Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Woningcoöperaties, die financieel sterk genoeg zijn, mogen van staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) dit jaar hun huren minder verhogen dan was afgesproken.
De bewindsman voert op dit moment gesprekken met de coöperaties over lagere huurverhoging. Die gesprekken betreffen in elk geval een beperking van de huurstijging voor 1997, maar mogelijk rolt er ook een geringere huurverhoging voor 1996 uit. Tommel zei dit gisteren in de Tweede Kamer in een debat over het huurbeleid.
Volgende week wordt het huurbeleid ter goedkeuring aan de Tweede Kamer voorgelegd. Maar coöperaties die vrijwillig willen afwijken van de richtlijnen hebben daarvoor de zegen van de staatssecretaris.
Voor de huursom-stijging (gemiddelde stijging van alle huren bij elkaar opgeteld) was na de verzelfstandiging van de woningcoöperaties een minimum en een maximum bepaald. Minimaal moesten de huren met 3,5 procent stijgen en ze mochten maximaal omhoog met 6,5 procent.
Deze percentages zijn onder meer gebaseerd op de hoogte van de inflatie. Als het geld minder waard wordt, moeten de huren stijgen om de inkomsten van de verhuurders op peil te houden. Bij de berekeningen was uit gegaan van een inflatie van 3 procent.
Nu blijkt de inflatie afgelopen jaar veel lager te zijn dan verwacht: tussen de 1,6 en 1,8 procent. Reden voor de staatssecretaris om te pleiten voor een minimum huursom-stijging van het inflatiepercentage plus een half procent. Hiervoor moet hij wel de wet wijzigen. Of dit ook zal gelden voor 1996, hangt af van de coalitiepartners PvdA, D66 en VVD, die begin februari verder willen praten met de bewindsman over de verdere invulling van het huurbeleid.
VVD-kamerlid P. Hofstra kwam met het voorstel om niet in procenten maar in centen de maximale huurverhoging vast te leggen. Eerst pleitte hij voor een bedrag van 41 gulden, later voor 55 gulden. Het nadeel van de procentuele verhoging noemde de VVD'er, de groter wordende kloof tussen de lage en de hoge huren.
Coalitiepartners PvdA en D66 konden zich wel vinden in dit voorstel. CDA'er Biesheuvel hield vast aan het percentage van 6,5. Tommel was bereid over dit voorstel later dit jaar wel spreken, maar sprak zijn berzorgdheid uit over de relatief sterkere stijging van de lage huren. Voor 1996 behoorde het voor de bewindsman niet tot de mogelijkheden.
Over de maximale huursom-stijging van 6,5 procent werd in eerste instantie niet gerept. Ondanks de kritiek die de PvdA in de media daarover had geuit. PvdA-woordvoerder A. Duivesteijn kwam pas aan het einde van het debat met het voorstel voor verlaging tot 5,5 procent.
Zijn plotselinge voorstel wekte irritatie bij de staatssecretaris en bij de woordvoerders van VVD en CDA. Woordvoerders Hofstra en Biesheuvel zagen weinig in de verlaging. D66 sprak zich niet duidelijk uit over dit voorstel.
Duivesteijn zette daarna hard in. Hij zal zijn steun voor het huurbeleid van de staatssecretaris intrekken, wanneer het overleg met de woningcoöperaties over een lager maximum niet is afgerond voor de behandeling in de Kamer volgende week.
Tommel weigerde hier op in te gaan, omdat uitstel de vaststelling van het huurbeleid van 1996 in gevaar zou brengen.
Het NCIV, een overkoepelende organisatie van woningcoöperaties, verwijt de PvdA dat ze het huurbeleid voor '96 in gevaar brengt. De coöperaties zouden in tijdnood raken wanneer de Kamer het huurbeleid van de staatssecretaris niet goedkeurt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.