*

 
dossier

Archief

En natuurlijk heeft de winnaar gewonnen

JOOP VAN HOLSTEYN; RUUD KOOLE − 07/05/98, 00:00

Op de vooravond van Kamerverkiezingen vindt de ultieme confrontatie plaats. Kok, Bolkestein, De Hoop Scheffer, Borst en ook Rosenmöller treffen elkaar in een slag om de zwevende kiezers. Zo'n 20 procent van de kiesgerechtigden, naar verluidt.

Wat de electorale effecten van een dergelijk debat betreft kunnen twee soorten worden onderscheiden. Allereerst kunnen er directe effecten zijn: kijkers laten zich door een der sprekers overtuigen en besluiten op zijn of haar partij te stemmen.

Uit onderzoek blijkt dat deze directe effecten klein zijn. Van veel groter belang zijn de indirecte effecten. Dat zijn de effecten die ontstaan als gevolg van de berichtgeving over het debat. Deze berichtgeving, bijvoorbeeld in de krant daags na het debat, leidt tot een bepaald beeld van het debat, de goede en slechte zetten van de spelers, en het uiteindelijke oordeel. Pas op basis van dit beeld en oordeel zouden kiezers tot een keuze komen.

Juist omdat indirecte effecten van zo groot belang zijn, kent men in Amerika al enige tijd het verschijnsel van de 'spin doctors'. Dat zijn bij een partij horende mensen die pal na afloop van het debat op jan en alleman, maar vooral op invloedrijke journalisten, inpraten. Ze tonen zich enthousiast over het optreden van 'hun' kandidaat, wijzen nadrukkelijk op de sterke punten van zijn verhaal en leggen uit dat die ene misser helemaal geen misser was. Dit alles in de hoop dat de eigen kandidaat een goede pers krijgt.

In Nederland staan de spin doctors nog in de kinderschoenen. Nederland kent pas sinds een paar dagen een super-spinner: Maurice de Hond. Hij was het die een uur na afloop van het debat kon aangeven wie het waar en hoe goed of slecht hadden gedaan. Het was ook De Hond die, in een wolk van wetenschappelijkheid en objectiviteit gehuld, de winnaars en verliezers wist aan te wijzen. En dus opent de Volkskrant de volgende morgen met 'Kok wint, De Hoop verliest debat'. En opent Trouw met 'Kok wint volgens kijkers het lijsttrekkersdebat'. Iemand in dienst van de PvdA had niet voor een betere berichtgeving kunnen zorgen. Maar De Hond is niet in dienst van de PvdA. Hij presenteert zich als opinie-onderzoeker die in alle objectiviteit doorgeeft wat het onderzoek heeft opgeleverd.

Rapportcijfer

Echter, juist bij het onderzoek rondom het lijsttrekkersdebat kunnen enkele vraagtekens worden gezet. Die hebben zowel betrekking op het onderzoek onder 100 in Amersfoort bijeengebrachte kijkers die op gegeven momenten de lijsttrekkers een rapportcijfer dienen te geven, als op het onderzoek onder een steekproef van 600 kijkers. De resultaten van beide onderzoeken werden dinsdagavond prominent op de televisie gepresenteerd. De betreffende uitzending van NOVA/Den Haag Vandaag trok dik 1,2 miljoen kijkers, het dubbele aantal van de avond ervoor.

Het eerste onderzoek was nieuw voor de Nederlandse televisie en wellicht heeft de nieuwigheid een kritische aanpak ervan in de weg gestaan. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen waarom de 100 mensen in een zaaltje bij elkaar gezet moesten worden. Hierdoor is de omgeving een heel andere dan die van de vertrouwde huiskamer . Het is goed denkbaar dat de andere setting gevolgen heeft gehad voor de beoordeling van het debat, waardoor die anders uitpakte dan bij de mensen thuis voor de buis.

Een ander opmerkelijk aspect van de opzet was, zo legde Maurice De Hond aan het begin van de uitzending uit, dat de aanwezigen geacht werden een rapportcijfer te geven op het moment dat hij daar om vroeg. Dat is merkwaardig. De aanwezigen konden alleen hun waardering of afkeuring laten zien als het De Hond goeddunkte. Een sterke opmerking of hogelijk gewaardeerde suggestie op een moment dat De Hond niet 'Nu drukken!' riep, komt dan in de meting niet voor. Wat weer de vraag oproept hoe De Hond precies bepaalde wanneer meting wenselijk was. Naast de opzet geeft de presentatie van bevindingen aanleiding tot vragen. Zo werd in de presentatie door het aangeven van lijnen tussen meetpunten de indruk gewekt dat bepaalde trends konden worden gesignaleerd. Hier zakt Kok toch wat weg, daar komt Borst sterk op. Die suggestieve presentatie miste elke basis. Als inderdaad sprake is van afzonderlijke metingen, kan niet meer gezegd worden dan dat Kok op dat ene moment gemiddeld een 7 en op het andere moment een 6 kreeg, en Borst een 6 en 7+. Wat leidt tot een volgende vraag: hoe zat het met de spreiding van die gemiddelden? Hoe eens of oneens waren de 100 aanwezigen het, en gaf iedereen telkens een cijfer? Dat maakt voor de inschatting van het gepresenteerde gemiddelde cijfer nogal wat uit. Als alle aanwezigen eensgezind een ruime voldoende geven aan een bepaalde opmerking, dan krijgt Kok een 7. Maar als 40 mensen Kok een 9 geven, 40 anderen een 5, en 20 mensen een 7, dan scoort Kok net zo goed een 7.

