De foto op de voorpagina van Trouw van 6 mei 1998 illustreert de merkwaardige, wellicht overbodige verkiezingscampagne. D66-aanvoerster Borst arm in arm met mevrouw Kok: de gaande en komende premier, die de bonus al binnen heeft. Bolkestein ziet op de achtergrond tevreden toe.
De eerste verkiezingsstrijd ging nergens over. Wie onlangs de nummers twee broederlijk en zusterlijk bijeen zag in het altijd gastvrije Nieuwspoort, wist op voorhand dat de golven niet zo hoog zouden gaan. De paarse spanwijdte in het politieke spectrum is zo groot, dat D66 nauwelijks meetelt, en het CDA slechts met moeite inbreekt. Op de linker flank van de nooit gedachte paarse marktploeg viel wel eer te behalen. Paars stond immers model voor een neoliberale club, met zwakke sociale trekken. Dat dubieuze stempel bood Groen Links en SP de gelegenheid om proteststemmers te binden en modegevoelige intellectuelen naar het eigen kamp te halen. Het CDA moest het hebben van het 'eigen verhaal' en van immateriële accenten. Dat blijft een pittige maar ondankbare opgave, zolang de paarse maar verdeelde makkers behoefte houden aan een gemeenschappelijke vijand.
De tijdgeest speelt ongetwijfeld een rol voor zwevende kiezers en zappende kijkers. Die dubbele maar gedeelde alliteratie ontleen ik aan de titel van een interessante studie van Dr Jan Simons over de zin en onzin van politieke TV-spots. Volgens de Amsterdamse onderzoeker verplichte nummers, die hooguit bijdragen aan de naamsbekendheid. De naam telt, de boodschap niet, zo luidt tegenwoordig het parool. De vraag is echter of de samenleving minder geïnteresseerd is in de inhoud van de politiek. Recente onderzoeken leren juist dat de inhoud voor de meeste kiezers wel de moeite waard is. Dus moet het gebrek aan durf aan de kaak worden gesteld, de inhoudsloze campagne ook. De (paarse) politici hadden kennelijk niet de behoefte om de keuzevragen voor de nieuwe eeuw aan de bevolking voor te leggen. Want Schiphol moet toch blijven groeien, en het milieu moet het toch afleggen tegen de (24 uurs)-economie. De schaalvergroting gaat toch door, en de euro ook. De wereld wordt kleiner, de afstand tussen mensen en machthebbers groter.
De aandacht wordt ook afgeleid van de kernvraagstukken door incidenten rond personen tot kernthema te maken. De halve benoeming van Duisenberg, de zoveelste uitglijder van Sorgdrager, de historische vergissing van een jonge campagneleider . Welke burger heeft nog het lef om affiches voor de ramen te hangen? Welke politicus laat nog het achterste van de tong zien? En welke krant durft openlijk partij te kiezen tegen de technocratie en de verambtelijking van de politiek? De VVD bedacht persconferenties: gemak dient de media. De CDA'ers hielden overigens stug vol met canvassen, op markten en bij instellingen. Het eigen volk liet zich intussen gewillig toespreken. De ene prater is de andere niet, zo weten ook Paul de Leeuw en Andries Knevel. De matadoren van de televisie hadden weinig moeite om politici voor de camera of achter de microfoon te krijgen. Een journalistiek raadgever verzekerde mij ooit: het kan niet schelen hoe je de krant haalt, als je er maar in komt. Wanneer dat de maat van alles is, dan valt er weinig te klagen. De meeste kranten hebben veel aandacht aan de verkiezingen geschonken. Trouw wist zelfs elke dag een hele pagina te vullen. Ik maak me sterk dat Q-mail - de minst inhoudelijke rubriek - het meest gelezen is. De tijden zijn veranderd, de campagnes ook.
Let wel: ik heb geen kritiek op de media, de boodschappers van (vrijwel) alle nieuws. Van de politieke partijen moet het komen, en van de mensen, die de politiek (weer) waar moeten maken. Het wordt de hoogste tijd dat er echt wat te kiezen is, niet alleen na een sterke en scherpe campagne, maar ook en vooral op grond van visie en vertrouwen. Daden tellen, woorden minder. De kiezer moet weten waar hij of zij aan toe is. Ik blijf de campagnes volgen, passief als er weinig te kiezen is, actief wanneer elke stem telt. Tot dan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.