als volk''.

Een strikt monetair beleid, solidariteit: uiteindelijk kan dat de economie niet redden, zeker niet die van Servië en Montenegro. Met het uiteenvallen van het oude Joegoslavië vervielen allerlei contacten, en de economische boycot die de VN in mei 1992 instelde, isoleerde Belgrado nog meer. De meeste sancties werden halverwege 1996 na 'Dayton' opgeheven, maar Joegoslavië kan nagenoeg geen internationale kredieten krijgen. Mondjesmaat kwamen de afgelopen jaren buitenlandse investeringen op gang. Maar het meeste geld verdween in de zakken van Milosevic c.s. De nog half-socialistische economie werd niet hervormd.

Tekorten zullen ontstaan, dat staat vast. Niet voor niets deed het regime benzine als eerste op de bon. De bombardementen op olieraffinaderijen, vooral bedoeld om de mobiliteit van het leger te beperken, zullen ook fabrieken en boeren met een tekort aan brandstof opzadelen.

Bovendien heeft de vernietiging van vier bruggen over de Donau een van de belangrijkste vervoersaders in de regio voorlopig verlamd. Naast de Joegoslavische zullen ook de Hongaarse en Roemeense economie daar nog lang schade van ondervinden. Voor de Zastava-fabriek in Kragujevac is het afgelopen. De fabriek, die auto's en lichte wapens maakte, is door de Navo-bombardementen geheel verwoest.

Lege winkels lijken nu echter nog niet de grootste zorg van de Joegoslaven. ,,Tekorten waren er onder Tito ook altijd'', zegt Dejan, de monteur. ,,Iedereen zorgde altijd voor voorraden. De laatste jaren gaven geen reden dat niet langer te doen.''

mailIcon print |