*

 
dossier

Archief

De dag van - Marion Janson

MARION JANSEN − 12/10/96, 00:00

Marion Janson (17) woont in orthopedagogisch therapeutisch internaat 't Wezeveld in Twello. Met zestig andere jongeren woonde zij afgelopen dinsdag de presentatie bij van het onderzoek 'Hoe (be)leven tehuisjongeren'. Het werd tijd dat er eens naar hun mening werd gevraagd.

Ze zijn hier misschien wel strenger dan thuis, er zijn ook meer regels en vaste tijden waar je je aan moet houden. Maar het ligt ook aan jezelf, aan je eigen houding, hoe streng ze zijn. Als je veel overlegt met de leiding kun je veel bereiken. Het is geen kostschool, waar 's morgens vroeg de gong gaat en iedereen zijn bed uit moet. Nee hoor, ik heb mijn eigen kamer en zet mijn eigen wekker. Op zes uur. Want ik wil op mijn gemak douchen en m'n haar doen en ik moet om acht uur op school zijn in het dorp.

Het is ook niet zo dat kinderen in een internaat altijd iets verkeerds hebben gedaan. Natuurlijk komt het voor dat jongeren wat geflikt hebben en daarom naar een tehuis moeten. Maar dat hoeft niet altijd aan henzelf te liggen. Het kan komen door de hele gezinssituatie, door de opvoeding of door de omgeving waar je woont. Mensen kijken altijd naar wat je fout doet. Maar ze zouden zich meer moeten afvragen waaróm je zo doet. Als ik eens woorden heb met de groepsleiding zeggen ze wel eens: 'Je zit hier toch niet voor je zweetvoeten'. Daar kan ik zó kwaad om worden. Alsof het míín schuld is dat ik hier zit.

Ik heb veel meegemaakt met mijn vader. Toen ik elf was, scheidden mijn ouders. Ik wilde geen contact meer met hem. Ik had zoveel woede naar hem toe. Ik reageerde het af op het gezin. Vooral op mijn moeder. Ik vond dat ze veel eerder bij hem weg had moeten gaan. Zelfs toen ze uit elkaar waren vond ze nog dat ik hem moest zien. 'Geef je vader nog een kans', zei ze. Maar ik wilde dat niet.

Ik ben de oudste thuis. Mijn moeder had zorgen en ik probeerde het leven voor haar makkelijker te maken door zelf een soort moeder te zijn, voor haar en voor mijn broertje en zusje. Alles in het gezin moest goed verlopen, daarvoor cijferde ik mezelf weg. Uiteindelijk kon ik het niet meer aan. Veertien was ik toen ik door de kinderrechter uit huis werd geplaatst.

Omdat er geen plaats was op een orthopedagogisch internaat zoals 't Wezeveld, heb ik eerst op andere adressen gezeten. Bij familie, in de crisisopvang, zelfs een keer in een gekkenhuis. Ik zat daar tussen psychisch zieke lui. Er was geen slaapplaats, dus kwam ik in een isoleercel naast een meisje dat iedere nacht probeerde zelfmoord te plegen.

Zo'n periode is verschrikkelijk. Je zit zo met jezelf in de knoop. Dan heb je juist vaste mensen om je heen nodig. Ik voelde me als een stuk vee dat van hier naar daar werd gesleept.

Ik zit nu sinds anderhalf jaar op 't Wezeveld. Hier gaat het goed. Er zijn vier leefgroepen op ons terrein. In mijn groep zitten tien jongeren, jongens en meisjes. We hebben een gezamenlijke leefruimte, maar ieder heeft zijn eigen kamer. Ik heb een hele mooie grote kamer. Als ik daar alleen ben voel ik me het meest thuis.

Ontbijten doen we niet gezamenlijk. Iedereen moet op verschillende tijden op school of werk zijn. De tafel is 's morgens wel al gedekt door de leiding. Er zijn steeds twee groepsleiders aanwezig, in wisselende diensten. Dat is wel eens lastig want de een hanteert de regels strenger dan de ander.

