Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - “Auschwitz kan niet en mag niet iets anders zijn dan een eenmalig dieptepunt uit de geschiedenis van onze mensheid. Maar dan moeten we ook elke dag alert blijven en niet het kleine kwaad bagatelliseren of grote misdaden tegen de menselijkheid elders als ver van ons bed beschouwen.”
Dat zei de Amsterdamse burgemeester S. Patijn gisterochtend bij de 51ste herdenking van de bevrijding door de geallieerden van het Duitse concentratiekamp Auschwitz in Polen op 27 januari 1945.
Patijn citeerde uit een proefschrift dat afgelopen week werd verdedigd aan de Universiteit van Amsterdam naar de motieven van ruim honderd plegers van genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog. De conclusie luidde dat daders vooral werden gedreven door opportunisme; niet uit ideologische gedrevenheid. Volgens Patijn hebben echter maar weinigen behoefte aan een verklaring van het gedrag van de beulen en de breinen. “Het onverklaarbare, onbegrijpelijke dat in Auschwitz gebeurde, is nimmer te bevatten.”
Enige honderden mensen namen deel aan de stille tocht van het Amsterdamse stadhuis naar het Auschwitz-monument in het Wertheimpark. Onder hen waren opvallend veel gezinnen en jongeren. Anders dan andere oorlogsherdenkingen is de Auschwitzherdenking bovenal een joodse herdenking van de Nazi-terreur waaronder zes miljoen joden omkwamen.
Na de woorden van Patijn bad rabbijn Sonny Herman van de liberaal-joodse gemeente het Jizkor en Kaddisj, het gebed voor de doden. Vervolgens werden er bloemen bij het monument gelegd door het Nederlands Auschwitz Comité, minister Borst namens het kabinet, burgemeester Patijn en raadslid Robbers namens het Amsterdams gemeentebestuur, de ambassadeurs van Duitsland, Israël en Polen en leerlingen van de Sint Anthoniusschool uit de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt (de vroegere jodenbuurt) die het monument hebben geadopteerd. Daarna maakten de andere aanwezigen de gang langs het monument.
Bij de reünie 's middags van oud-kampbewoners in congrescentrum RAI kreeg de Flevolandse commissaris van de koningin H. Lammers het eerste exemplaar aangeboden van het boekje 'Ver weg en toch zo dichtbij'. Daarin beschrijven twaalf schoolkrantredacteuren hun reis in april vorig jaar naar Auschwitz, samen met twaalf overlevenden.
Minister Borst van volksgezondheid toonde zich op de reünie ingenomen met het initiatief van filmregisseur Steven Spielberg om persoonlijke getuigenissen van overlevenden van de holocaust vast te leggen. De informatie wordt opvraagbaar via Internet en is gericht op jongeren. Borst prees het project als een goede methode om jongeren op de hoogte te brengen van wat er in de oorlog is voorgevallen.
Niet alleen in Nederland zijn dit weekeinde de Nederlandse slachtoffers van de Nazi-bezetting herdacht. In het Duitse Osnabrück klonken zaterdag de namen van zestig Nederlandse dwangarbeiders. Ze kwamen om in het strafkamp Ohrbeck tussen begin 1944 en het eind van de oorlog. In Ohrbeck waren tenminste vijfhonderd Nederlanders als dwangarbeider te werk gesteld. Ze moesten puinruimen en lijken bergen in het zwaar gebombardeerde Osnabrück of ze werkten in de hoogovens van de staalfabrieken van Klöckner in Georgsmarienhütte. De herdenking vond plaats in het kader van de eerste Duitse gedenkdag voor Nazi-slachtoffers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.