Een licht accent verraadt waar Hans de Boer geboren en getogen is: in Friesland. De nu 43-jarige voorzitter van Midden- en Kleinbedrijf Nederland, sinds een maand officieel aangesteld, groeide op in een protestants gezin (Nederlands hervormd) in Witmarsum, een plaatsje tussen Bolsward en Harlingen. Zijn vader leidde er een postkantoor, zijn moeder zorgde voor de kinderen. “En als ze de kans kreeg zou ze dat nog doen”, vertelt De Boer lachend.
Hij ging naar het lyceum in Sneek en begon op 17-jarige leeftijd zijn studie economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij was een linkse student, vertelt hij. De Boer uitte zich kritisch over het Centraal Planbureau, dat met modellen wilde bewijzen hoe belangrijk loonmatiging was. De Boer: “Ik heb nog altijd een hekel aan economische modellen. Ik geloof meer in beleidsvorming via overleg en gezond verstand”.
Na zijn studie ging hij drie jaar werken bij het Instituut voor onderzoek naar overheidsuitgaven, een wetenschappelijke instelling in Den Haag. Daarop vertrok hij voor wederom ruim drie jaar naar Curaçao, als economisch adviseur van de Nederlandse regering. Hij leerde er diepzeeduiken, een passie die hem in vakantietijden nog altijd naar verre stranden voert.
De toenmalig minister die verantwoordelijk was voor de Antillen, Jan de Koning, riep in 1984 zijn hulp in toen de Shell-raffinaderij, op het eiland de grootste werkgever, dreigde te sluiten. “Zowel in Nederland als op Curaçao raakte iedereen in paniek. De Koning vroeg mij of ik de onderhandelingen met Shell wilde voorbereiden. Hij zei: ik heb geen behoefte aan een dik economisch onderzoek met alle voors en tegens, maar ik wil economische argumenten horen om die raffinaderij open te houden. Dat was in die tijd een bijzondere vraag. Economie werd nog gezien als een waardevrije wetenschap. De Koning koppelde economie aan een stellingname in het onderhandelingsproces.” De Boer leverde de argumenten aan, en de raffinaderij bleef open. “Toen dacht ik: verdorie, hier is behoefte aan.”
Samen met een vriend richtte hij vervolgens BEA op: het Bureau voor economische argumentatie. Hij ging terug naar Nederland, en binnen een paar jaar telde zijn kantoor veertig werknemers. Het bleek een gat in de markt. In 1995 werd BEA verkocht aan accountants- en adviesgigant KPMG, en De Boer werd daar vervolgens directeur.
Vorig jaar kwam MKB Nederland in de problemen. Niko Wijnolst, de opvolger van Jan Kamminga, was na een jaar voorzitterschap met fikse ruzie vertrokken. Hij noemde het MKB failliet, en begreep niet dat de leden weigerden meer contributie te betalen. Tussen de stijve en formele hoogleraar Wijnolst en de ondernemers van het MKB bleken de cultuurverschillen te groot.
De Boer: “Jammer voor hem en jammer voor het MKB dat het zo gelopen is. Failliet zijn we niet, maar we moeten op de kleintjes letten, dat wel. Ondernemers zijn dat wel gewend.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.