Van onze onderwijsredactie AMSTERDAM - Bijna één op de vijf Nederlanders behoort tot de categorie 'hoger opgeleiden'. Ze hebben een diploma in het hoger beroepsonderwijs of aan de universiteit. Begin jaren tachtig had nog maar één op de tien Nederlanders hoger onderwijs gevolgd.
De verdubbeling van het percentage hoger opgeleiden wordt opgemerkt in het gisteren verschenen Kwartaalschrift Onderwijsstatistieken 1995-II van het Centraal bureau voor de statistiek. Het bureau houdt elk jaar een grote enquête waarin onder meer naar het onderwijsniveau wordt gevraagd. De stijging van het opleidingsniveau is dan ook al eerder gesignaleerd. Uit de gisteren verschenen cijfers blijkt dat de stijging nog steeds doorgaat. Zo is het percentage lager opgeleiden, met op zijn hoogst een Mavo- of VBO-diploma, vorig jaar met één procent afgenomen tot 43 procent. Het percentage met een MBO-diploma steeg van 32 tot 33 procent. Het aandeel hoger opgeleiden is vorig jaar niet veranderd.
Dat het opleidingsniveau van de bevolking als geheel stijgt komt door het langer schoolgaan van jongeren. Er zijn dan ook enorme verschillen in scholing tussen ouderen en jongeren. Zo heeft de helft van de 55- tot 64-jarigen een lagere opleiding op VBO- of Mavo-niveau. Onder de 25- tot 34-jarigen is een derde laag opgeleid.
Veertien procent van de ouderen heeft een hoger onderwijs diploma, tegen 24 procent van de jongeren. Bij de ouderen zijn er onder de hoger opgeleiden twee maal zoveel mannen als vrouwen. Jonge vrouwen zijn daarentegen in gelijke mate als mannen hoger opgeleid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.