Dit Indonesische groentegerecht past bij allerlei kip-, vlees- of visgerechten. U kunt er het best verse sperziebonen voor nemen, want die zijn wat smakelijker en vooral wat steviger dan die uit blik. Bovendien is het de bedoeling dat ze wat knapperig blijven.
De gedroogde garnalen zijn te koop bij de toko. Het zijn kleine garnaaltjes met een sterke, geconcentreerde smaak en ze kunnen in heel veel gerechten dienen als smaakmakers. Voor gebruik moeten ze altijd eerst een kwartiertje wellen in een beetje water.
Benodigdheden voor vier personen:
800 gram sperziebonen, 25 gram gedroogde garnalen, 1 flinke ui, 2 teentjes knoflook, 1 rode peper, stukje laoswortel (2 cm), 1 serehstengel, 1/2 theelepel trasi, 2 salambladeren, 2 theelepels bruine suiker, 60 gram santen, 2 theelepels tamarindepasta, 2 eetlepels olie.
De gedroogde garnalen in een schaaltje met een paar eetlepels water laten wellen. Van de sperziebonen de punten afsnijden, eventuele draden verwijderen en de bonen doormidden breken. De sperziebonen wassen in koud water en uit laten lekken. De ui en de teentjes knoflook klein snijden. De rode peper fijnhakken. De laoswortel schillen en in plakjes snijden. Verhit de olie in een pan en fruit hierin de ui en de knoflook op een laag vuur goudgeel.
Voeg de rode peper, laos, sereh in stukken, trasi en salambladeren toe. Even laten meefruiten en dan de gewelde garnalen erdoor roeren. De sperziebonen toevoegen en even door het kruidenmengsel scheppen. Een kwart liter heet water erbij doen en aan de kook brengen. De bruine suiker en de santen al roerend hierin oplossen. De tamarindepasta toevoegen en met een deksel schuin op de pan de sperziebonen in ongeveer tien minuten gaar laten worden. Verwijder laos, sereh en salambladeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.