Regie: Frank van Passel. Met Frank Vercruyssen, Antje de Boeck en Ann Petersen. Te zien in Amsterdam -Cinecenter, Nijmegen -Cinemariënburg en Tilburg - Cinecitta.
Ook de jonge Vlaamse filmkunstenaars lijken geobseerd door 'geboren verliezers'. Zo maakte Dominique Deruddere enkele jaren geleden veel indruk met 'Crazy Love', een tragi-komische vertelling over een verlegen jongen wiens leven verziekt werd door zijn weerzinwekkende puistenkop.
En nu overrompelt Frank van Passel de filmwereld weer met zijn al vele malen bekroonde debuut 'Manneken Pis', waarvoor hij zelf het scenario schreef. Ook deze film gaat, toeval of niet, over een verlegen knaap wiens leven van A tot Z bepaald wordt door het noodlot.
Op een avond maakt de twaalfjarige Harry met zijn broertje en ouders een vrolijk ritje in een net gekochte auto. Wanneer Harry heel nodig moet plassen, komt de auto midden op een spoorwegovergang tot stilstand. Als het joch zich van zijn last ontdoet, wordt de auto met daarin zijn vader, moeder en broertje gegrepen door een aanstormende trein.
Zestien jaar later verlaat Harry (Frank Vercruyssen) het weeshuis om in Brussel een eigen leven op te bouwen. Echt goed is hij daartoe niet uitgerust. Het ongeluk spookt nog door zijn hoofd en verlamt nog steeds zijn levenslust. Harry is door alles wat hem overkwam een contactschuwe en passieve man geworden. Toch begint hij vol goede moed aan zijn nieuwe avontuur.
Hij betrekt een sjofel kamertje in een bouwvallig huurkazerne waar de potige en volkse conciërge Denise de scepter zwaait, gaat als kok werken in een soort gaarkeuken en begint zelfs een schuchtere vrijage met de ook in de huurkazerne wonende trambestuurster Jeanne (Antje de Boeck).
Maar ja, het leven van Harry is nu eenmaal gedoemd te mislukken. Van alle mooie zaken die zich even aandienen zal helemaal niets terechtkomen. Aan het eind van 'Manneken Pis' wordt er weer een auto door een trein gegrepen en weer zit daar iemand in die veel voor Harry betekent.
Van Passel heeft zijn tragi-komedie prachtig vormgegeven. De bijna altijd in het schemer-duister gehulde binnen- en buitenlocaties druipen van de Vlaamse 'tristesse'. Voortdurend heb je het gevoel te kijken naar een Vlaamse variant van een Franse film noir uit de jaren veertig; zo'n in en in trieste, aan de zelfkant van het stadsleven spelende film waarin mensen die geen meester zijn over hun harstochten slechts 's nachts tot leven komen en altijd en eeuwig door stortregens gegeseld worden.
De het leven verlammende Vlaamse 'tristesse' spreekt ook uit de personages. Vercruyssens Harry is een indrukwekkende tragische clown, die voortdurend je hart breekt. Ann Petersen imponeert als de volkse Denise, die zich met flair door het leven lijkt te slaan, maar van binnen verteerd wordt door het verdriet om haar overleden man. Antje de Boeck tenslotte zorgt voor een onvergetelijk volksmeisje van dertien in een dozijn: ze wil wel, maar heeft te weinig in huis om ook te kunnen.
De debuterende Van Passel heeft nog veel meer in zijn mars. Zo weet hij heel subtiel voelbaar te maken dat het tragische, komische en absurde dicht bij elkaar liggen. Ook heeft hij de moed om weinig te monteren en geen malle fratsen met de camera uit te halen. Dat er met Van Passel een groot filmtalent is opgestaan, blijkt ook wel uit het feit dat hij met objecten verhalen kan vertellen en emoties weet over te dragen. Wat er bijvoorbeeld gebeurt met de gouden dansschoenen die Harry aan Jeanne cadeau geeft, is een film in een film.
Verleden week 'Zusje' en nu 'Manneken Pis'; je zou haast gaan geloven dat het weer goed gaat met de Nederlandstalige speelfilm.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.