Van onze correspondent MOSKOU - Met de benoeming van Russische spionagechef Jevgeni Primakov tot minister van buitenlandse zaken zoekt president Jeltsin een beleid dat de confrontatie met het Westen minder schuwt dan ten tijde van Andrei Kozirev. Van Primakov mag ook worden verwacht dat hij onverhuld streeft naar hernieuwde integratie van de vroegere Sovjet-republieken onder leiding van Rusland.
Met de 66-jarige Primakov kiest Jeltsin voor iemand die Ruslands eigenbelang luider verkondigt dan Andrei Kozirev, die naar de huidige smaak van het Kremlin te soft en te westers is. Kozirev, die de laatste maanden duidelijk uit de gratie was bij Jeltsin, nam vorige week ontslag om een iets zekerder bestaan als parlementslid op te bouwen.
Primakov werd in de nadagen van de Sovjet-Unie hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst, de vroegere Eerste Hoofdafdeling van de KGB, de gevreesde geheime politie. Michail Gorbatsjov benoemde hem in die positie toen de KGB uiteen werd gehaald na de mislukte staatsgreep door communisten-oude-stijl in augustus 1991. Primakov was de buitenstaander die nodig was om het gesloten wereldje van KGB'ers open te breken.
Op het ministerie van buitenlandse zaken mag hij nu opnieuw de rol van de goed geïnformeerde buitenstaander spelen, om duidelijk te maken dat Rusland nu een wat schriller geluid wil laten horen. Dat Primakov zich al die jaren heeft kunnen handhaven, terwijl Jeltsin vaak koppen laat rollen, wijst erop dat hij veel vertrouwen geniet.
Primakov zal zich waarschijnlijk helderder dan Kozirev deed, verzetten tegen uitbreiding van de Navo in oostelijke richting. Anders dan Kozirev zal hij zich wellicht meer richten op Azië en het Midden-Oosten, vanwaar hij de voornaamste bedreigingen van Ruslands belangen ziet. Hij lijkt geneigd de wereld meer in termen van Ruslands economische belangen te zien dan Kozirev, die politieker overkwam.
De nieuwe minister studeerde af in de internationale economie aan het Moskouse Instituut voor Oriëntaalse Studies. Met zijn kennis van de Arabische taal geldt hij als een specialist in “oosterse” zaken. In de jaren zestig was hij correspondent in de Arabische wereld voor de Pravda, toen die krant nog de spreekbuis van de communistische machthebbers was. In die tijd leerde hij Saddam Hoessein kennen, maar dat oude contact heeft later niet mogen baten bij zijn pogingen de Golfoorlog om Koeweit te voorkomen.
In september 1994 publiceerde Primakov een ongebruikelijk rapport vlak voordat Boris Jeltsin de VS bezocht. Het leek een aansporing voor de president om de milde Kozirev wat op te jutten. “Invloedrijke westerse kringen beschouwen de rol die Rusland speelt bij de eenwording van de vroegere Sovjetrepublieken als 'imperialisme',” schreef Primakov. Volgens hem is “het proces van integratie” echter een “onweerlegbaar feit”, vooral op economisch gebied. Economische toenadering zal gevolgd worden door politieke samenwerking tussen de ex-Sovjet-republieken, en het Westen moet het volgens hem niet wagen zich daartegen te verzetten.
Na Primakovs vertrek is de toekomst van de inlichtingendienst minstens zo interessant als die van buitenlandse zaken. Naar verluidt bestaan er sterke krachten in Jeltsins omgeving die de versplinterde KGB min of meer willen reconstrueren. Ruslands geheime diensten zouden als afzonderlijke organen tandeloos zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.