*

 
dossier

Archief

Christenen en joden zijn nooit gelijkwaardig

LODY B. VAN DE KAMP − 13/01/98, 00:00

De nieuwe secretaris-generaal van de Nederlands Hervormde Kerk, B. Plaisier, heeft zich de boosheid van het Ojec op de hals gehaald, berichtte Trouw 7 januari. Alweer enkele maanden geleden (Trouw 14 oktober 1997) verkondigde de heer Plaisier namelijk dat de christelijke Messias “het diepste is waarin God zich heeft laten kennen. Wil je die diepte beleven, dan moet je bij hem zijn. Niet dat er niets van God in andere religies kan zitten, maar de diepte die je via de Messias kunt vinden, zit niet in andere religies. Daarom is zending nodig.”

Dominee Dick Pruiksma, Ojec-voorzitter, tekent bezwaar tegen deze woorden aan: “Deze zending, immers, gaat ten principale uit van de ongelijkwaardigheid van de (joodse en christelijke) gesprekspartners. De partners zijn dus geen partners meer. Het Ojec echter is opgericht omdat in grote delen van de kerken in Nederland het inzicht is gegroeid dat jodendom en christendom volstrekt gelijkwaardige partners in het geloof zijn.” Het Ojec heeft inmiddels binnenkort een gesprek over de uitlatingen van de secretaris-generaal met de Hervormde Synode.

Iedere keer opnieuw, wanneer het gaat over uitspraken zoals nu van Plaisier, verbaas ik mij over de Ojec-boosheid die dergelijke woorden oproepen. Kennelijk is Plaisier overtuigd van zijn christelijk gelijk. Zijn overtuiging in de voor hem ware Messias betekent een absolute geloofsverdieping waar anderen die niet in de christelijke Messias geloven geen aandeel hebben. Die anderen, in zijn ogen, missen die diepte. En dolgraag zou hij anderen die diepte ook schenken. Dat doe je door die andere te overtuigen. Dus zending bedrijven.

Dat dit tegen het zere been is, weten wij langzamerhand wel. Het Ojec gaat immers uit - en zo zegt Pruiksma het ook - van een volstrekte gelijkwaardigheid van de joodse en christelijke partners. En dat is iets dat geen zending toelaat. Voorzitter Pruiksma zegt mede namens de joodse gesprekspartners binnen het Ojec zijn irritatie te verkondigen.

Toch heb ik een verrassing voor die leden van het Ojec. Het traditionele jodendom verkondigt namelijk daar waar het op het eigen gelijk aankomt, met een kleine variatie wanneer het over de Messias gaat, precies hetzelfde als Plaisier. Het jodendom is in mijn ogen, en in de ogen van iedere andere orthodoxe jood, overtuigd van zijn gelijk. Het ervaart op geen enkele wijze de gelijkwaardigheid van andere religies of geloofsovertuigingen. Het traditionele jodendom, in de woorden van Plaisier, is het diepste waarin God zich heeft leren kennen. Niet dat er niets van God in andere religies kan zitten, maar de diepte die je via de tradities van het jodendom vindt zit niet in andere religies.

Het jodendom heeft niet voor niets de christelijke elementen van die religie als niet relevant zijnde afgewezen. Het jodendom is, en daarvoor is het een geloof, overtuigd van zijn eigen gelijk. Ter uitsluiting van ieder ander gelijk. Ja, en dat betekent ook dat ik mij de boosheid van het Ojec op mijn hals haal. Het Overleg-orgaan heeft immers besloten dat wij, joden en christenen, gelijkwaardige partners zijn!

Eén van de rijkdommen waar de Nederlandse samenleving mee begiftigd is is de vrijheid van geloofsovertuiging. Deze rijkdom is er mede de oorzaak van dat het jodendom als religie goed heeft kunnen gedijen. Die rijkdom heeft er mede toe bijgedragen dat de joodse gemeenschap op ieder gebied de gelegenheid heeft gehad om zich te kunnen ontplooien. Faciliteiten op het gebied van het ritueel slachten worden geregeld. De wet op het bijzonder onderwijs heeft erin voorzien dat joodse kinderen op hun eigen exclusieve wijze joods onderwijs kunnen ontvangen. Joden hebben hun eigen synagogen om daar hun eigen godsdienstwaarheden te verkondigen. Kortom, de samenleving geeft alle ruimte aan de joodse gemeenschap om haar religie op zo een wijze te beleven dat zij haar eigen exclusieve geloofsovertuiging geen geweld hoeft aan te doen. Die joodse levenswijze is voor mij een bevestiging van het eigen gelijk. Wanneer de Tora mij de sabbatrust voorschrijft dan ben ik overtuigd dat het gaat om de rust op de zaterdag en niet op de zondag. Ik heb gelijk en mijn christelijke buurman niet. Wil dominee Pruiksma in zijn Ojec-drang mij dan ook verbieden om hierin mijn religieus gelijk uit te spreken?

En wanneer ik ervan overtuigd ben dat de christelijke Messias niet de Messias is waar, in de joodse visie, de profeten over spreken en dat ik daarom ook, religieus gesproken, mijn christelijke gesprekspartner niet als 'gelijkwaardig' acht? Maakt het Ojec daar dan ook bezwaar tegen?

Zendingsdrang

Ook ik ben niet zo gediend van de zendingsdrang van Plaisier. Mocht hij desondanks bij mij aan de voordeur komen om mij de blijde boodschap te verkondigen dan zal ik hem dat ook laten weten. Mijn tegenzin echter mag nooit een reden zijn om de christelijke partner het recht te ontzeggen om zijn geloofsovertuiging te belijden. Ook niet met dat malle argument dat christenen en joden gelijkwaardige partners zijn in gesprek. Mijn geloofsovertuiging in het jodendom en die van Plaisier in het christendom staan zo een stelling in de weg. En ik ben er vast van overtuigd dat ook bij enkele andere afgevaardigden binnen het Ojec zo over wordt gedacht.

Juist vanwege de tegenstellingen, vanwege het overtuigd zijn van het eigen gelijk, vanwege de overtuiging van de ongelijkwaardigheid van de gesprekspartners, heeft het zin met elkaar in gesprek te gaan. Om ervoor te zorgen dat die overtuigingen nooit meer leiden tot ontsporingen waar de geschiedenis vol van is en waar ook de kerk van Plaisier al lang afstand van heeft genomen. Een gesprek om een geveinsde gelijkwaardigheid te betrachten die, religieus gesproken, niet bestaat is zinloos en roept irritaties en frustraties op.

mailIcon print |