*

 
dossier

Archief

Van Moorsel wil zich met haar nieuwe wielerploeg terugvechten naar de top

JOHAN WOLDENDORP − 31/01/97, 00:00

AKERSLOOT - De vraag over haar gewicht vindt ze een impertinente. Toen ze, geestelijk moegestreden, in een diep wak dreigde te verdrinken en vol zelfbeklag maar weer een uur op de roller ging zitten of een bakje sla zonder dressing naar binnen werkte, ging ze zeker veertig keer per dag op de weegschaal staan om te kijken of ze niet een paar grammetjes was afgeslankt. Nu zit ze lekker in haar vel en heeft ze dat ding een 'rotschop' gegeven.

Leontien van Moorsel (26) blaakt van strijdlust en ambitie. Trots staat ze op het toneel aan het hoofd van een tienkoppige wielerploeg. Dit seizoen wil ze terugvechten op het nationale vlak, volgend jaar hoopt ze in Valkenburg het WK te rijden, en als alles goed blijft gaan, rekt ze haar wielercarrière tot de Olympische Spelen van Sydney. Niet als een schichtig anorexia-krieltje, maar als de gezellige, zelfbewuste, lekker in haar vel en goed in het 'vlees' zittende Tinus van weleer. “Ze komt nooit meer op haar oude niveau,” zegt nationaal vrouwencoach en haar ex-'goeroe' Piet Hoekstra. “Dat hoeft ook niet,” reageert Van Moorsel. De fantastische erelijst, met vier wereldtitels (waarvan twee op de weg), evenzovele nationale kampioenstruien als wegrenster en twee Tourzeges, zal niet veel langer worden. Ze heeft er een veel te hoge prijs voor moeten betalen.

Van Moorsel sukkelde jaren geleden wat achterin het peloton, toen Hoekstra een opmerking maakte over grote borsten en dikke konten die een topsportcarrière in de weg zouden staan. Ze trok het zich aan en onderwierp zichzelf aan een ongekend strak voedingsregiem; zo streng dat ze van Hoekstra niet lichter dan vijftig kilo mocht worden. Toen was het kwaad al geschied, toen was ze reeds verslaafd en zo in zichzelf gekeerd dat er van een fatsoenlijk sociaal leven geen sprake meer was. Zelfs niet in het ouderlijk huis te Boekel. Terugkijken doet ze liever niet, omzien in wrok nog minder. “Ik heb van Piet Hoekstra een heel hoop dingen geleerd. Er werd alleen te weinig aandacht aan voeding besteed. Daardoor ben ik naar de klote gegaan. Hoe ik het zover heb kunnen laten komen? Als je tegen een meid zegt dat ze een dikke reet heeft, gaat ze zich helemaal uithongeren. Het probleem was dat ik dat nogal eenzijdig deed, door alleen maar een bakje sla te eten. En ik trainde me wezenloos. Ik dacht er altijd goed aan te doen een uurtje door te fietsen, in de hoop dat er dan weer een kilo af zou zijn.”

Hoekstra betitelt het als onzin dat er in haar gloriejaren (1990-1993) geen aandacht aan voeding werd geschonken. Daar wil de bondscoach het bij laten. We moeten allang blij zijn dat het vrouwenwielrennen weer positief in de publiciteit staat. Contact met Van Moorsel heeft hij trouwens niet meer. “Haar leven gaat door, het mijne ook.”

Ondertussen staat Van Moorsel te stralen. Ze wordt van alle kanten gefeliciteerd met de overwinning op zichzelf. De ruiker die ze daarvoor in ontvangst mag nemen, vindt ze aansprekender dan alle zegebloemen bij elkaar. “Ik voel me goed, dat is het belangrijkste. Ik heb deze winter ongelooflijk afgezien. Ik had nog nooit krachttraining gedaan. Mijn pijngrens lag al hoog, maar die ligt nu nóg hoger. Ik heb sterretjes gezien, ik heb zitten kotsen, maar het dwangmatige is er af. Als ik mijn werk heb gedaan, voel ik me blij. Dan volgt er een ander leuk leven. Vroeger was ik sportverdwaasd. Toen het slecht ging, propte ik me vol, en daar werd ik weer onzeker van. Ik durfde me nergens te vertonen omdat ik bang was dat de mensen mij dik zouden vinden. Maar nu, nu ik zestien procent vet heb verloren en veel meer spiermassa heb gekweekt, mogen ze me in een zaal van duizend man zetten. Dat kan me niets schelen.”

Van Moorsel won vorig jaar welgeteld één wedstrijdje: een dernykoers in haar vroegere woonplaats. Vijftien criteriums reed ze, twaalf keer eindigde ze bij de eerste tien. Wanneer ze, startend op het nulpunt, dit seizoen ergens zegeviert, zal ze de gelukkigste vrouw ter wereld zijn. “Maar ik hoef niet meer zo nodig te winnen. Wanneer ik op het NK met een ploeggenote voorop lig, zal ik zeggen: Ga jij naar voren. Dan geef ik de winst aan iemand die later wellicht het roer van mij kan overnemen. Ik denk dat ik daarmee enorm veel respect afdwing.”

mailIcon print |