Ik ga naar een gewone mavo in Twello. Ik loop er 's ochtends heen met Heleen, een groepsgenootje dat ook bij mij in de klas zit. In de derde. Ik ben twee keer blijven zitten. Het laatste lesuur is om half drie afgelopen. Dan kletsen we altijd nog wat na met vrienden. Die wonen allemaal thuis bij hun ouders. Ze komen ook wel eens bij ons op het internaat langs, of ik ga met hen mee.

Ik vind het best moeilijk, te zien hoe anderen thuis wonen en een goede band hebben met hun ouders. Vooral die band met een vader heb ik altijd gemist. Ik ben niet jaloers ofzo. Ik zou niemand zijn gezin af willen pakken. Maar het doet wel pijn te zien hoe het bij anderen thuis gaat.

Met mijn moeder heb ik nu gelukkig wel een goede band. Dat wil ik zo houden, ik heb haar hard nodig. Nu zie ik in dat zij er ook niks aan kan doen. Zij is zelf ook slachtoffer van de situatie waarin wij leefden. Toch heb ik er van de zomer definitief voor gekozen niet meer terug naar huis te gaan. Ik zit nu vrijwillig nog een jaar op het internaat. Ik wil mijn school afmaken en daarna misschien kamertraining.

Het is zo gek dat terwijl je hier hard werkt aan jezelf - aan de hand van zo'n briefje met leerpunten - er thuis ondertussen niet veel verandert. Uit het onderzoek onder tehuisjongeren dat in Rotterdam is gepresenteerd blijkt dat dat ook een klacht is van veel jongeren. Niet zo gek dus dat het vaak weer botst als ze naar huis gaan en dat ze daarna wéér in de hulpverlening terecht komen.

'Thuis' is voor mij nog steeds in Zaltbommel bij mijn moeder, broertje en zusje. Maar ik weet dat het niet goed zal gaan als ik weer bij hen ga wonen. Juist omdat dáár niets is veranderd. Ik wil een stevig en goed contact met ze, maar met een beetje afstand. Ik ben nu zeventien, ik moet voor mezelf kiezen.

Het was een ontiegelijk moeilijke beslissing. Ik denk dat ieder tehuisjongere ernaar verlangt om gewoon bij zijn vader en moeder te wonen. Die zijn niet vervangbaar. Al proberen ze het nog zo hard, je krijgt van de leiding in een internaat nooit zoveel liefde en warmte. Wij zijn niet hun eigen kinderen. Wij zijn hun werk. Ze zijn wel heel betrokken met ons en zullen soms best om ons geven, maar het zal nooit 'thuis' zijn. Hoeft voor mij ook niet. Ik heb een moeder, die hoeft niemand te vervangen.

Als ik tegen drieeën van school kom staat de thee meestal klaar. Als ze tijd hebben toont de leiding even belangstelling voor wat je gedaan hebt. Ik ben veel op mijn kamer, soms komen er vrienden van school mee. In het begin waren ze nieuwsgierig, dachten dat het hier streng zou zijn enzo. Maar nu vinden ze het heel gewoon dat ik hier woon. Vrienden uit Zaltbommel kunnen zich er niets bij voorstellen. Af en toe mag er iemand een weekend komen logeren. Dan vraag ik mensen uit Zaltbommel, of mijn zusje.

Ik heb binnen het internaat niet zoveel vrienden, ik ken al zoveel mensen van school. Maar als je pas in een tehuis komt heb je wel heel veel aan de groepsgenoten. Iedereen heeft wel wat meegemaakt, je kan veel steun aan elkaar hebben. Ik heb veel steun aan Heleen. Zij is heel bijzonder voor me.

Om kwart voor vijf is het 'takentijd'. Je krijgt steeds voor een hele week een huishoudelijke taak. De hal stofzuigen, de groepsruimte opruimen, de was doen, tafel dekken of afwassen.

De avondmaaltijd gebruiken we wel gezamenlijk. Om half zes. Als je te laat bent krijg je een 'consequentie': een straftaak. Die krijg je ook als je 's avonds weg bent geweest en later dan de afgesproken tijd terug komt. Dan krijg je huisarrest. Dat kan een paar dagen of een week duren. Het is wel eens gebeurd dat iemand voor straf geen eten kreeg. Of geen toetje. Dat hangt van de groepsleider af. Sommigen zijn wat makkelijker dan anderen. Dat is irritant. Want je weet niet waar je aan toe bent.

