*

 
dossier

Archief

Hier kijkt men wolken uit de lucht

HANS NAUTA − 18/08/98, 00:00

WIJDENES - 'Geleerde uitspraak. Literatuur is terreinverkenning van een schrijver, geen wegwijsbord.' Schrijver Guus Kuijer negeerde zijn eigen geleerdheid en zette met gedichten en uitspraken de zeven kilometer lange fiets- en wandelroute 'Land in dicht' uit. Vanaf vrolijk gekleurde borden en doeken wijzen zijn woorden de weg langs huistaal en dijkpoëzie in de West-Friese dorpen Wijdenes en Oosterleek.

De route begint bij het postkantoor van Wijdenes met een andere geleerde uitspraak, nu van de postvrouw, die voor een gulden de plattegrond verkoopt. “Je kunt de tocht beter andersom fietsen. Dan ga je op de dijk straks mooi van de wind af.”

Guus Kuijer maakt zijn eigen verhaaltjes bij namen en spreuken die de gevels van de huizen sieren. Trots hebben de bewoners hun gedicht in de voortuin geplaatst, een klein eerbetoon aan de alledaagsheid.

Een naambordje vermeldt 'Op de trambaan'. Guus Kuijer voegt eraan toe: 'Vroeger mocht je er niet op staan / laat staan huizen.' Een prachtige woning draagt de titel 'Het armenhuis'. Kuijer beschrijft de arme die het naambord las. 'Mijn god, bad hij / Zo arm wil ik wel wezen.' Aan de gevel van een naamloos huis ziet de schrijver een zwarte spin, en hij denkt terug aan zijn moeder, die schreeuwde om de ragebol bij het zien van zo'n angstaanjagend dier. En bij het lezen van 'Op den oude dansvloer' gaat Kuijer terug naar de tijd van 'verkeerd verlichte zalen', waarin men 'het jasje dicht moest knopen om een dame op te halen': 'Op een dansvloer van glibberig hout / heb ik dikwijls gedacht: was ik maar vast te oud.'

Eenmaal buiten het dorp Wijdenes, blijkt dat de dichter zijn inspiratie niet alleen uit het dorpsleven en de huizen haalt, maar ook uit het lege land en het water. Zo is er de contactadvertentie voor 'het bruine paard' in de wei. 'Eenzaam paard / (geen koe) / het alleenzijn moe / bruin van vel / zoekt knuffelpaard / huidskleur onbel.' Kuijer beschrijft verder hoe de mens zich aanpaste aan het 'lijnrechte' land, en ook zelf 'hoekig' werd.

Schuin omhoog gaat het dan, de Zuiderdijk op. Al klimmend maakt de muur van gras plotseling plaats voor een blauw-witte lucht, een strakke horizon en het zilvergrijs gekleurde Markermeer. De fluitende wind rukt de plattegrond bijna uit handen. Rechts botst het water klotsend tegen grote keien. Links, heel veel lager, ligt een strook kort gras. Daartussen ploeteren kromgebogen fietsers op de Zuiderdijk; waarschijnlijk hebben zij de goede raad van de postvrouw niet meegekregen. Tussen de boten glijden donkere schaduwen over het glinsterende water. Hoewel het uitzicht prachtig is, kunnen fietsers er beter niet te lang achtereen van genieten: de dijk maakt een aantal scherpe bochten en het fietsstuur moet even snel mee.

'Poldermodel. Hier kijkt men wolken uit de lucht / en zet ze op vier poten.' De woorden zoeken vanaf een strak gespannen zijl in het lage gras naar lezers op de hoge dijk. De betekenis van de woorden wordt niet meteen duidelijk. Dan komt een oudere man, gekleed in wollen trui en korte broek, op een pruttelend brommertje de hoek om. Hij drijft een twintigtal schapen voor zich uit. Geen twijfel mogelijk: dit zijn wolken op vier poten.

Een wegwijsbord geeft de afslag Oosterleek aan. Langs de dijk is het nog 11 kilometer naar Enkhuizen, staat op een andere wijzer. Het bord buigt achterover in de richting van het water. Ook de wind wijst zo de weg, en wel naar de vroegere Zuiderzee, die in 1932 in het IJsselmeer veranderde. 'Voor hen die droomden van een draaglijk bestaan / en tandenloos terugkeerden. Voor hen die hun eeuwige dorst lesten / door te verzuipen, voor hen dit lied.' Guus Kuijers lied voor de zeelieden van vroeger is niet de enige verwijzing naar de afgesloten zee. Aan de waterkant staat een lange rij lege strandstoelen. Op elke stoel is een letter geschilderd. Met die letters spreekt dichter Martin Veltman tegen de door de Afsluitdijk getemde zee. 'Vergeef dan goede zee / zachtmoedig is uw naam / vergeef de lijn der hoogmoed onzer handen.'

Achter roestig draad langs bemoste stenen paaltjes kunnen wandelaars en fietsers in het dorpje Oosterleek plaatsnemen tussen de perenbomen. 'In een ligstoel ligt de hemel te kijk.' In het gras tussen de bomen staat zo'n ligstoel. Niet alleen om de wolken uit de lucht te kijken, maar ook om inspiratie op te doen voor eigen gedichten. 'Ach dichter onderweg ... laat hier uw eigen vers achter.'

Het begin is tevens het eind: het postkantoor van Wijdenes. Creatieve bezoekers die gehoor geven aan Kuijers oproep, kunnen hier hun gedicht posten. En ter afsluiting is er dan ook nog Kuijers laatste 'geleerde uitspraak': 'Hoe lang u ook fietst, als u niet afstapt komt er nooit een einde aan.'

mailIcon print |