Representatief

Toch is er dan wat anders aan de hand, zeker als laatste kritiekpunt op het onderzoek erbij wordt betrokken: de samenstelling van het publiek. De aanwezigen zouden een representatief beeld vormen, althans waren geselecteerd op geslacht, leeftijd en politieke voorkeur. Dit laatste is van belang. Dan zouden de PvdA'ers namelijk de grootste groep vormen onder de aanwezigen, en zou Rosenmöller een klein aantal aanhangers in de zaal hebben. Het is een bekend gegeven dat de eigen lijsttrekker ongeacht zijn of haar presteren relatief hoog wordt gewaardeerd. Kok zou dus al voordat het eerste woord gesproken was een forse voorsprong op de andere lijsttrekkers hebben, en zijn hoge gemiddelde score voor een belangrijk deel te danken hebben aan partijgenoten. Dan is het niet zo moeilijk meer tot winnaar uitgeroepen te worden - de winnaar heeft gewonnen. Als de 40 PvdA'ers hem een 9 geven simpelweg omdat Kok hun leider is, dan maakt de beoordeling van de overige aanwezigen niet zo bar veel meer uit. Kok doet het altijd goed. Het ware beter geweest van alle partijen evenveel 'aanhangers' uit te nodigen, de rapportcijfers uit te splitsen naar politieke voorkeur of de scores van partijgenoten bij de presentatie telkens te verwijderen. In al die gevallen zou een beter, eerlijker beeld zijn verkregen van de waardering van de inhoud van het debat, los van vertekening van de rapportcijfers door politieke voorkeur. In dat geval hadden alle lijsttrekkers ook een eerlijker kans om tot winnaar of verliezer te worden verklaard.

Over de inhoud van het debat gesproken, die kwam in de nabespreking eigenlijk maar bekaaid aan bod. Het ging om scores, om cijfers, om winnaars en verliezers. Een gedegen inhoudelijke analyse van het debat ontbrak, waarmee het doel van het debat (het aanreiken van inhoudelijke informatie aan kiesgerechtigden) werd gemist. Had de man met de hoogste score ook inhoudelijk gezien goed gescoord? Had Kok een afdoende antwoord op de vraag waarom hij in een volgend kabinet meer wil doen voor de lagere inkomensgroepen en tóch het liefst verder wil met Bolkestein, die tevreden was met de bestaande inkomensverhoudingen? Hoe adequaat was de reactie van Kok op het verwijt van Rosenmöller dat juist het PvdA-programma - denk aan het milieu, denk aan de sociale voorzieningen - een hoog op-de-pof gehalte had? Een analyse van deze vragen kwam niet of nauwelijks aan bod en het debat werd, volstrekt onnodig, al te zeer in de sfeer van de horse race getrokken. Ook het tweede onderzoek, een bliksemenquete onder 600 kijkers, roept enkele vragen op, deels van een vergelijkbare aard. Ook hier maakt het voor de waardering van de resultaten uit hoe het onderzoek is opgezet (steekproef, non-respons, vraagstelling) en hoe de bevindingen zijn geordend in de presentatie. InterView was echter niet in staat om een verantwoording van het onderzoek te overleggen, zodat het in dit geval zelfs moeilijk is de juiste kritische vragen te stellen.

Op het onderzoek van De Hond en de zijnen kan ons inziens de nodige kritiek worden geuit. Maar dat is niet het einde van het verhaal. Want wie heeft de kranten verplicht de door De Hond verkondigde wijsheden klakkeloos over te nemen? Waarom opent Trouw met de constatering dat Kok het debat heeft gewonnen, zonder eerst eens rustig na te gaan waarop die toch niet onbelangrijke conclusie, op de ochtend van de verkiezingsdag, is gebaseerd? Het is merkwaardig dat de media zo kritiekloos omgaan met de resultaten van dit soort opinie-onderzoek. Niet omdat die resultaten geen waarde zouden hebben, maar omdat ze op waarde moeten worden geschat. Het kan geen kwaad als iemand anders dan de opiniepeiler zelf resultaten bekijkt en beoordeelt. In Amerika hebben sommige kranten daar speciale mensen voor in dienst. Enige 'amerikanisering' van de campagne en berichtgeving daarover zou op dit punt zeker geen kwaad kunnen.

mailIcon print |