Als ik het donderdagse Parool doorblader en in de buurt van de sportpagina's aankom, valt mijn oog op een opmerkelijke foto en een buitengewoon summiere tekst.
Vijftig procent van de advertentiepagina wordt in beslag genomen door een foto van een evenement dat de vorige avond als een trage slapstick over de televisie is gerold. Allemaal mannen proberen een voetbaldoel te erecteren. Een handige zakenman (ooit rijmde Lennart Nijgh: 'Want daar wordt-ie alleen maar slechter van') zette er een tekst bij die even onbegrijpelijk als spannend is: 'Wat u zoekt heeft scoot al gevonden'. Plus een telefoonnummer en een paars rondje met twee ogen daarin. Spannender kan het bijna niet. Je mag zeggen dat de reclamemaker van scoot zijn best heeft gedaan en snel op de actualiteit is ingesprongen.
Voor het gemak vergeet ik nu maar even dat ik graag wil weten wat of wie scoot is (ik hoor u zeggen: draai dat telefoonnummer dan, maar dát dus niet) en ga over naar die woensdagavond in Madrid. De Champions League staat voor een machtige halve finalewedstrijd; koningen, der Kaiser en heel veel admiraals zijn binnen de poorten. Alle hoge jongens van alle communicatie- en marketingbureaus schurken zich met hun tevreden klanten aan de rijkelijk belegde toastjes, de prikkelende Freixanet en de gedachte dat er ook deze dag weer veel verdiend is op de beurs.
Om bijna kwart voor negen zit iedereen en blijkt één der doelen te zijn overleden. Triest ligt de rechthoek in het gras, het net slap in de rug. De eerste hulpverleners zijn de brave terreinknechten van de Koninklijke. Mannen met gelooide gezichten, sigaretten in de mond en gekleed in mooie, blauwe stofjassen. Vooral die jassen doen het bij mij; ik hou ook van winkels waar het personeel nog in stofjassen loopt. Je hebt dan het gevoel dat er vakmensen bezig zijn. De mannen in het blauw bedenken snel een oplossing: er moet een stuk hout de grond in en de lege doelpalen moeten over het uitstekende hout worden geschoven. Simpel, maar niet helemaal uitvoerbaar.
Terwijl het Nederlandse televisiepubliek meegenomen wordt naar een bijster aantrekkelijke wedstrijd in Turijn, blijf ik naar het beeld uit Madrid kijken. Later begrijp ik dat men in Duitsland niet wegschakelt en dus niet voor 'sport' kiest, maar men rustig het enorme geklungel van, op zijn minst, 371 mensen in Madrid blijft bekijken. Het wordt namelijk een slapstick als steeds meer druk gesticulerende mannen en steeds hogeren in rang zich met dit probleem gaan bemoeien. Je ziet een paar producten van die altijd zo soepel geoliede organisatie van de Champions League zelf in de weer. Ze wijzen, grijpen naar hun GSM-metje, geven opdrachten aan de blauwjassen die daar weer het hoofd om schudden en na twintig minuten is de chaos prachtig. Aan de ene kant probeert men het net los te maken, anderen sjorren nog steeds aan de paal en er komen steeds meer mensen toelopen om hun expertise in de strijd te gooien. Het mooist zijn de mannen in de strakke pakken. Zij wijzen, bukken zich soms even, trekken dan even aan het net en geven een bevel. Thuis kunnen ze nog niet eens de strijkplank uitklappen, maar hier zijn ze de baas...
Dan zijn er anderen, toekijkers vooral, die alleen maar armbewegingen maken en die verder niets doen. Ook een bijzonder slag, mag je zeggen. Als na drie kwartier onhandig gedoe eindelijk iemand de beslissing neemt dat het hele doel het veld af moet, klinkt gejuich uit de rangen van zich toch redelijk vervelende toeschouwers. Dat zeventien mannen het doel niet direct door een poort van het stadion krijgen, is logisch. Deze beelden blijven zichtbaar.
Het is de mooiste Champions League-avond die ik ooit heb meegemaakt. Het is het totale falen van de mens, fabelachtig scherp in beeld gebracht. In 75 minuten wordt de klus geklaard. Ene doel weg, andere doel op de goede plaats. Formidabel gedaan. En het doel aan de andere kant is drie centimeter te laag...
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.