DEN HAAG - Premier Kok en de Britse premier Major hebben afgesproken dat weigerachtige EU-lidstaten, zoals de Britten, niet op alle fronten mee hoeven te doen aan de verdere Europese eenwording.
Alleen op die manier kan Nederland enige hoop houden dat in juni op de top van Amsterdam de Britten binnenboord te halen zijn. Daar moet de huidige EU-voorzitter een herziening van het Verdrag van Maastricht op tafel leggen, voor nauwere samenwerking in Europa.
Zowel Kok als Major zeiden gisteravond na een gesprek in het Haagse Catshuis dat het instrument van de 'flexibiliteit' zal moeten worden uitgewerkt. Dat betekent dat de Britten bijvoorbeeld in het buitenlands beleid een deel van hun souvereiniteit kunnen behouden.
Hoe die ingewikkelde formule wordt uitgewerkt is de vraag. Tot nu toe voelde de Nederlandse regering weinig voor deze route. Major noemde het nuttig om de komende maanden apart met Kok te blijven overleggen. Werkelijk concrete resultaten zijn in het drie uur durende gesprek niet bereikt.
Kok probeerde van Major de verzekering te krijgen dat de verkiezingen in Groot-Brittannië geen extra hindernis vormen voor het Nederlandse EU-voorzitterschap. Den Haag beseft dat de onderhandelingen over nauwere samenwerking in Europa niet gebaat zijn bij een verkiezingsstrijd waarbij Conservatieven en de Labour-oppositie tegen elkaar opbieden in het verzet tegen de Europese Unie.
Maar Kok wil dat niet hardop gezegd hebben. “Wij laten ons niet leiden door de vrees dat die verkiezingscampagne enige invloed zal hebben op onze manier van onderhandelen. Iedereen kent de problemen die Londen heeft met de Europese Unie”, formuleerde hij voorzichtig vóór het 'informele' gesprek met Major. De Britse premier zelf ontkende gisteravond dat de Europese kwestie in zijn campagne te hoog wordt opgespeeld. Major: “Ik ben niet van plan de Europese Unie te gebruiken als een kunstmatig instrument in de verkiezingsstrijd.”
Dat de Nederlandse premier zich in het openbaar op de vlakte hield over de achtergronden van het gesprek heeft alles te maken met het foutje dat de Duitse minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel vorige maand maakte. Toen Kinkel vaststelde dat over Europa beter zaken te doen zijn met de te verwachte opvolger van Major, Labour-leider Tony Blair, kreeg hij direct de kritiek dat Bonn zich hiermee inmengde in binnenlandse Britse politiek.
Door al in de eerste week van het voorzitterschap Major naar Den Haag uit te nodigen, maakt Kok duidelijk hij dat niet van plan is eerst met andere EU-landen zaken te doen en de Britse onderhandelingen uit te stellen tot na de verkiezingen. “We willen geen tijd verliezen, geen duimen draaien. Het zou een verkeerde aanpak zijn wanneer we nu alleen maar cynisch vaststelden dat met Londen geen zaken zijn te doen”, zei Kok. Hij benadrukte dat in andere landen net zo goed bezwaren leven tegen een nieuw verdrag van Maastricht. Tegelijk zei Kok te beseffen dat dergelijke zware onderhandelingen zoals met de Britten in de praktijk pas in de laatste weken of dagen van het Nederlandse voorzitterschap tot resultaat kunnen leiden. Lees: onder het bewind van een nieuwe Labour-regeringsploeg.
Britse diplomaten maakten eerder duidelijk dat Major allereerst twee voor hem gevoelige kwesties wilde oplossen. Het gaat om de werkweek van 48 uur en de vangstquota voor vis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.