*

 
dossier

Archief

EU-Commissaris Van den Broek wil verlammend vetorecht beperken

Door: redactie − 27/01/97, 00:00

Van onze parlementsredactie AMSTERDAM - In de Europese Unie moet de weg worden vrijgemaakt voor besluitvorming bij meerderheid over het gemeenschappelijk buitenlands beleid. Daarbij zouden de kleine landen moeten accepteren dat Duitsland, Frankrijk en Engeland een groter stemgewicht krijgen.

In ruil daarvoor zullen de grote landen meer 'Europees' moeten optreden dan nu. Meerderheidsbesluiten zouden alleen door een vetorecht kunnen worden getroffen, als dat minstens door twee grotere landen wordt uitgeoefend.

Deze 'persoonlijke bespiegeling' bracht Europees commissaris Van den Broek zaterdag naar voren op een conferentie van de Europese Beweging in Amsterdam. Op dit moment moet in de Europese Unie met eenstemmigheid over het buitenlands beleid worden besloten. De vijftien lidstaten hebben elk vetorecht. Joegoslavië

Dit verlamt gemeenschappelijk optreden, zoals onder meer bleek tijdens de crisis in voormalig Joegoslavië. Dit heeft tot gevolg dat de grote lidstaten de neiging hebben om buiten de Europese Unie om met elkaar zaken doen. Zij nemen hun toevlucht tot directorium-constructies, waarbij de kleine landen nakijken hebben. Zo vormden zij tijdens de Joegoslavië-crsis een contactgroep, aldus Van den Broek.

Om hieraan een einde te maken moet volgens Van den Broek het principe van besluitvorming bij meerderheid worden doorgevoerd. De 'onmiskenbaar grotere invloed van de grootste lidstaten' zou kunnen worden vertaald in een groter stemgewicht. Uitoefening van het vetorecht kan worden bemoeilijkt door te bepalen dat het door minstens twee grotere landen moet worden gesteund. Het voordeel voor de kleine landen is dat zij meer dan tot nu toe via de meerderheidsbesluiten invloed kunnen uitoefenen.

VVD-fractieleider Bolkestein ziet weinig in het idee van Van den Broek. Tijdens een debat tussen de fractieleiders van de vier grote partijen zei Bolkestein dat er weinig zal veranderen: “Als Frankrijk, Engeland en Duitsland het eens zijn dan is er één buitenlandse politiek. Als ze het niet eens zijn dan niet. Als dat zo is dan moet Nederland het wapen van het vetorecht niet opgeven.” Voor Bolkestein valt over het opgeven van het vetorecht nog te praten, als Engeland en Frankrijk hun plaats in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zouden willen opgeven ten gunste van een Europees vertegenwoordiger.

De fractieleiders Wallage (PvdA) en Wolffensperger (D66) en CDA-vice-fractieleider De Hoop Scheffer (die de zieke Heerma verving) vonden dat Nederland niet zo moet hechten aan het vetorecht. Volgens Wolffensperger is het gebruik van het vetorecht feitelijk nu al beperkt tot de grote landen. Bovendien zit in elk Europees besluit meestal voor elk land wel een voordeel, hetgeen uitoefening van het vetorecht bemoeilijkt. Ook volgens De Hoop Scheffer bereikt Nederland niets met het vetorecht. Wallage hamerde eveneens op het belang van één gemeenschappelijk buitenlands beleid. Dan zou Europa niet hebben gefaald op de Balkan, meende hij.

mailIcon print |