De auteur is emeritus predikant.
Je zou ook heel goed een geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog kunnen schrijven die niet verder ging dan het twaalfjarig bestand. Je kunt er geen schrijven te beginnen met dat bestand, en dan doen alsof de tijd daarvoor eigenlijk niet van belang is. Zelfs de geschiedenis van Karel Deurloo vanaf zijn vijftigste, met veronachtzaming van alles wat daarvoor gebeurde, is onzinnig.
Het is een beetje verdrietig dat je zo'n stelling over Nieuw en Oud Testament nog steeds weer moet herhalen. Dwars tegen de nog hardnekkig voortdurende praktijk van bijbelgenootschappen in om Nieuwe Testamenten te verspreiden alsof dat de Bijbel is, of nog erger: dwars tegen de praktijk van sommige kerken in om het Oude Testament nauwelijks ter sprake te brengen en ook op zondagen alleen epistel en evangelie te lezen.
Alleen: als we dan allemaal in de handen hebben geklapt na die uitspraak van Deurloo beginnen de moeilijkheden pas. Joden zeggen dan, dat dat Nieuwe Testament een illegitieme uitleg van het Oude is. Voor de legitieme uitleg moeten we bij de rabbijnen zijn. Zij zijn de bevoegde mensen om ons te vertellen wat er staat. De boeken van het Oude Testament zijn immers joodse boeken, en wij heidenen kunnen daarmee niet zomaar aan de haal gaan alsof ze ons eigendom zijn.
Nu hebben wij, heidenen, christelijke kerk, dat naar mijn mening ook niet gedaan. Niemand in Europa zou op de gedachte gekomen zijn, enige aandacht aan het Oude Testament te schenken, het te vertalen in meer dan duizend talen, hoogleraren te benoemen op leerstoelen Oude Testament in Amsterdam of waar ook, als er geen joden waren geweest die er ons met de neus op hadden gedrukt. Dat waren Petrus en Paulus, Jacobus en Johannes, Marcus en Mattheus en nog een paar. De traditie wil, dat er ook vrouwen bij waren. Maria Magdalena wordt in Frankrijk met name genoemd.
De vraag lijkt mij niet, of wij heidenen ons door joden willen laten leren omtrent de thora en de profeten, maar wélke joden onze leermeesters zijn. En dat waren dan niet de allerberoemdste rabbijnen, maar de evangelisten en apostelen. Déze joden hebben Jezus van Nazareth gezien en gepredikt als de vervulling van Wet en profeten. Ze schroomden dan ook niet om bij herhaling te zeggen: 'opdat vervuld zou worden hetgeen bij de profeten geschreven staat.' De kwestie is dus niet of wij in het Oude Testament Jezus 'inlezen', maar of we accepteren wat de apostelen en evangeliën ons aanwijzen. Het lijkt me toe, dat je je in heel vreemde bochten moet wringen, om bij het verhaal van de doop van die zwarte kamerling door Philippus het geciteerde hoofdstuk uit Jesaja níét met Jezus in verband te brengen. En om het binnenrijden van Jeruzalem op een ezel niet te willen zien als vervulling van oudtestamentische profetie.
Te speuren naar alles wat in de Schriften op hem betrekking heeft en zo dat Oude Testament te lezen met het oog op Jezus, lijkt mij ondanks alle Judaïca, alle rabbijnen en alle Israël-theologie nog steeds voor de hand te liggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.