*

 
dossier

Archief

PvdA discussie- club geworden

Door: redactie − 21/02/95, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De door de voorzitters Rottenberg en Vreeman doorgedrukte partijhervorming heeft de PvdA verandert in een vrijblijvende discussieclub. Er is genoeg ruimte voor partijleden om mee te draaien in 'denktanks' en 'actiecentra', maar per saldo zijn hen de instrumenten uit handen geslagen om werkelijk invloed uit oefenen op de PvdA-besluitvorming.

De kritiek is niet mals op de PvdA-nieuwe stijl. De sombere analyse van die strekking wordt deze week gemaakt door het ex-partijbestuurslid Bart Tromp, in het PvdA-blad Socialisme en Democratie.

Tromp probeert het vuur onder de discussie over de partijorganisatie op te stoken, enkele weken voordat op het PvdA-congres van 4 maart het nieuwe partijbestuur moet worden gekozen, inclusief de zittende voorzitters/vernieuwers Rottenberg en Vreeman.

Wat heeft twee en half jaar dadendrang van die twee volgens Tromp opgeleverd? De man die vanouds bekend staat als 'kritisch PvdA-lid' en momenteel nog actief is in het wetenschappelijk bureau de Wiardi Beckmanstichting, laat weinig heel van de nieuwe frisse partijstijl.

Hij schrijft: “De 'partijvernieuwing' onder voorzitterschap van Rottenberg en Vreeman is tot nu toe neergekomen op een gedeeltelijk ongewilde, gedeeltelijk bewuste keuze voor een oligarchische partijstructuur, een structuur waar de dienst wordt uitgemaakt door een handvol beroepspolitici en de hofhouding ('netwerk') die zij om zich heen aantrekken.”

De stijl van Rottenberg waarin minder aandacht wordt geschonken aan de ouderwetse partijorganisatie en meer aan creativiteit en discussie in informele netwerken is doorgeslagen in een uitholling van de PvdA-democratie, kan worden opgemaakt uit het artikel in Socialisme en Democratie. “Een dergelijke informalisering maakt democratische controle en besluitvorming onmogelijk”, meent Bart Tromp.

Hij gaat ver in zijn aanval. De huidige partijvoorzitters zouden uit zijn op een partijstructuur die doet denken aan “een 19e eeuwse, semi-militaire organisatie, waarin de namens-de-PvdA-gekozenen in opdracht van de partijleiding van alles en nog wat moeten doen.”

Nog een weinig vleiende vergelijking maakt Tromp als hij de huidige PvdA-organisatie op één lijn stelt met het Greenpeace-model. “Leden worden donateurs, een klein gezelschap van professionals - dat zijn de lui die niks anders doen maar daarom nog niet degenen die het beter weten - bepaalt wat er gaan gebeuren en wie eraan mee mogen doen.” Een organisatie ook, die volgens Tromp niet veel meer doet dan het twee keer per jaar op een boeiende wijze bezighouden van jonge moderne mensen, als contraprestatie voor hun contributieafdracht.

Tromp verwijt de twee leiders van de partijvernieuwing dat ze zich aan de vooravond van hun herverkiezing weinig moeite getroosten om de congresleden uit te leggen wat er allemaal door het ambiteuze veranderingsproces is verbeterd.

Toch gaat Rottenberg in éé van de congresstukken wel degelijk in op de voor- en nadelen van het ingrijpende proces waaraan hij in 1992 begon. Rottenberg concludeert in zijn notitie 'Ideeën, Personen en Praktijken', die aan alle leden is gezonden, onder meer dat eerdere pogingen tot partijvernieuwing weinig doeltreffend waren. Wat leverden roemruchte veranderingsrapporten uit de jaren '80, als Schuivende panelen, Politiek à la Carte en Bewogen Beweging, nu concreet op voor de verouderde politieke praktijk van de PvdA?, houdt de partijvoorzitter de leden voor.

Rottenberg telt de zegeningen van de nieuwe lijn: “We hebben de politieke aandacht verschoven van een interne gerichtheid naar een externe en maatschappelijke oriëntatie. Op veel plaatsen zijn de veranderingen opmerkelijk. Gemeenteraadsfracties en afdelingen functioneren in veel plaatsen op een andere wijze dan drie jaar geleden: in een andere samenstelling, met een ander programma en met andere politieke prioriteiten.” Zo schetst de voorzitter nog meer voordelen van de nieuwe open stijl waarin veel discussie mogelijk is.

Maar Tromp blijft somber en sceptisch. Hij schrijft slechts één troost te hebben. Dat is dat er van veel actiecentra, hearings, denktanks en briefings meestal na een paar maanden niets meer wordt vernomen. “Waarna met veel poeha weer een nieuw initiatief wordt aangekondigd.”

mailIcon print |