*

 
dossier

Archief

Niet voor loon alleen

Edwin Kreulen − 16/01/99, 00:00

Maandag begint een lerarenstaking van een week, die druk moet zetten achter de cao-onderhandelingen met minister Hermans. Een van de strijdpunten is de vraag of wie werkt op een 'zwaardere' school, ook meer moet verdienen. Aan de vooravond van de staking een blik in twee klaslokalen: op een 'gewone', en op een 'zwarte' school.

Naam: Hans van Elden Leeftijd: 42 School: Het Mozaïek, Arnhem Groep: 8 Leerlingen: 17 Waarvan allochtoon: 13

“Meester, heeft u een pomp voor deze bal?” Het is acht uur in de ochtend en Hans van Elden - een veertiger in spijkerbroek, coltrui, met een streepje grijs door het haar - is net binnen op basisschool Het Mozaïek in Arnhem, maar de leerlingen komen al op hem af met vragen. Zo zal het vrijwel onafgebroken de hele dag blijven.

Terwijl de bal hard wordt, legt Van Elden een collega iets uit. Op het schoolbord schrijft hij de taken voor vandaag. En hij breekt zich alvast het hoofd over vanmiddag: de klas gaat per fiets op excursie naar het centrum van Arnhem, maar het sneeuwt en misschien is het wel glad. Om kwart over acht komt de eerste leerling van groep acht - de klas van Van Elden - het lokaal binnen. Hoewel, lokaal is een groot woord voor de vrij kleine ruimte die is afgescheiden van de centrale hal en die eigenlijk was bedoeld als docentenkamer. Er zijn te weinig klassen en daarom drinken de docenten hun koffie nu in de centrale hal.

De leerling gaat zitten op zijn tafeltje. En daar begint het werk dat voor Van Elden eigenlijk nog meer de hoofdtaak is dan lesgeven: hij moet opvoeden. “Je weet dat je niet op tafel mag zitten”, zegt hij vriendelijk. “Natuurlijk meester”, verklaart de pupil terwijl hij verhuist naar zijn stoel.

Als alle leerlingen in de kring zitten - elf of twaalf jaar, veel gymschoenen, een paar dure trainingspakken en een aantal 'matjes' - gaat het opvoeden vrolijk verder. “Eerst je vinger opsteken voor je iets zegt”, brengt Van Elden in herinnering. Het is duidelijk: deze kinderen hebben thuis wat manieren betreft niet veel meegekregen. Sociaal-emotioneel behoren ze tot de risicogroep heet dat in het jargon. Maar enthousiast zijn ze wel. “Jongens, willen jullie een voor een praten?” moet Van Elden herhaaldelijk vragen.

Dertien van de zeventien leerlingen zijn van allochtone afkomst. De meeste kinderen hebben moeite met de taal. Dat maakt het druk voor Van Elden. Voordeel is wel dat zijn klas relatief klein is - voor de allochtone leerlingen krijgt de school extra geld. Vier autochtone kinderen - een daarvan komt uit een woonwagenkamp - dat is nog best veel voor de school. De buurt is de laatste jaren snel 'zwart' geworden en de meeste witte ouders kiezen voor de aangrenzende rooms-katholieke basisschool. Het Mozaïek is sinds een aantal jaar een officiële achterstandsschool. Er lopen bijna dertig nationaliteiten rond.

Aan de deur hangt een lijst waarop iedere leerling een 'slechte gewoonte' moet invullen. De meesten kijken te veel tv of zitten te vaak achter de computer. Annie is 'te snel op haar tenen getrapt'. Hoe gaat het daar nu mee, Annie? “Ik ben nu minder snel boos, meester.” Na het kringgesprek verdelen de kinderen zich weer over de vier groepjes tafels. Van Elden geeft uitleg bij de taken van vandaag: taal, rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Daarna gaan de leerlingen zelf aan het werk. Van Elden loopt op en neer: er zijn altijd wel twee of drie vingers in de lucht.

