*

 
dossier

Archief

Boekenbal 1997: reusachtige religieuze kinderkamer

GOTTFRID VAN ECK − 20/03/97, 00:00

De auteur is missionair werker van de SoW-kerken (Apeldoorn) en muzikant.

Het hele 'Mijn God'-programma had een balorig karakter. Ds. Gremdaat - alter ego van Paul Haenen - had het over goddelijke ingevingen tijdens het kopen van andijvie bij de groenteboer. Vier mannelijke backing-vocals van Jomanda (de Blue Maria's) liepen in processie met enorme crucifixen door de gangen. Biechten in de biechtstoel, bidprentjes maken, dominosteen-lezen of chakra healen, het kon allemaal in De Kathedraal. Een religieus ligconcert met zweverige bubbelbadmuziek was er voor de Zichzelfzoekers in Novelle Age (een soort New Age tempeltje). Dansen kon in de Relipoptempel, compleet met lasershow, waarbij soms het licht bij iemand doorbrak. Dit zweterige geheel werd verder bevochtigd met trappistenbier uit de Romanse Abdij of met hemelse champagne die je als vanzelf stuwde naar Het Paradijs vol swingende bedevaartgangers. Alle zalen van de schouwburg waren bovendien volgepropt met multi-religieuze parafernalia, van mariabeeldjes en schilderijen van schrijvende godenzonen en -dochters tot glimmende boeddha's. Dat gaf het boekenbal de aanblik van één reusachtige religieuze kinderkamer voor het publicerende volkje.

Wie dit ook maar één moment serieus neemt, is een wereldvreemde zonderling. Of je dit reli-bal nu mijdt als de ziekte en bekritiseert vanwege zijn vermeende blasfemische karakter (zoals RPF-voorman Leen van Dijke) of dat je dit bal weliswaar bezoekt, maar geen echt contact weet te maken met deze goddelijke happening (zoals Antoine Bodar). Ik heb de heer Bodar zelfs even aangesproken en voelde in eerste instantie een lichte aandrang hem te vragen wat een goed katholiek als hij hier nu allemaal van vond. Ik ben blij dat ik dat niet heb gedaan, want het had tot eenzelfde nuffig-vrome getuigenis geleid als zijn Open brief aan God. Op een boekenbal gaat het echter niet om contact maken, maar om to see and being seen.

Verder gaat het alleen maar om een feestje. IJdelheid dus, om met een bijbels woord te spreken. Niet als rechtzinnige veroordeling, maar als luchtige constatering dat het hier enkel gebakken lucht betreft (zoals het Hebreeuwse grondwoord 'hèbèl' = zuchtje, ademtocht, ook aangeeft). Alles onder het mom: lachen mag van God. Of, om met Harry Mulisch te spreken: dit boekenbal is een grote grap. Met zulke feesten is niks mis. Daar moet je spelen, eten en dansen, niet flaneren om een dag later je pen in vrome inkt te dopen.

Het enige punt van gelijk van Antoine Bodar is dat het Boekenbal '97 niks met God te maken heeft. Net zo goed als het alle gelovige en niet-gelovige schrijvers en uitgevers die meedrijven op deze kortstondige reli-hype niet gaat om een godsdienstige revival. Inderdaad: koopmansgeest, zoals iemand onlangs schreef. Ook daar is niks mee. De enige vraag die je je misschien kunt stellen, is deze: weten kerken en kerkelijke prelaten op een goede en creatieve wijze in te spelen op deze Godgolf? Of verschansen zij zich in wollige meditaties, strakke belijdenissen en profetisch onweer?

Een voorbeeld van hoe het ook kan. Ik was zaterdag 15 maart intensief betrokken bij 'Mijn God in Apeldoorn', een creatief en spiritueel evenement met vier onderdelen. Ten eerste een symposium voor de denkers: een lezing van Nico ter Linden met daarna allerlei workshops (God en symbolen, God en muziek, God op de werkvloer, God en beeldende kunst). Vervolgens een expositie voor de creatievelingen: iconen, werk van professionele kunstenaars, van scholieren en een multiculturele schildersgroep. Dat leverde zeer verrassende Godsbeelden op, vooral van de middelbare scholieren. Ten derde een poëzieconcert met Huub Oosterhuis en speciaal rondom het thema 'Mijn God' gemaakte gedichten van scholieren, omlijst met prachtige muziek in een bomvolle Mariakerk. Als afsluiting van de dag was er nu een indrukwekkend en integer toneelstuk, 'Altijd november', van Theaterwerkplaats Ode, waarin een vrouw op zolder wacht tot ze God ontmoet. Gezien de gesprekken na afloop had het vele bezoekers geïnspireerd en geraakt.

Deze weg lijkt me beter begaanbaar. In plaats van 'heidenen' te confronteren met preken of meditaties vanuit het zeurchristendom is het beter hen uit te dagen en te prikkelen met goed theater, mooie poëzie, inspirerend beeldend werk en een goed verhaal over God. Want er wordt over God inderdaad ook veel onzin beweerd.

Mensen gaan natuurlijk niet direct en spontaan in God geloven door zulke activiteiten. Daar waren ze niet voor bedoeld. Ze waren vooral bedoeld om te laten zien dat de christelijke traditie vandaag op een veelkleurige, kwalitatief goede en inspirerende wijze vormgegeven kan worden. Dat kan bovendien een goede weg zijn om opnieuw in gesprek te komen met je eigen tijd en met moderne Godzoekers.

mailIcon print |