DEN HAAG - De FNV heeft het (weer) gedaan. Leek de Sociaal-economische raad (Ser) nu eindelijk af te stevenen op een unaniem advies, gooit de FNV roet in het eten.
De bewoordingen waarin de voorzitters van de werkgeversorganisaties en de andere vakcentrales het zeggen, zijn wat diplomatieker, maar het komt er toch wel op neer dat de zwarte piet bij de FNV ligt. Zo lijkt de Ser in de richting van de politiek zijn gezicht te willen redden; het spel is belangrijker dan de knikkers.
Gisteren heeft de FNV definitief besloten om afwijkende standpunten in te nemen over het gewenste kabinetsbeleid in de komende vier jaar. Het verwijt dat de vakcentrale de moeizaam bereikte overeenstemming nu overboord gooit, is nogal dubbelhartig. Want op een veel principieler punt hebben de geesten zich al eerder gescheiden: de manier waarop de gewenste lastenverlichting moet worden bereikt. De werkgevers kiezen voor bezuinigingen, vooral op de sociale zekerheid, terwijl de vakbeweging mikt op een verschuiving van de belasting op arbeid naar een belasting op milieu (ecotax).
Dit meningsverschil heeft de politieke betekenis van het Seradvies al behoorlijk verzwakt. De bedenkingen die de FNV op de valreep heeft ingebracht, maken zo bezien weinig verschil. Het 'unanieme' advies was al een grabbelton waarin de politiek naar hartelust kan graaien.
Het optreden van de FNV verdient geen schoonheidsprijs. Het zogeheten middellange termijn-advies van de Ser geldt als het belangrijkste dat de raad uitbrengt. Werkgevers, vakbeweging en onafhankelijke Kroonleden geven erin aan hoe het nieuwe kabinet het doel van minder werkloosheid en meer werkgelegenheid moet bereiken. Hoe eensgezinder het advies, hoe groter de kans dat het bij het opstellen van een nieuw regeerakkoord serieus wordt genomen. Een nieuw kabinet weet zich immers graag verzekerd van de medewerking van de 'sociale partners', bijvoorbeeld door verdere loonmatiging en het scheppen van banen.
Na maandenlange onderhandelingen beviel de Ser half februari van een concept-advies, met als belangrijkste boodschap dat een volgend kabinet 15 miljard gulden moet vrijmaken voor belastingverlaging. Daarmee wordt het verschil tussen bruto en netto loon (de wig) kleiner, wat ruimte schept voor werkgelegenheid. Volgende week vrijdag wordt het defintieve advies vastgesteld. Op de valreep begon de achterban van de FNV zich te roeren. De tekst over de koppeling tussen CAO-lonen en de uitkeringen en het minimumloon viel met name bij de grootste FNV-bond, de AbvaKabo, verkeerd: er kon uit opgemaakt worden dat de Ser zich bij voorbaat neerlegt bij het vier jaar lang bevriezen van uitkeringen en minimumloon.
Deze discussie loopt aardig parallel met het conflict waarin het CDA nu is gewikkeld: moeten we nu al vastleggen dat lonen en uitkeringen de komende kabinetsperiode niet gelijk oplopen of bekijken we dat (zoals de wet voorschrijft) van jaar tot jaar? De FNV kiest voor de laatste optie onder het motto 'wel koppelen, tenzij'. Als het lukt om het aantal werkenden te vergroten en de loonkosten binnen de perken te houden, is koppelen wel mogelijk. Zo niet, dan zijn andere maatregelen nodig om de inkomens niet te ver uiteen te laten lopen.
Onder druk van de achterban maakt de FNV ook een voorbehoud bij de aanbeveling dat de wig onder meer kan worden verkleind door “besparing op personele en materiele kosten van de overheid door prioriteitenstelling in kerntaken en efficiencyvergroting”. In gewoon Nederlands: minder ambtenaren en minder overheidsvoorzieningen. Het is overigens de vraag of alleen de AbvaKabo daar moeite mee heeft. Bij het CNV wordt gespannen afgewacht of de ambtenarenbond CFO ook die kant op gaat. Vooralsnog steunt het CNV het meerderheidsstandpunt, al is dat volgens voorzitter Westerlaken “geen kwestie van voor of tegen de FNV zijn”. Een adviesaanvraag aan de Ser over de sociale zekerheid ziet de FNV evenmin zitten. Daar is de interne verdeeldheid te groot voor.
Zoals gezegd: fraai is anders, maar de verdeeldheid in de Ser was al ruimschoots en diepgaand aanwezig, voordat de FNV-bonden zich begonnen te roeren. Hooguit komt nu meer de nadruk te liggen op wat de partijen scheidt dan wat ze bindt.
Dat partijen het - de FNV incluis - eens zijn over het verkleinen van de wig, blijft betekenisvol. In termen van winst en verlies is het maar de vraag of de balans in het nadeel van de FNV uitvalt. De vakcentrale kan zich in ieder geval blijven profileren als belangenbehartiger van de zwakkeren in de samenleving. De crisis in het CDA over de AOW bewijst hoe gevoelig kiezers daarvoor zijn. En waarom zou dat bij werknemers anders liggen?
Blijft de vraag of met het middellange-termijnadvies de overlegeconomie een dienst is bewezen. Als dat begrip (overheid en sociale partners proberen in overleg tot overeenstemming te komen over het sociaal-economisch beleid) synoniem zou moeten zijn aan eensgezindheid, is het antwoord ontkennend. Wie erkent dat werkgevers en vakbeweging verschillende belangen dienen en desondanks op hoofdlijnen tot hetzelfde uitgangspunt komen, zal minder somber zijn over de toekomst van de overlegeconomie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.