Van een onzer verslaggevers WIJK AAN ZEE - Elk schaaktoernooi heeft van die speeldagen die snel uit de herinnering verdwijnen. De derde ronde in Wijk aan Zee was zo'n dag. Alle Nederlanders schreven een halfje bij. Jeroen Piket was reeds na 23 zetten klaar en ook Loek van Wely wachtte de eerste tijdcontrole niet af. Jan Timman moest harder werken. Hij had een marathonzitting nodig om uit de greep van Valeri Salov te ontsnappen.
Hoe vlot de remises ook op het scorebord verschenen, een saaie ronde was het allerminst. Dat was vooral te danken aan het vuurwerk dat Ivan Sokolov en Loek van Wely leverden. Het tweetal bracht een voorspelbare opening op het bord. Al jaren is het doorgaans scherpe Konings-Indisch het strijdterrein en ook gisteren vlogen de Tilburger en de Bosniër elkaar vanaf het prille begin in de haren. Sokolov liet een randpion instaan, in de wetenschap dat Van Wely zich dergelijke offers graag laat bewijzen. Na een daaropvolgend paardoffer zag het er optisch dreigend uit voor de zwartspeler. Van Wely, die van de drie Nederlandse deelnemers over de hoogste rating beschikt, leek zich in allerlei bochten te moeten wringen, toen Sokolov zijn eenzame koning op de korrel begon te nemen. De toeschouwers verkneukelden zich meer en meer toen ook het gebrek aan tijd een belangrijke factor begon te worden. De laatste minuten waren bijna verstreken, toen beide speler nog twintig zetten moesten doen. De teleurstelling was groot na de plotseling tijding dat de spelers vrede hadden gesloten.
“Wat een lafaards”, sprak grootmeester Hans Ree ironisch. “Die schakers moeten het toernooi uit. Als Luis Rentero dit zou zien!” De toernooibaas van het illustere toernooi in Linares - die een boetesysteem pleegt te hanteren voor luie schakers - zou inderdaad bijkans ontploft zijn bij zo'n gebrek aan vechtlust. Ree wist echter beter en Van Wely kon na afloop uitleggen dat de manoeuvres van Sokolov lang niet zo gevaarlijk waren als ze eruitzagen; “Het paardoffer op f5 was niet meer dan een combinatie om de remise veilig te stellen.”
Jeroen Piket handhaafde zijn koppositie via een gelijkspel tegen Miguel Illescas. Daar was hij eigenlijk niet tevreden mee. Naarmate de confrontatie vorderde, kreeg Piket stilaan het idee dat de maximumscore (drie uit drie) bereikbaar was. Illescas begon weinig ambitieus en kwam in moeilijkheden, toen Piket met zijn f-pion aan de wandel ging. De Spanjaard bevrijdde zich echter vindingrijk, door op de achttiende zet de enige correcte tegenactie (La6) te vinden.
Moeilijker was de klus die Jan Timman moest klaren. De Amsterdammer werkt in Wijk aan Zee voor een bescheiden uurtarief. Zaterdag investeerde hij zeven uur in een winstpartij tegen Igor Glek, gisteren moest hij zes uur zweten voor een halfje tegen Salov. Dat had Timman vooral aan zichzelf te wijten. Hij had aanvankelijk niets te vrezen, maar moest na een misgreep in het middenspel en een onzuivere zet pal voor de tijdcontrole bewijzen dat zijn stelling - met een pion minder - houdbaar was. Salov zag - tot Timmans opluchting - een goede kans over het hoofd en staakte na 62 zetten zijn pogingen.
De publieksprijs voor de beste partij belandde bij Viktor Kortsjnoi, die met enkele fraaie slotzetten de Oekraïner Alexander Onitsjoek opknoopte en vervolgens in de analyseruimte het hoogste woord had. Wie de 65-jarige tijdens de post-mortem met zijn stukken ziet timmeren, begrijpt waarom hij nog altijd geen afscheid neemt van het toernooischaak. Kortsjnoi is een liefhebber van het zuiverste soort, en - al heeft hij niet meer de ambitie en de energie van vroeger - de veteraan weet zijn zwaktes vaak aardig te omzeilen. Anders dan Anatoli Karpov - die volgens Kortsjnoi de moderne ontwikkelingen een beetje aan zich voorbij laat gaan - onderhoudt de in Zwitserland woonachtige Rus een veelomvattend repertoire. Zo leidde hij Onitsjoek (Kortsjnoi: “Iemand met interessante inzichten in veel openingen”) sluw naar onbekend terrein. “Er ontstond een Hollandse partij, die - als je de open f-lijn wegdenkt, veel kenmerken had van de Koningsindiër”, zei Kortsjnoi belerend. “Ik heb het bij Onitsjoek na de partij nog even nagetrokken en inderdaad, die verdediging had hij nog nooit toegepast. Dat bleek ook snel. Na zijn 19...Df7 was de partij dead-lost.”
Kortsjnoi -Onitsjoek: 1. c4 f5, 2. Pc3 Pf6, 3. d4 g6, 4. f3 Lg7, 5. e4 fe4, 6. fe4 d6, 7. Pf3 0-0, 8. Le2 c5, 9. d5 Pg4, 10. 0-0 Pe5, 11. Lg5 Pbd7, 12. Kh1 h6, 13. Ld2 a6, 14. Dc2 Tb8, 15. a3 De8, 16. b4 Pxf3, 17. gf3 b5, 18. cb5 ab5, 19. f4 Df7, 20. Tg1 Ld4, 21. e5 Pxe5, 22. fe5 Lf5, 23. Ld3 Lxd3, 24. Dxd3 Lxg1, 25. Txg1 Kh7, 26. bc5 dc5, 27. Pe4 Df5, 28. De3 Dh5, 29. d6 Tf3, 30. de7 Txe3, 31. Pf6+ Kh8, 32. Pxh5 Td3, 33. Txg6 Txd2, 34. Td6. Zwart geeft op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.