*

 
dossier

Archief

Onderwijs zwijgt over vrijwilligheid schoolgeld

MARJAN AGERBEEK − 23/05/95, 00:00

AMSTERDAM - Eenderde van de ouders met een kind op de basisschool denkt dat de ouderbijdrage voor bijzondere schoolactiviteiten verplicht is. In het voortgezet onderwijs is dat de helft. Driekwart van de scholen laat de ouders dat opzettelijk geloven, door hen niet of onvoldoende over het vrijwillige karakter ervan te informeren.

Scholen heffen ouderbijdragen om excursies, feestjes, overblijven, inventaris of extra personeel te kunnen betalen. Dat is wettelijk toegestaan, zolang ouders maar niet tot betaling worden verplicht. Maar daar bestaat veel onduidelijkheid over. Ouders uit de hogere sociale klassen blijken veel beter geïnformeerd over het vrijwillige karakter dan ouders uit lagere sociale klassen.

Minder dan een kwart van de scholen informeert de ouders schriftelijk over het niet-verplichte karakter. De meeste scholen doen het tegenovergestelde: met allerlei creatieve taaluitingen suggereren zij dat er niet onder de ouderbijdrage valt uit te komen. Dat blijkt uit onderzoeken van het bureau Nipo en van de onderwijsinspectie, die in opdracht van het ministerie van onderwijs werden verricht. Ook het adviesbureau Regioplan deed onderzoek naar de ouderbijdragen. Deze rapporten zijn gisteren vrijgegeven door het ministerie nadat Trouw een beroep deed op de Wet openbaarheid van bestuur.

Uit het inspectieonderzoek blijkt dat basisscholen gemiddeld een bijdrage van 140 gulden per jaar vragen voor het eerste kind en 110 gulden voor elk volgende. Maar er zijn grote verschillen. Zo vragen algemeen bijzondere scholen, Vrije Scholen, Dalton-, Jenaplan-, Montessori- en Freinetscholen een bijdrage die vier maal zo hoog is als het landelijk gemiddelde. Er zijn uitschieters gevonden van drie-, vijf- en zevenduizend gulden. Katholieke en protestants christelijke scholen vragen gemiddeld minder schoolgeld dan openbare, respectievelijk 105, 100 en 130 gulden.

Volgens het rapport van Regioplan geldt ook in het voortgezet onderwijs dat algemeen bijzondere scholen en scholen met een bijzonder onderwijsconcept veel duurder zijn dan anderen. Zo zijn ouders met een minimuminkomen en twee kinderen daar jaarlijks maximaal 1277 gulden kwijt. Voor ouders met een inkomen van twee keer modaal is dat 2629 gulden. Op andere schooltypen variëren die maximum bedragen van 835 tot 854 gulden.

Staatssecretaris Netelenbos heeft de onderzoeken laten doen omdat zij ongerust is over de ontwikkeling van rijke en arme scholen. Doordat scholen zelf de hoogte van het schoolgeld mogen bepalen kunnen er dure en dus goed geoutilleerde scholen ontstaan waarop vooral kansrijke kinderen van rijke ouders zitten. De goedkope scholen blijven over voor kansarmere kinderen uit sociaal zwakkere milieus. In een brief aan de Kamer kondigt zij aan afspraken te willen maken met de onderwijsorganisaties over de hoogte van de bijdragen.

mailIcon print |