Ik zeg er wel eens wat van. En dan zeggen ze dat ze het in een teamvergadering zullen bespreken. Ik merk er niets van. Ze zien het over het hoofd of hebben er geen tijd voor gehad.

De leiding zou ons meer serieus moeten nemen. Ze schuiven ook wel dingen af. Als je een probleem hebt moet je dat met je mentor bespreken, maar als je die over een week pas weer ziet? Of ze zeggen dat je met een groepsgenoot moet praten. Tegen anderen hoor ik ze ook wel zeggen: 'Ga maar naar Marion toe'. Ik ben toevallig de oudste op de groep.

Dinsdag in Rotterdam zei een groepsleider: 'Jongeren kunnen elkaar helpen want ze weten vaak beter dan wij van elkaar waar ze mee zitten'. Ja natuurlijk, omdat zíí niet naar ons luisteren.

Ik vond het wel leuk om bij de presentatie van 'Hoe (be)leven tehuisjongeren' te zijn. Er was een hele dag met speeches en discussies georganiseerd. 's Morgens spraken tehuisjongeren uit het hele land met elkaar. Later op de middag was er een discussie met misschien wel driehonderd mensen uit de jeugdhulpverlening.

Het was in het Maasgebouw in Rotterdam, dat zit tegen de Kuip aan. Tussen de middag hadden wij - er waren zo'n zestig jongeren - een rondleiding in het stadion gekregen en heel toevallig kwam opeens het eerste elftal van Feyenoord naar buiten om op het veldje tegenover het stadion te trainen. Ik ben helemaal gek van Gaston Taument. Dat vind ik zo'n stuk. Hij kwam vlak langs me, ik heb hem aangeraakt!

We zijn toen met een stel naar de training blijven kijken. Daardoor kwam ik te laat bij de presentatie van het rapport aan staatssecretaris Schmitz. Samen met nog drie andere jongeren zou ik op het podium vertellen wat we die ochtend met elkaar hadden besproken. Andrée van Es stelde de vragen. Toen ik de zaal binnenkwam was het allang begonnen, die andere drie jongeren zaten al op het podium, maar Van Es riep me er toch bij. 'Marion uit Twello' zei ze. Ik kreeg de kriebels, het was doodeng.

Maar ik vind het belangrijk dat mensen weten hoe wij leven en denken. Ik vind dat hulpverleners naar ons moeten luisteren en er zat daar een zaal vol. Door zo'n onderzoek en zo'n dag waar wij zelf ook bij mochten zijn, krijg ik toch wat meer vertrouwen dat er in de toekomst meer naar tehuisjongeren geluisterd gaat worden. Wij worden vaak zo over één kam geschoren.

Daarom schaam ik me soms om te zeggen dat ik in 't Wezeveld woon. Van de zomer bijvoorbeeld. Ik ging vakantiewerk doen bij een supermarkt. Het was leuk. Ze hadden een goede indruk van me, dacht ik. Ik wilde niet dat ze zouden weten dat ik in een internaat woon. Want dan zou het misschien anders worden en zouden ze misschien gaan denken: 'Daar is wat mee aan de hand'.

Na het avondeten is het studie-uur, van kwart over zes tot kwart over zeven. Iedereen gaat dan op zijn eigen kamer aan de slag met huiswerk. Er is een speciale studiebegeleider die kan helpen. Daarna ben je vrij de avond door te brengen zoals je zelf wil. Ik heb een vriend die vlakbij woont. Hij komt vaak op bezoek, blijft ook wel eens eten. Ik ga soms weg 's avonds of kijk met de anderen naar tv. Maar meestal zit ik boven op mijn kamer naar muziek te luisteren.

Om tien uur moeten we naar bed. Als je onder de vijftien bent al om kwart over negen. Erg vroeg, vind ik. Om half elf moeten de lichten uit, dan komt een groepsleider nog even bij iedereen langs.

Eens in de twee weken ga ik naar huis. Naar Zaltbommel. Maar als ik over een tijdje op kamers ga blijf ik wel in de buurt van Twello.''

mailIcon print |