*

 
dossier

Archief

Verdwenen logboek en 'onze' BVD in actie

FRANS DIJKSTRA − 06/02/98, 00:00

“Eens kijken of dat in mijn BVD-dossier staat”, zegt Harry Valkenier grinnikend terwijl zijn vingers door een dikke stapel papier wandelen. Het heeft hem twaalf jaar zaniken en trekken gekost om die stapel los te krijgen van de geheime dienst.

Valkenier heeft de stukken nog maar net in huis, na een uitspraak van de Raad van State die hem in het gelijk stelde. Toch gaan de Haarlemse onderwijzer Harry Valkenier en zijn advocaat Hans Gaasbeek door met hun juridische strijd tegen een ambtelijke schimmenwereld. “Ik ben niet verbitterd of verbeten, maar ik ben wel hardnekkig”, zegt de onderwijzer. “Ik heb nog niet gekregen waar ik recht op heb.”

Het begon o, zo onschuldig met een gemeentelijke ambtenaar die tussen de middag zijn ommetje maakt op het strand bij Den Helder. Op de vloedlijn vindt hij een boek dat is aangespoeld. Een dagboek of zoiets, met de hand volgeschreven in vreemde letters in bruine inkt. Op het omslag zit een lakzegel.

's Avonds liet hij het mysterieuze boek zien aan zijn Haarlemse vriend Valkenier. “We snapten er niet veel van”, herinnert Valkenier zich. “Het was Russisch handschrift, dat hadden we wel in de gaten. En het was niet zomaar een aantekenboekje, anders had er geen lakzegel op gezeten.”

De ambtenaar laat het boek ook op zijn werk zien. Een collega zegt: “Ik ken wel iemand die daar belangstelling voor heeft.”

Vervolgens meldt zich een meneer van de Marine Inlichtingendienst. Niet zo verwonderlijk, vindt Valkenier, de Russen zijn in 1985 nog altijd vijand nummer één. De inlichtingenman krijgt het boek mee voor onderzoek. Nog altijd is er niets aan de hand.

Pas als de marineman een paar maanden later weer opduikt en zegt dat hij niets met het boek kan aanvangen, begint er iets te broeien bij de onderwijzer. “Hij vertelde dat het een scheepslogboek was. Tot onze verbazing zei hij dat het niet leesbaar was en dat ze ook geen Russisch konden lezen bij de inlichtingendienst. Dat verbaasde mij als belastingbetaler. En dat in een tijd dat de koude oorlog nog aan de gang is!”

Valkenier en zijn vriend brengen het boek naar het Reddingsmuseum Dorus Rijkers in Den Helder. Misschien dat ze daar meer kunnen vertellen.

Valkenier: “De archivaris nam het boek in ontvangst. Daarna zijn we wel dertig keer wezen vragen hoe het nu zat met dat logboek. Na drie jaar waren we het zat.”

Hij belde de VPRO-radio en met de microfoon in de aanslag gingen ze opheldering vragen in het museum. “Ze schrokken zich wezenloos. We kregen te horen dat het logboek verdwenen was uit de kluis.”

Bij toeval stuitte Valkenier op een boek over Russische onderzeeërs. Volgens de schrijver, een Zweedse professor, was er in 1985 een Russische onderzeeër gebombardeerd in de Sognefjord in Noorwegen. Valkenier raakte opgewonden. “Dat bombardement was twee weken voordat het logboek aanspoelde.”

Hij haalde de radio er weer bij. In de uitzending gingen ze naar Noorse autoriteiten bellen. Uiteindelijk kwamen ze uit bij een admiraal die net in bad zat. “Die druipende admiraal vertelde dat er vaak Russische onderzeeërs werden bestookt, maar dat zijn regering dat niet goed vond, omdat er een nucleaire onderzeeër bij zou kunnen zijn. Hij was heel benieuwd naar het logboek. Ik faxte hem een kopie van een pagina toe, met de belofte dat hij meer pagina's zou krijgen in ruil voor een vertaling.”

