In haar onlangs gepresenteerde nota 'Milieu, ruimte en wonen' heeft milieuminister M. de Boer haar ideeën over duurzaamheidsbeleid gedefinieerd. Zij wijst op een aantal belangrijke noodzakelijke veranderingen in de aansturing van de economie en kiest strategisch voor het eerst aanpakken van het energie- en ruimtegebruik en de verschraling van de biodiversiteit. Maar het kon weleens zijn dat er bij deze nieuwe koers te gemakkelijk van uitgegaan wordt dat andere sectoren en ministeries al van de noodzaak van duurzaamheid zijn doordrongen en dat haar strategische keuze te smal is.
Het beleid van het huidige kabinet is gericht op het “op een hoger, duurzaam, groeipad brengen” van de economie. Een hoger groeipad wordt gewenst om meer werkgelegenheid te scheppen. Of hogere groei ook ecologisch inpasbaar is, wordt niet aan de orde gesteld; men verwacht kennelijk dat groei en milieu zonder meer verenigbaar zijn. Het paarse duurzaamheidsstreven zet vooral het instrument van de innovatie in, vanwege de kansen die technologie biedt voor een duurzame economie.
Dat is noodzakelijk voor een duurzaam ontwikkelingspad maar het is niet voldoende. Het rapport uit 1987 van de Wereldcommissie voor milieu en ontwikkeling repte al van de noodzaak van veranderingen van besluitvormingsmechanismen en de prijsstructuur en van het anders richten van investeringsstromen, naast het opentrekken van een extra blik Willy Wortels.
Vrijheid De nota 'Milieu, ruimte en wonen: tijd voor duurzaamheid', blijkt dan ook heel wat verder te strekken. De Boer wil een 'duurzaam ingerichte wereld', waarbij toekomstige generaties dezelfde vrijheid hebben om een omgeving en leefstijl te kiezen als de huidige generatie. Dat betekent behoud van veelvuldigheid, in de cultuur en in het milieu. Dat betekent een “milieu-economie met energie-extensieve produktiemethoden en minimaal grondstoffengebruik” en een maatschappij waarin “milieuzorg een integrerend onderdeel van de economische besluitvorming is”.
Het strategisch perspectief van mevrouw De Boer is, dat de lokale en regionale milieuproblemen (zoals geluid, afval, verdroging) nu wel als min of meer beheersbaar kunnen worden beschouwd. Daarnaast zijn er de nationale problemen op middellange termijn (zoals de ruimteproblematiek en de afkalvende biodiversiteit in Nederland) en de nationale en internationale problemen op lange termijn (opnieuw: biodiversiteit, en ook klimaat en uitputting van voorraden).
Conflicten De eerstgenoemde problemen zullen slechts na stevige maatschappelijke conflicten worden opgelost; denk aan de noodzaak de mobiliteit te beheersen. De laatstgenoemde groep problemen brengt ons nog verder van ons huidige huis: veranderde produktiestructuren op mondiale schaal, andere mobiliteits- en consumptiepatronen, wezenlijk andere technologieën.
De Boer ziet als de kernproblemen van het realiseren van een duurzaam ingerichte wereld: de wijze waarop de maatschappij omgaat met de 'voorraden' energie, ruimte en biodiversiteit. Met name die voorraden moeten wijs beheerd worden.
Daarnaast heeft de minister een specifieke visie op de wijze waarop de overheid het maatschappelijk en economisch proces moet beïnvloeden. De overheid dient normen en doelen te stellen maar daarbinnen de maatschappij zelf verantwoordelijkheid te laten nemen. Dat wil zeggen: individuen, organisaties, andere bestuurslagen en vooral: andere ministeries. Het milieubeleid moet met die andere partijen 'meedenken', zonodig doelstellingen herijken en andere instrumenten (laten) inzetten.
De uitvoering van het milieubeleid is dus een zaak voor anderen, die zich de noodzaak van duurzaamheid moeten hebben eigen gemaakt ('verinnerlijking', of 'externe integratie', in het Vrom-jargon). En: die externe integratie is inmiddels zover voortgeschreden, dat de organisatie van het milieubeleid op nationaal niveau aan afslanking toe is - dat wordt hier en daar in De Boers presentatie gesuggereerd en is inmiddels door haar directeur-generaal als 'Operatie DGM 2000' gelanceerd, met een forse afslanking in het verschiet.