“Ik vind dat opvoeden juist een extra uitdaging”, zegt Van Elden tijdens de koffiepauze om tien uur. “Ik zou het minder leuk vinden om de leerlingen vooral cognitief te scholen.” Hij vindt het geen deprimerende gedachte dat van de 17 kinderen waarschijnlijk hoogstens één het vwo zal halen, een enkeling de mavo, het gros het beroepsonderwijs en ook enkelen het speciaal onderwijs. “Als je wilt pronken met hoge Cito-scores, moet je niet op deze school gaan werken. Ik ben al heel blij als de meesten een diploma halen. En het gaat mij erom dat ze op de plaats komen die het best voor henzelf is. Ik ga ze echt niet naar het vwo dwingen.” Van Elden begon twintig jaar geleden ook op een achterstandsschool; daarna hielp hij bij de eerste jaren na de oprichting van een 'gegoede' school. “Toen dat eenmaal draaide, wilde ik weer een nieuwe uitdaging.”

“Het gaat mij niet om hoger loon voor leraren als ik”, zegt Van Elden in de pauze. Hij eet zijn boterham staande, ruimt nog wat op en moet eigenlijk alweer in overleg met een collega. “Het lijkt me wel een goed plan om leraren naar hun competenties te belonen, maar niet automatisch. Hoewel, dat lijkt me praktisch ook lastig: wie moet dan beoordelen welke leraar een hoger loon krijgt?” Schooldirecteur Carola Peters vult aan: “Ik zou ook wel sommige leerkrachten eventueel wat extra loon willen geven. Maar belangrijker vind ik bijvoorbeeld dat we een maatschappelijk werker kunnen krijgen. Nu gaan leraren soms wel op bezoek bij gezinnen van leerlingen bij wie het niet goed gaat, maar dat contact houd je niet vast en dan gaat het toch niet goed. Geef het geld dan aan dat soort dingen uit.” De participatie van ouders verloopt soms moeizaam: een experiment met klaar-overs - de school ligt aan een gevaarlijke weg - stierf een vroegtijdig einde omdat de ouders te laat kwamen, of helemaal niet.

De middag is vandaag anders op school: de huiswerkbegeleiding vervalt. “Hoera”, roepen de kinderen. De klas gaat per fiets naar een 'knutselclub' in het centrum van Arnhem. Michael is weer present. “Hij voelde zich niet al te lekker”, zegt Van Elden schouderophalend. Twee fietsen worden afgekeurd omdat de remmen het niet doen. “Wil je dan vanaf de brug over de Rijn gewoon Arnhem inzeilen?” Op de knutselclub kunnen de leerlingen kiezen: van zeefdrukken tot elektronica.

Van Elden verdeelt samen met een ouder zijn aandacht over de vier groepen. Het is hard werken om iedereen in het gareel te houden, maar Van Elden zou het niet willen missen. “Als ik in het onderwijs blijf, doe ik zeker dit soort klassen. Er zijn kansen genoeg om naar andere scholen te gaan, maar dat hoeft voor mij niet.” Hij werkt nu vier dagen per week: iedere woensdag verzorgt hij scheidsrechterscursussen voor oud-profvoetballers.

Om half vier gaat het peloton weer terug naar school. Van Elden kan nog net wat spullen opruimen en de leerlingen uitzwaaien voor de lerarenvergadering begint. Gast is een Nijmeegse hoogleraar, die de school begeleidt in het 'vroegtijdig herkennen van signalen van crimineel gedrag'. Er is op school al eens een drugsrunner van tien jaar gesignaleerd. Van Elden draait nog even het programma in elkaar voor zijn collega die de klas morgen heeft en bespreekt met een andere leraar de komende plannen voor de 'verlengde schooldag': die extra activiteiten gaan de docenten ook weer tijd kosten. Iets voor zessen kan Van Elden naar huis, om zijn twee eigen kinderen verder op te vangen. “Een normale dag.”

mailIcon print |