*

 
dossier

Archief

CLOCKERS

MARK DUURSMA − 25/01/96, 00:00

Regie: Spike Lee. Met: Harvey Keitel, John Turturro, Mekhi Phifer. Te zien in: Amsterdam-Cinecenter en de Movies, Den Haag-Babylon, Groningen-Concerthuis, Utrecht-Studio en Wageningen-Molenstraat.

In 1992 publiceerde Richard Price zijn vuistdikke en veelgeprezen roman 'Clockers'. De titel verwijst naar de sukkels onder de drugsdealers, de zwarte jongens die around the clock op straat moeten rondhangen om de klanten van hun baas op elk moment van drugs te voorzien. Martin Scorsese toonde belangstelling voor verfilming, gaf bij nader inzien voorrang aan 'Casino', maar treedt nog wel op als co-producent. Het project kwam terecht bij Spike Lee, als altijd geïnteresseerd in de sociale problemen van de grote stad, die samen met Price het scenario schreef.

Lee verpakt zijn aanklacht tegen de verloedering van de zwarte jeugd in een eenvoudige whodunnit. Na de moord op een drugsdealer weigert rechercheur Rocco Klein (Harvey Keitel) te geloven dat hij met de brave borst die zichzelf aangeeft de moordenaar in handen heeft. Klein verdenkt Strike (debutant Mekhi Phifer), de jongere broer van de verdachte en bij de politie bekend als clocker. Het scenario draait om de psychologische oorlogsvoering tussen de ervaren rechercheur en de jonge crimineel: met allerlei getreiter en trucs probeert Klein om Strike tot een bekentenis te verleiden. Dankzij de aanhoudende aandacht van de politie voor zijn doen en laten wordt Strike's positie in de wijk op effectieve wijze ondermijnd.

In eerste instantie kan 'Clockers' gemakkelijk teleurstellen. Het verhaal is eenduidig en bevat de vertrouwde ingrediënten: de uitzichtloosheid van de jongeren, het fatalisme van de autoriteiten. Spike Lee, die het gevoel voor humor uit zijn debuut 'She's gotta have it' (1986) al lang geleden is kwijtgeraakt, heeft zich ontwikkeld tot een rechtlijnig en zelfgenoegzaam filmmaker. De meest opvallende eigenschap van 'Clockers' is het drammerige moralisme: onverbloemd worden de zwarte jongeren opgeroepen het heft in eigen handen te nemen, de drugs te laten liggen en een goede toekomst te zoeken.

Maar er is meer. Juist omdat de plot, en zeker de ontknoping daarvan, ronduit onbevredigend is, richt alle aandacht zich op de minder sensationele kanten van het onderwerp. 'Clockers' is niet de zoveelste zwarte-getto-film die zich, onder het mom van een waarschuwing, verlekkert aan geweld. Lee schetst de context van het geweld, niet het geweld zelf. Het gaat hem niet om sensatie, maar om de omstandigheden waaronder jongeren in slechte stadswijken opgroeien en als vanzelf afglijden naar drugs en geweld.

Met zijn anti-sensationele benadering ontstijgt 'Clockers' het eenvoudige misdaadverhaal. De confrontatie tussen rechercheur en drugsdealer enerzijds, en tussen 'goede' en 'slechte' broer anderzijds, krijgt dankzij deze psychologische aanpak de allure van een abstracte parabel over het nemen van verantwoordelijkheid, het maken van juiste keuzes. Keitel en Phifer, in werkelijkheid even ervaren en groen als hun personages, zijn sterk genoeg om de parabel geloofwaardig te maken. 'Clockers' doet niet mee aan het gehuil over de verloedering van de Amerikaanse stadsjeugd. Spike Lee kiest niet voor de gemakkelijke weg, namelijk het beschuldigen van 'de samenleving'. “Real brothers take responsibility for their actions”, zegt iemand in de film. Die boodschap maakt het moralisme niet alleen verteerbaar, het maakt 'Clockers' ook tot een belangwekkende film.

mailIcon print |