Daarnaast constateert de minister dat er omgekeerd alleen maar zinvol kan worden toegewerkt naar een 'milieu-economie' wanneer het milieubeleid vertegenwoordigd is in de kern van alle besluitvorming over zowel grote infrastructurele projecten als over de economische structuur, vanaf de aanvang van discussies daarover. Ze eist zo'n centraler positie op.
Keuze Het is goed om uit de veelheid van acties en strategieën die de milieubeleidsplannen tot nog toe kenmerkten, een keuze te zien maken van een aantal kernproblemen voor de komende jaren. Het is ook goed de minister zich te zien afvragen hoe je de economie richting duurzaamheid kunt drijven of verleiden; dat het milieubeleid daarbij veel meer betrokken moet worden, eist zij met recht.
Wil een groeiende economie ecologisch inpasbaar worden, dan moet er een blijvende 'ontkoppeling' ontstaan van produktie en consumptie enerzijds, en gebruik van materialen en energie en vervuiling en afval anderzijds. 'Dematerialisatie' wordt dat ook wel genoemd. Het gaat er om, in enkele decennia een sterk gedematerialiseerde economie tot stand te brengen, die per geconsumeerde gulden maar een fractie van de materialen vraagt (en afval voortbrengt) van wat nu de situatie is. Sommigen schatten dat die fractie in 2050 maar een tiende mag zijn van de huidige. Dat vergt een stringent milieubeleid. De Boer wijst wel de richting (energie-extensief, minimaal grondstoffengebruik) maar geeft met name voor de grondstoffen geen doelen aan; noch zijn die te vinden in eerdere milieubeleids- plannen. Hopelijk geeft de aangekondigde nota over verspilling daarover uitsluitsel. Maar haar keuze voor energie, ruimte en biodiversiteit lijkt net iets te smal om de spijker hard genoeg op de kop te meppen.
Minister De Boer zoekt voor het realiseren van haar 'milieu-economie' naar een brede aanpak: innovatie èn duurzamer produktiestructuren en consumptie- en mobiliteitspatronen, binnen nationale doel- en normstelling. Terecht. Ze wil mogelijkheden ontwikkelen om de kosten van milieudegradatie en uitputting van hulpbronnen te berekenen en tot uitdrukking te brengen in prijzen en in de nationale boekhouding. Dat alles zal leiden tot minder verbruik van grondstoffen en fossiele energiebronnen, minder wegwerpconsumptie, minder mobiliteit, enz.
Maar redt ze het daarmee? Ze geeft haar estafettestokje wel heel erg snel door aan haar collega's van economische zaken, verkeer en waterstaat, landbouw en financiën, juist gezien het conflictueuze karakter van veel van de beslissingen die ons nog wachten. De Boer zegt bijvoorbeeld dat door het ministerie van financiën al systematisch wordt onderzocht hoe het belastingstelsel ge-'ecologiseerd' kan worden. Nog afgezien van het feit dat onderzoek niet per se in beleid wordt vertaald, moet hier toch worden aangetekend dat de betreffende werkgroep in eerste instantie slechts binnen vrij nauwe kaders mag opereren: het moet gaan om haalbare maatregelen die bovendien een duidelijk milieu-rendement hebben. En of in voldoende mate van economische prikkels zoals heffingen en verhandelbare vervuilingsrechten gebruik zal worden gemaakt, moet de tijd leren. De OECD vond in zijn recente evaluatie van het Nederlandse milieubeleid dat dat nu niet het geval was en het draagvlak ervoor is klein. De kleinverbruikersheffing op energie die volgend jaar wordt ingevoerd is een wel heel aarzelend begin.
Al met al: het perspectief van De Boer brengt inderdaad een duurzame economie binnen het blikveld. Het maakt ook duidelijk welke wegen erheen lopen - meer dan het paarse kabinet tot nog toe deed. Precies hoe ver het is en hoe warm (ofwel: hoeveel moeite het zal kosten om er te komen) wordt echter niet duidelijk.
Ik ben bang dat zij te vroeg anderen voor haar kar wil spannen - zo vroeg dat die het nog niet zullen opbrengen om die kar ver genoeg te trekken door het rulle zand van traditioneel economische belangen op korte termijn.
De auteur is hoogleraar milieueconomie aan de VU en voorzitter van de Raad voor het milieu en natuuronderzoek; hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.