*

 
dossier

Archief

Tsjechische regering wil meeste joodse bezittingen houden

HENK HIRS − 16/02/94, 00:00

PRAAG - “Huichelarij” noemde de Praagse opperrabbijn Karel Sidon de stap van de Tsjechische regering om bij het indienen eind januari van een wetsvoorstel over de teruggave van joodse bezittingen ook een wijziging in het voorstel aan te brengen die de hele kern ervan weer onderuit haalt.

Meer dan twee jaar is er over de teruggave onderhandeld en toen lag er een lijst op tafel van 202 gebouwen die voor de tweede wereldoorlog van de joodse gemeenschap in Tsjechie waren en die teruggegeven zouden worden. Maar in de uiteindelijke kabinetszitting over deze zaak slaagde de grootste regeringspartij, de Burgerlijk Democratische Partij (ODS) van premier Vaclav Klaus, er alsnog in een cruciale verandering aan te brengen in het voorstel.

Hij kreeg voor elkaar dat synagogen en andere gebouwen, die niet langer voor religieuze doeleinden worden gebruikt en inmiddels eigendom zijn van locale overheden, buiten de regeling vallen. Dan praat je over maar liefst 170 van de 202 objecten - allemaal gebouwen die in het kader van de grootscheepse privatisering in 1991 door de centrale overheid zijn overgedaan aan locale autoriteiten.

Onrecht

In plaats van een beperkt herstel van het onrecht dat de joodse gemeenschap is aangedaan door het anti-semitisme van fascistische en communistische zijde, leidt de wet zo tot een nieuwe legalisering van dat onrecht, vindt opperrabbijn Sidon.

“Ook het oorspronkelijke wetsvoorstel was natuurlijk een compromis”, zegt Michal Borges van 'Matana', de instelling die een aantal gebouwen en andere bezittingen van de joodse gemeenschap in Praag beheert. Het is nauwelijks na te gaan wat de joodse gemeenschap voor de tweede wereldoorlog allemaal precies bezat. In de meeste steden en dorpen leven allang geen joodse burgers meer bij wie dat valt na te vragen.

Van de ruim 110 000 Tsjechische joodse burgers van voor de oorlog, kwamen er meer dan 70 000 om in de holocaust. De rest vertrok in twee grote emigratiegolven in 1949 en 1969 naar Israel. Nu leven er nog enige duizenden joden in Tsjechie (de meesten in Praag) waarvan er tweeduizend officieel lid zijn van de joodse gemeenschap.

Ook de kadasters in Tsjechie verkeren, is Borges' ervaring, in zo'n slechte staat en werken zo bureaucratisch, dat je daar niet veel wijzer van wordt. “We waren tevreden met de lijst van 202 bouwwerken. Dan zouden we in ieder geval de belangrijkste gebouwen terugkrijgen en met de economische exploitatie van een deel ervan ook geld kunnen overhouden om andere gebouwen en de vele verwaarloosde joodse kerkhoven op te knappen.”

De diverse culturele, sociale en andere instellingen die in veel gebouwen zijn gehuisvest - in een synagoge zit een brandweermuseum, in een aantal andere een warenhuis of een markt - hoeven van Borges niet perse weg. Daarover valt te praten, verzekert hij, als wij de gebouwen maar weer in ons bezit krijgen.

'Uitgestorven ras'

Kritiek heeft hij ook op een andere bepaling in het wetsvoorstel waardoor verhinderd wordt dat de schatten van het Joodse Museum in Praag zonder meer door de staat aan de joodse gemeenschap worden teruggeven. Dat museum is het grootste in zijn soort in Europa. Het is in 1909 door de joodse gemeenschap gesticht. De nazi's hebben er een groot aantal geroofde objecten aan toegevoegd omdat ze er een 'museum van een uitgestorven ras' van wilden maken en vervolgens kwam het in bezit van de communistische staat.

De joodse gemeenschap vindt dat zij de geeigende instelling is om deze culturele erfenis te beheren, maar de regering Klaus wil een aparte stichting als opzichter aanstellen.

Alleen over de bepaling dat privebezittingen van joodse burgers die door de nazi's zijn onteigend zullen worden teruggeven, is de gemeenschap tevreden. Tot nu toe waren die eigendommen uitgezonderd van de Tsjechische teruggave-regelingen, die na de revolutie van 1989 tot stand kwamen.

Sudeten-Duitsers

Er werd steeds van uitgegaan dat alleen bezittingen konden worden teruggegeven, die de communisten zich hadden toegeeigend na hun machtsovername in 1948.

Op die manier wilde de Tsjechische regering voorkomen dat ook de twee miljoen Sudeten-Duitsers die na 1945 uit Tsjechie zijn verdreven, hun in beslag genomen bezittingen zouden opeisen. De regering heeft zich dan ook gehaast om te verklaren dat de uitzondering inzake joodse eigendommen niet als precedent mag worden beschouwd. Het gaat hier, zo is de redenering, om goederen die volgens decreten van de toenmalige regering Benes al tussen 1945 en 1948 hadden zullen worden teruggeven - een proces dat door de communisten werd stilgezet zodra zij aan de macht kwamen.

Ik geloof absoluut niet dat de koppige houding van premier Klaus iets te maken heeft met anti-semitisme, benadrukt Borges. Daarom voelt de joodse gemeenschap in Praag er ook weinig voor om er een grote zaak van te maken en de steun van bij voorbeeld het Joodse Wereldcongres in te roepen.

Katholieke kerk

Het is een puur binnenlandse politieke aangelegenheid die alles te maken heeft met het volkomen vastgelopen debat over teruggave van de bezittingen van de katholieke kerk. Ook aan de katholieke gemeenschap wil de Burgerlijk Democratische Partij (ODS) van premier Klaus slechts een beperkt deel van voormalige bezittingen teruggeven - alleen die gebouwen die voor religieuze doeleinden worden gebruikt. De twee kleinere rechtse regeringspartijen, de Christen Democratische Unie (KDU) en de Burgerlijk Democratische Alliantie (ODA) willen echter ook de meeste landerijen, bossen en andere economische objecten teruggeven, die al door de regering Benes direct na 1945 zijn genationaliseerd.

De regeringscoalitie is door de voortslepende ruzie over dit punt, sterk onder druk komen te staan. Premier Klaus vreest dat tegemoetkomen aan de joodse wensen betekent dat hij ook moet toegeven aan de katholieke kerk. Uiteraard is het niet zo verwonderlijk dat de katholieke kerk en de KDU en ODA op hun beurt de joodse gemeenschap ondersteunen.

Later deze maand moet het Tsjechische parlement over de kwestie een besluit nemen en Borges is er niet al te optimistisch over. Ook de oppositie is over de kwestie verdeeld en premier Klaus is bijzonder koppig. “Maar als we maar dertig gebouwen krijgen, zullen we daar niet mee akkoord gaan, dan moet er opnieuw onderhandeld worden”, aldus Borges. “We hebben al 50 jaar gewacht, daar kan nog wel een jaar bij.”

mailIcon print |