LEEUWARDEN - Ruim een eeuw geleden klaagden boeren tussen Leeuwarden en Sneek steen en been over de komst van het vuurspuwende paard van ijzer dat hun koeien de kop op hol bracht. Nu raken de bewoners langs het lijntje niet uitgekeken op de futuristische dieseltrein die door hun weilanden spoort en Talent heet.
Sinds de blinkendwitte trein met z'n spitse snuit deze week in dit deel van Friesland op de baan verscheen, heeft ie veel bekijks. Spoorliefhebbers laten zich er graag in heen en weer rijden, oudere dames steken zich in de nette kleren voor een dagje met de trein naar de Hoofdstad en scholieren zien de dagelijkse sleur even doorbroken door de sensatie van de Talent.
Voor het publiek is het een leuke ervaring, die wel wat langer zou mogen duren dan drie maanden.
Maar de verschijning van de lichtgewicht trein (light rail) is voorlopig niet meer dan een proef. Niet zo zeer voor de Nederlandse Spoorwegen als wel voor de fabrikant Talbot, een Duitse huisleverancier van NS.
De firma uit Aken wil de lichte dieseltrein, waar de Deutsche Bahn al definitief voor gevallen is (gezien de bestelling van 120 exemplaren), uittesten en promoten in een bestaande dienstregeling.
NS werkt graag mee aan het verzoek van Talbot om de Talent op proef te laten rijden. In Nederland zijn alleen de noordelijke lijnen en de verbinding tussen Arnhem en Winterswijk geschikt voor zo'n experiment met deze lichte dieseltrein.
Uiteindelijk heeft NS gekozen voor het traject Leeuwarden-Sneek, waar buiten de spits maar een beperkt aantal reizigers van de trein gebruik maakt.
De Talent heeft in z'n simpelste vorm (tweestellig) 80 zitplaatsen, ongeveer even veel als de Wadloper, die normaal op dit traject rijdt. Op dezelfde lijn, maar dan helemaal tot Stavoren, wordt ook al geëxperimenteerd met de Buffel, de nieuwste dieseltrein van NS.
Het komt NS wel goed uit dat Talbot z'n paradepaardje hier wil uitproberen. Bij het spoorbedrijf is een discussie in gang gezet over de invoering van light rail - lichter materiaal, dat goedkoper in aanschaf, gebruik en onderhoud is -, maar waar dat op uitdraait is nog lang niet duidelijk. Met de proef in Friesland kunnen voor- en nadelen in alle rust onder de loep genomen worden, zonder verplichtingen.
De reacties van het publiek en het personeel worden genoteerd, het dieselverbruik wordt gemeten en de kwaliteit van de trein in het Hollandse winterweer worden uitgetest. Mochten de spoorwegen tot de aankoop van licht materiaal overgaan, dan hoeven zij niet uitsluitend uit een catalogus te kiezen.
Of het deze Talent wordt of een van andere aanbiedingen op de markt (naar schatting nog een stuk of tien types), is nog absoluut niet uitgemaakt. In Duitsland doet het product van Talbot het goed, vooral in de voormalige DDR, waar een groot aantal lijnen aan de rand van de afgrond balanceren. Light rail lijkt goedkoper, vergt ook een minder zware spoorbaan en bovenbouw en heeft minder slijtage.
Maar voorlopig is er in Nederland nog geen sprake van nieuwe lijnen. De Wadlopers, die in het noorden vooral de dienstregeling op onrendabele verbindingen verzorgen, ondergaan op dit moment een behoorlijke facelift en kunnen - verzekert regiomanager Van Leer - nog zeker vijftien jaar mee.
Een lichte trein als de Talent (die zowel twee- als drie- en vierstellig leverbaar is) biedt misschien meer perspectief voor stadsgewestelijk vervoer. Het is een snelle starter, kan dus goed uit de voeten op een lijn met relatief veel halteplaatsen en is in de exploitatie veel voordeliger dan het gebruikelijke materieel. Hij haalt ook een hoge snelheid (140 km waar de Wadloper 100 rijdt), kan dus vaker stoppen of een snellere reistijd maken. Hij wordt uitgevoerd met diesel-, gas en elektrische aandrijving.
Bovendien kan de Talent, die door de een 'railbus' en door de ander een 'vertramde trein' wordt genoemd, volgens informatie van de bouwer door één medewerker worden bediend. Dat geeft overigens tussen Sneek en Leeuwarden meteen al een probleem: op het enkelspoor wachten de treinen bij Mantgum op elkaar en moet de conducteur het perron op om met de hand een sein 'om' te sleutelen. In de trein die nu op proef rijdt, is dat voor de bestuurder niet te doen.
De Talent is niet alleen van buiten fraai gevormd, ook van binnen oogt de trein aantrekkelijk. De ramen zijn groot en dat levert zeker op een zonnige winterdag een prachtige blik op het Friese weideland op. De bestuurder zit achter een glazen wand, wat een sfeer van gemoedelijkheid oproept en de reizigers bovendien een verrassende blik door de voorruit verschaft. De instaphoogte en de vloer van de trein is gelijk aan de hoogte van de perrons en de deuropeningen zijn veel ruimer dan in een gebruikelijke trein - wat overigens ook een hoop kouwe lucht met zich meebrengt.
De trein is een stuk breder dan een tram, oogt moderner en bevat geen bankjes maar stoelen. Een eis van deze tijd, zegt regiomanager Van Leer. “Kwestie van privacy.”
Net als in vliegtuigen lopen de stoelen over een rail en kunnen met een simpele handomdraai in elkaar worden geschoven. Daarmee kan de trein worden aangepast aan de vervoerseisen, in het woon-werkverkeer (meer staanplaatsen) of vrijetijdsverkeer (fietsen), in de spits of in de daluren.
“Er is alleen één probleem”, zegt een bejaarde reiziger. Hij mist een WC. Medewerkers van NS houden hem voor dat hij die in een tram of bus ook niet tegenkomt. Maar als het moet, kan er ook een Talent met toilet worden geleverd. Kwestie van geld, verlies aan stoelen en van milieueisen.
De proef met de Talent duurt tot half april; de trein rijdt alleen overdag tussen 10 en 3 uur.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.