Deze stadswandeling begint bij het NS station, waar ook de Interliner stopt (er is een uurs-dienst vanuit Alkmaar; beide, trein en bus, rijden op gezette tijden door naar de haven.) De VVV van Harlingen (06-91681625) verkoopt een Anton Wachter-wandeling, een Vesting-, en een Gevelroute (resp. ¿2,50 en ¿2,95). Op de hoek Roeperssteeg/Voorstraat staat het geboortehuis van Vestdijk. Er tegenover ligt Harlingens gemeentemuseum het Hannemahuis (nog geopend t/m 23 november wo t/m za 1-5) met een Vestdijkkamer). Het beeldje van Anton Wachter staat op de kop van de Kleine Voorstraat. Een paar Harlinger straatnamen met Vestdijks 'Lahringer' vertalingen erachter: Hotel Zeezicht/ Sociëteit Zeeburg; Voorstraat/Hoofdstraat; Zuiderhaven/Werfgracht; Engelse Tuin/Buitenwalpark; Noorderhaven/Haven; Simon Stijlstraat/Schoolstraat; Spekmarkt/Schoolplein; Heiligeweg/ Achterweg; Brouwersstraat/Hamerstraat.
Meneer Vissers ommetjes door Harlingen (waar Vestdijk in 1898 werd geboren) zijn bijna van straat tot straat te volgen. (Vestdijks 'Lahringer' straatnamen zijn hier - oneerbiedig - vervangen door de echte Harlinger:) 'Stil hoekje was het hier, de Zuiderhaven. De zon brak nu definitief door, glimmend op de loodskotters. Rechts de touwwinkel: grote kluwens, dik als een mannenarm. Links de langrekte huiltoon van een sirene uit 't dok...' 'Bij het Havenplein schudde de omroeper van Drogen zijn bel heen en weer, en baande zich dan, met de kleper tussen twee vingers, een weg door de omstanders'. Visser sloeg de Voorstraat in. 'Pal omhoog begon de Raadhuistorenklok van tien voor een te luiden, een koperachtig jankend geklep, dat associaties wekte aan rijen schaftende werklui, leunend tegen de warme winkelpuien, met hun kruis in de zon...'
'Weet je wat' dacht meneer Visser, 'ik loop de ringmuur om. Beetje schuimslag op de Noorderdijk. Die half rotte stank was zo lekker, een gevaarlijke, half tragische stank, fris, en toch rot, van mosselen, of dooie krabben, of zeewier.' 'Klein behuisde zee' vond Visser, 'maar méer zee dan wat daar buiten de zeegaten bruist. Omdat het afgesloten is door bazalt en drie eilanden, omdat de tegenstelling met de straten en stegen van Lahringen meer huivering wekt dan met duinen, fjorden, falaises'. Dat zeezicht is nu door de Nieuwe Voorhaven vervangen - het ruigere werk, voorbij de Tjerk Hiddessluizen; met een 'vis- en snackhal', voor een bordje kibbeling.
Achter de ringmuur, in de diepte, lag voorheen de Bargebuurt. Het trapje dijkafwaarts voert naar het hart daarvan, de Zoutsloot. 'De straat was vrij modderig, een slijmig afgeslepen modder van veel voetstappen. Uit de Zoutsteeg kwamen sjouwerlui aangelopen, aardmannetjes, met zakken over hun hoofd. Ruw zout lag gereed in de pramen langs de kant. Van de zoutziederij golfde witte rook flardsgewijs de hoek om, op slag gegrepen door de westenwind...' Anno 1996 is deze buurt, afgezien van de in zijn geheel op de monumentenlijst staande Noorderhaven, de trots van Harlingen. De Hein Buismanstichting knapt er zoveel mogelijk pandjes op.
Verder gaat Vissers wandeling: naar de Engelse tuin. 'O dag dames. Mooi weer. Fris. Tijd van 't jaar...' 'Achter het belommerde voetpad lagen tjalken en andere schepen, met lichtrimpels kabbelend over de bruine rompen. Schippers- vrouwen stonden er te praten, met hun buik vooruit.' En weer verder... 'Twee grote gele slagershonden waren op de Rommelhaven aan het stoeien met een kapotte turfmand, vlak voor de winkel van slager Blok, die niet aan Groninger vissers verkocht'. 'Boven de Noorderhaven, waarvan het water tegen de met hout beschoten en van roestige knoppen voorziene wal aanklotste, zwierven in Westelijke richting vijf kleine, zwarte vogels in W-vorm, en dat leek meneer Visser best in orde zo.'
'Op de hoek van de Simon Stijlstraat stak hij de straat over, onder de twee rijen breedbladerige platanen van de Voorstraat door'. Halverwege een winkelpui aan het begin van de Heilige Weg is een doorgang naar - tegenwoordig - het Harnzerhof. In Vissers tijd: 'het steegje verenigde zich dan bochtig met andere stegen... kleine, vieze, stinkende armeluiskotten... een uit een raam geworpen bloemkoolstronk kwam vlak bij Vissers voeten neer. Na twee sprongen buitelde de stronk tegen een primitief urinoir aan, zwart gevefd, in het midden boven de bak geel uitgesleten.' 'Aan het eind van die straatjes steeg, geweldig, vanaf zijn grashoogte, de Grote Kerk tussen twee vuilgele wolken omhoog.'
De Spekmarkt, Vestdijks 'Schoolplein', is het knooppunt van alle bewegingen. Hier woont de heer Wachter (vader van Anton; in deze roman in een bijrol). 'Voetstappen en stemmen van werklieden klonken, een geur van stopverf woei voorbij. De Grote kerk dreunde zijn twaalf zware slagen, vanaf de vijfde begeleid door de Katholieke. Rinkelend in vlagen begon de schoolbel te luiden. Een kar met een ladder erop, verschillende fietsers, reden de Kerkstraat in. De winkelbel van de apotheek ging over... Een sproetig jongetje liep op de Lanen, en verdween behendig in een steeg. Huppelend volgden kleine witgeboezelaarde meisjes, als het vooruitgeworpen schuim van de waterval, die nu de Kerkstraat uit kwam spatten...' En dan tot slot, de Brouwersgracht, waar de rijke meneer Visser woont... Wat een zegen, dat er Vestdijk is, om zo'n heerlijke wandeling aan op te hangen. Anders hadden we het met Sinterklaas moeten doen, die volgende week zaterdag in de haven aankomt, en dat is een feest van een heel andere orde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.