*

 
dossier

Archief

Historie kerk - Israël is niet voor joodse ogen

Door: redactie − 19/05/95, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters KAMPEN - “Een boek om lering uit te trekken, maar niet bestemd en niet aan te bevelen voor joodse ogen. Men zou spoedig onwel worden van wat er driekwart van de afgelopen 120 jaar is gepresteerd”. Dit onverbloemde commentaar leverde de Portugees-joodse rabbijn Rogrigues Pereira gisteren bij de presentatie van het boek 'Een kerk op zoek naar Israël'.

Overigens zou het werk wèl verplichte kost moeten zijn voor christenen, meende Pereira - om er kennis van te nemen “waartoe religie en goedwillende principes kunnen leiden”. Verschillende auteurs beschrijven in het boek hoe de gereformeerde kerken, c.q. het deputaatschap voor 'Kerk en Israël' zich de afgelopen 120 jaar heeft verhouden tot de joden en hoe houding en denken zijn veranderd - van theologisch gefundeerd anti-judaïsme en onverholen 'jodenzending' tot bescheidener begrippen als 'gesprek' en 'ontmoeting' met Israël.

Hoe misselijkmakend de houding van de kerk tot aan de jaren zestig ook geweest moet zijn voor de joden, Pereira zei tòch de jodenzending wel te begrijpen. “Het is medelijden met mensen die niet zalig zouden kunnen worden.” Om er enigszins wrang aan toe te voegen: “Men ging tenslotte ook in de oorlog nog door met het redden van enkele zielen. Dat was kennelijk belangrijker dan vele lichamen”.

Pereira heeft in 1986 samen met de liberale rabbijn E. van Voolen de gereformeerde synode toegesproken over de 'zorgen en vreugden' van de joodse gemeenschap. De aanwezigheid van beide rabbijnen maakte destijds diepe indruk. Men werd zich opnieuw bewust van het jood-zijn van Jezus en van de joodse wortels van het christendom en bezag met schrik de eigen anti-joodse houding.

Ook gisteren, inmiddels negen jaar later, kon men een speld horen vallen toen Pereira en daarna Van Voolen het woord namen. Laatstgenoemde vond het “dapper en buitengewoon ontroerend” dat de gereformeerden deze beschamende geschiedenis zo eerlijk vertellen in het boek. Hij noemde dat een voorbeeld van 'tesjoewa' - 'tot inkeer komen'.

De filosoof prof. dr. E. H. van Olst reageerde op het boek met vreugde over “de bewustwording van de kerk, over het zich ontworstelen aan de blikvernauwing die ongeveer zo oud is als de kerk”. Tegelijk was hij nog niet vrij van schaamte, bij voorbeeld over de gereformeerde opvatting “dat het jodendom bestreden moest worden als een valse religie”.

Kritische bezinning op christelijke denkbeelden blijft volgens Van Olst overigens nodig in gereformeerde kring, want volgens hem “blijkt menig kerklid er nog verontrustende denkbeelden op na te houden”.

mailIcon print |