De kiezer keert zich af van de provincie. Minister van binnenlandse zaken Bram Peper was geschokt na de lage opkomst. De Nederlandse bestuursinrichting is toe aan een onderhoudsbeurt concludeert hij.
Hoe anders is het gesteld met het imago van de tegenwoordige provinciale en gedeputeerde staten. Veel leden van die colleges leiden een tamelijk anoniem bestaan. Dankzij de toevoeging 'provinciale' weten kiezers de provinciale staten nog wel in verband te brengen met de provincie. Maar dat gedeputeerde staten daar ook nog iets mee te maken hebben, is al een stuk minder makkelijk te traceren. Laat staan dat het de kiezer duidelijk is wat ze in die twaalf provinciehuizen allemaal uitspoken.
Toch hebben de provincies flink wat taken. Ruimtelijke ordening (het maken van streekplannen), milieubeleid, verkeersvoorzieningen, recreatie, de bescherming van natuur en landschap horen ertoe, evenals zorgen voor een evenwichtige spreiding van ziekenhuizen en verzorgingstehuizen, de verantwoordelijkheid voor de rampenbestrijding, het uitvoeren van waterstaatswerken, het toezicht op de waterschappen en op de gemeenten.
Genoeg onderwerpen, zou je zeggen, waarbij politieke keuzen moeten worden gemaakt, die dus interessant zouden moeten zijn voor de kiezers. Maar de provincies hebben de grote handicap dat ze vrijwel onzichtbaar zijn tussen aan de ene kant de gemeenten, waar het bestuur veel dichter bij de burger staat, en aan de andere kant de centrale overheid, waar de grote politieke kwesties worden uitgevochten.
De onbekendheid met en de betrekkelijke onverschilligheid jegens het provinciebestuur zorgen dan ook al jaren voor een droevig stemmende opkomst bij de verkiezingen voor de provinciale staten. Ging die tussen '71 (afschaffing opkomstplicht) en '78 nog omhoog tot zelfs 79 procent, daarna lieten steeds meer kiezers het afweten. Vier jaar geleden was het al schrikken geblazen toen nog maar de helft van de kiezers de moeite nam om naar de stembus te gaan.
Dat het nog slechter kon, bewees afgelopen woensdag met een historisch dieptepunt van 45,7 procent. Slechts het Europees parlement, voor het gevoel van de burger wel heel erg ver weg in Straatsburg en nog steeds druk op zoek naar een eigen identiteit tegenover de Europese Commissie, overtreft dat record met een opkomst van 35,6 procent in 1995. De discussie over de rol van de provincie is dan ook direct losgebarsten.
Niet voor het eerst. Pogingen om de bestuurlijke organisatie van Nederland te verbeteren, waarbij steeds vooral werd gekeken naar de kommervolle positie van de provincie, hebben de afgelopen decennia een bonte stoet aan voorstellen opgeleverd. Maar niet één heeft het gehaald. Alle pogingen tot vernieuwing sneuvelden door politieke tegenstellingen en effectieve lobby's van provincies en gemeenten.
Zo was er het voorstel om tussen de provincies en de gemeenten een vierde bestuurslaag te schuiven van 44 gewesten. Er was een plan voor 26 kleinere provincies, voor 24, en later voor 17. Uiteindelijk ging de teller slechts van elf naar twaalf door de vorming van Flevoland. Nog onder het eerste paarse kabinet is een poging gedaan enkele stadsprovincies te creëren.
Ook de huidige minister van binnenlandse zaken, Peper (PvdA), is ervan overtuigd dat de bestuurlijke inrichting van Nederland, de provincies daarbij inbegrepen, aan een forse onderhoudsbeurt toe is. Volgens hem is Nederland een verwarrende bestuurlijke lappendeken. ,,Dan praat ik weer eens met gemeentebesturen, dan weer eens met provincies en dan weer met een vertegenwoordiging van een landsdeel'', verzuchtte hij deze week in de Tweede Kamer.
Volgens hem raakt de kiezer op die manier ook het spoor bijster. De minister toont zich een dag na de statenverkiezingen 'geschokt' door het grote percentage thuisblijvers. Peper wil snel uitgezocht hebben waarom zo veel kiezers woensdag niet zijn opgekomen.
Zelf heeft hij daarvoor wel al een deel van een verklaring: ,,Provinciale staten vormen een vrijwel onzichtbare bestuurslaag. We leven in een tijd waarin personen en de machtsvraag steeds belangrijker worden. De provinciale staten vormen nog een traditionele bestuurslaag, waarin de kiezer onder de 50 jaar zich niet meer herkent.''
Volgens Peper wordt een bestuur interessanter voor de kiezer naarmate het meer geld en bevoegdheden krijgt. Hij denkt in de richting van sterke gemeenten, met daarboven een bestuurslaag om op een doorzichtiger manier dan nu gebeurt zaken te regelen die het territoir van een gemeente te buiten gaan. De nationale overheid zou zo klein mogelijk moeten zijn.
De Brabantse gedeputeerde Van Geel, CDA-lijsttrekker in zijn provincie, zal met ongeduld wachten op voorstellen van de minister. Het is de vraag of ze voor hem nog op tijd komen. Nog twee keer een slechte opkomst, zei Van Geel voor de statenverkiezingen, en het voortbestaan van de provincies als bestuur zou maar eens ter discussie moeten worden gesteld. Als de kiezer er toch niks mee te maken wil hebben, kunnen de provincies misschien maar beter ambtelijke uitvoeringsinstanties worden, zonder politiek mandaat. De eerste stap op de route die Van Geel schetst, hebben de kiezers woensdag al gezet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.