*

 
dossier

Archief

Mickey Huibregtsen, managing partner bij McKinsey

Door: redactie − 05/09/97, 00:00

“Wij zijn echt niet uit op het hoogste nationaal inkomen per hoofd ter wereld. Maar als de overheid maatregelen neemt die dat inkomen drukken, moet ze dat wel weten en daarvoor kiezen.

Wij zien schrikbarend veel gebrek aan kennis en inzicht. De meeste Kamerleden denken dat werkgelegenheid eindig is. Dat is onzin. Als de prijs van diensten maar genoeg zakt is de hoeveelheid werk eindeloos. In Nederland hebben we eenvoudig werk verketterd. Dat is het probleem. Veel maatregelen zijn goed bedoeld. Ze dienen om burgers of werknemers te beschermen. Maar ze frustreren het proces van vernieuwing, dat banen en groei oplevert. Het is juist de opgave van de overheid daar oog voor te hebben.

Onze raming van de mogelijke groei houdt ruimte voor de prioriteiten die typisch zijn voor de Nederlandse samenleving. U moet niet denken dat wij zonder enig sociaal gevoel tot conclusies komen. Ik zou er zelf bijvoorbeeld rustig 10 procent inkomen voor over hebben, en ik denk de meerderheid in dit land, als de deur niet meer op slot hoeft.

We kunnen ons wel enorm afzetten tegen economie als leitmotiv, maar dan vergeten we dat veel maatschappelijke verworvenheden hun basis daarin vinden. Schiphol is een mooi voorbeeld. Dat is een goed debat waard. Stel dat je de opbrengst van de extra groei die daar mogelijk is verdeelt over de mensen die er hinder van hebben, wat zouden die dan doen? Misschien zou je ze niet meer horen. Onze universiteiten zitten op niveau nul als gevolg van de democratie en de zorg voor medemensen. Nederland, kennisland: dat moet dus van diep komen.

Nederland heeft de pech dat ze zich begin jaren zeventig als eerste zorgen maakte over de afbraak van de werkgelegenheid. Er zijn toen allemaal dijken opgeworpen. Uit goed bedoelde zorg. Maar dan vormt zich achter die dijken een stuwmeer. Zo hielden we het natuurlijke proces van vernieuwing tegen.

Met de overheid is het net als met ouders die een kind opvoeden. Het gaat om het evenwicht tussen zorgen voor en leren op eigen benen te staan. Vooral dat tweede betekent ook wel eens huilen natuurlijk, maar je moet het doen om het kind zichzelf te laten ontwikkelen. Bij de overheid is er dan altijd wel een Tweede-Kamerlid die 'het zo zielig vindt'. Mag een kind dan nooit huilen? Als je alles voor hem regelt, wordt ie ook niet gelukkiger.''

mailIcon print |