Veel rook, weinig warmte. Vaak is verwarmen met hout een hopeloze zaak. Dicht bij de open haard of houtkachel is de hitte niet te harden, terwijl het enkele meters verderop nog steenkoud in de kamer is. En als daarbij nog verkeerd gestookt wordt, is zo'n vuurtje behoorlijk slecht voor het milieu. Maar er zijn houtkachels die het niet afleggen tegen de centrale verwarming: tegelkachels. Die geven niet alleen behaaglijke warmte, maar zijn zelfs milieuvriendelijk.
Altech/Nedar in Medemblik importeert al zes jaar Tulikivi speksteenkachels uit Finland. Volgens directeur Peter Bongers is daar comfortabel en verantwoord mee te stoken. Het grote voordeel van zo'n kachel is dat alles in de kamer even warm wordt. Bij centrale verwarming wordt alleen de lucht opgewarmd. Meubels, muren en ramen blijven koud. Vocht condenseert op die koude oppervlakken, waardoor de lucht erg droog wordt. En door de luchtcirculatie waait huisstof op, waar vooral cara-patiënten en mensen met een allergie veel last van hebben.
Een steenkachel geeft zijn warmte niet af aan de lucht, maar verwarmt zoals de zon dat doet, met straling. Die stralingswarmte bestaat uit langgolvige infraroodstraling die alles in de kamer gelijkmatig verwarmt. Een houtkachel van ijzer werkt ook met infrarood, maar met een kortere golflengte, die minder ver draagt.
Als het goed is heeft het milieu geen last van al dat verbrande hout. Bongers: “Bij goede verbranding komt er net zoveel kooldioxyde in de lucht als bij het natuurlijke rottingsproces van dood hout. Maar dan moet er wel goed gestookt worden. Bij veel houtkachels wordt het snel te heet en moet het vuur getemperd worden. Daardoor treedt onvolledige verbranding op, wat schadelijke stoffen oplevert.” Speksteen heeft een grote opnamecapaciteit en geeft zijn warmte gelijkmatig af, temperen is dus niet nodig. Bongers: “Voor vierentwintig uur warmte hoef je maar drie uur te stoken. Alle energie wordt in de speksteen opgeslagen. Vergelijk het met een accu.”
MILIEU
Dat speksteen- en tegelkachels milieuvriendelijk zijn, is niet alleen een marketing-praatje, zo blijkt uit de permanente expositie van de Vereniging Integrale Biologische Architectuur (Viba) in Den Bosch. De Viba wil de omgeving en het gebruik van gebouwen afstemmen op de gezondheid en heeft op haar tentoonstelling een plek ingeruimd voor tegelkachels. Naast de Tulikivi-kachels van Altech zijn daar ook de tegelkachels van Fetze Tigchelaar te zien. Die laatste zijn niet van speksteen, maar van vuurvast beton. Tigchelaar heeft via Synthens, het innovatiebureau voor het midden- en kleinbedrijf, zijn kachels laten onderzoeken op milieuvriendelijkheid. Zowel wat het gebruik als de produktie betreft. Uit die test bleek de kachel nauwelijks een belasting voor het milieu op te leveren. Dat stralingswarmte in opmars is blijkt ook aan de belangstelling van milieu-organisaties. Zo prijst de Kleine Aarde op haar website (www.pz.nl/dekleineaarde/) een warmtewand aan. In zo'n wand is een stelsel pvc-buizen waar warm water doorheen loopt. Dat water hoeft minder warm te zijn dan bij een gewone cv, waardoor verwarming minder energie kost.
DUUR
Ondanks alle voordelen is de tegelkachel niet voor iedereen weggelegd. In veel nieuwe huizen wordt geen rookkanaal meer aangelegd, dus daar blijft men aangewezen op centrale verwarming. Verder zal ook de prijs van de kachels voor sommigen een belemmering zijn. De eenvoudigste Tulikivi-kachel kost ruim zevenduizend gulden en voor de echte liefhebber is er zelfs een die een ton kost. Gemiddeld zal er tussen de tien- en vijftienduizend gulden voor een tegelkachel moeten worden betaald. Maar daar staat tegenover dat zo'n kachel vrijwel onverwoestbaar is. En die van Tulikivi en Tigchelaar zijn mee te verhuizen. Volgens Peter Bongers zijn het niet alleen mensen met veel geld die zijn kachels kopen. Sommigen sparen er een paar jaar voor, overtuigd als zij zijn van de voordelen.
Wie een tegelkachel aanschaft, heeft er vaak goed over nagedacht want stoken met hout vereist een stuk meer aandacht dan centrale verwarming. Je moet bijvoorbeeld weten wat voor hout er in moet. Bongers: “Zo'n kachel is natuurlijk geen allesbrander.” Vooral snelgroeiende lichte houtsoorten en snoeihout zijn geschikt. Daarop rijst de vraag of er op den duur voldoende hout is voor al die kachels. Volgens Bongers is dat nog geen probleem. Zelfs mijn klanten die in de polder wonen hebben altijd hout genoeg. En in heel veel landen mag je alleen kappen als je weer voldoende aanplant. Maar zelfs als er niet veel hout voorradig is, zullen de nieuwe Tulikivi-kachels blijven branden. Er kan een elektrisch verwarmingselement worden ingebouwd en in de toekomst werken ze ook op gas.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.