Want ook de cd TIBOR DE MACHULA (Philips 462 091) uit de serie Dutch Masters, deel 18, laat het Residentie Orkest horen geleid door Van Otterloo. De opnames dateren uit 1951 en 1952: het gaat om 'Kol Nidrei' van Max Bruch, 'Schelomo' van Ernest Bloch, het concert voor cello en orkest in d van Edouard Lalo en arrangementen van twee piano-hits van Schumann: 'Abendlied' en 'Trüumerei'.
De Machula, geboren in 1912 in Hongarije, was overigens tussen 1947 en 1977 eerste solo-cellist van het Concertgebouworkest. Dat hij dus in 1951 en 1952 voor opnames aan het Residentie Orkest werd gekoppeld, is een opvallend feit dat niet verklaard wordt in de toelichtende tekst van het cd-boekje. Er ontbreken in de interessante biografische schets ook aanduidingen van geboortejaar, werkjaren in Amsterdam; zelfs is onduidelijk of De Machula nog leeft. Wel is er een verwijzing naar Internet waar in een elektronische 'fotogallery' de resultaten van De Machula's foto-hobby kunnen worden bekeken.
'Zoals jij in je cello klom, daarmee samen smolt en met zoveel intensiteit, tederheid en liefde de snaren in trilling bracht, was uniek.' Deze uitspraak van violist Theo Olof (met die van Furtwüngler en Haitink) wordt volledig bevestigd door De Machula's spel. Het merkwaardig opgebouwde, emotionele maar ook lichtvoetige (tweede deel) concert van Lalo biedt het hele artistieke en technische spectrum waar De Machula zich internationaal mee beroemd maakte. Je zou wensen dat er meer van zijn spel (Schumann-concert bijvoorbeeld) werd geopenbaard.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.