Dat was op een vrijdag. Maandags stond er een politieman voor Valkeniers deur. “Hij kwam binnen met de smoes dat er iets met mijn broer aan de hand was. Eenmaal binnen bleek hij van de Politie Inlichtingendienst te zijn. Hij moest van de BVD uitvinden wie die Valkenier eigenlijk was. Ik zei: ik wil alleen met u praten als de radio erbij is. Hij zei: als mijn naam in de publiciteit komt, ga ik over lijken. Dat klonk mij als een bedreiging in de oren.”

Valkenier ging klagen, steeds hogerop. Dat leidde tot een halve overwinning. De politieman was buiten zijn boekje gegaan, erkende minister Dales, toen van binnenlandse zaken. Maar Valkeniers eis dat hij inzage zou krijgen in wat die politieman allemaal over hem had verzameld, werd afgewezen.

“Die politieman was met een foto door de buurt gegaan. Kent u deze man? had hij overal gevraagd. Dat gaf me natuurlijk een slechte naam. Het had één voordeel: mijn prestige op de school waar ik toen werkte, was flink toegenomen. De geheime dienst die achter de onderwijzer aan zit, dat sprak sommige leerlingen wel aan.”

Het zoeken naar het logboek raakte op de achtergrond. Het was nu de onderwijzer contra de inlichtingendienst.

“De zaak is zo ingewikkeld geworden, dat ze bij de BVD ook niet meer weten wie in twaalf jaar tijd welke kletsverhalen hebben zitten vertellen. Daardoor konden we hen steeds betrappen op tegenstrijdigheden.”

“De minister schreef dat mijn dossier niet was bewaard. Later blijkt mijn dossier pas een half jaar na die brief te zijn vernietigd. En de opdracht tot vernietiging was weer een dag na de vernietiging zelf gedateerd.”

Valkenier blijft grinniken als hij zijn verhaal doet. “Het is een tragi-komedie”, zegt hij. “Maar ik ga ermee door. Er zijn nog steeds stukken die ik niet heb mogen zien. De BVD zegt dat de hele affaire een zaak van niks is. Nou, dan kunnen ze mij die stukken toch geven?”

Ook zijn advocaat, Hans Gaasbeek, heeft zich in de zaak vastgebeten. Voor hem is het een zaak van mensenrechten geworden. “Voor de Raad van State is gebleken dat de Nederlandse wet in strijd is met het Europese Verdrag voor mensenrechten. De wet moet worden aangepast. Dat is de winst van deze affaire. Een burger dient een behoorlijke rechtsbescherming te krijgen als de staat ten onrechte de persoonlijke levenssfeer binnendringt. Als de staat zijn dossier onrechtmatig vernietigt, zoals bij Valkenier, heeft hij bovendien recht op schadevergoeding.”

Gaasbeek, die naast zijn grote strafrechtpraktijk te boek staat als sociaal advocaat voor activisten, patiënten en zelfs Canadese indianen die last hebben van Nederlandse straaljagers, besteedt menig uurtje in het weekeinde aan de zaak van het verloren logboek. “Je moet alles van de Europese mensenrechten volgen, de Raad van State, je moet steeds zoeken naar nieuwe ingangen.”

De zaak heeft hem ook een nieuwe cliënt opgeleverd. Een scheepsbouwingenieur die het al veertig jaar aan de stok heeft met de BVD. “Iedere keer als hij solliciteerde, kreeg de werkgever belastende informatie over hem. Daar kun je nauwelijks tegen vechten. Want je weet niet wat ze over je zeggen, je weet niet wat er in je dossier zit.”

Voor onderwijzer Valkenier biedt het voorbeeld van de ingenieur inspiratie om zijn zaak door te zetten. “Zo'n man verdient een monument. Als de zaak van het logboek dat soort mensen kan helpen, dan is het de moeite waard.”

mailIcon print |