*

 
dossier

Archief

Een lijfrente-koopsom met nog geld toe

Door: redactie − 20/03/99, 00:00

De kostwinner is een uitstervend ras, bleek uit een krantenbericht deze week. Tweeverdieners hebben de toekomst. Individualisering en emancipatie zorgen ervoor dat in steeds meer gezinnen beide partners werken. In de (belasting)wetgeving is van deze maatschappelijke ontwikkeling tot nu toe niet veel te merken. Soms komen de regels zo slecht uit, dat het voor een van de partners nauwelijks zin heeft om te werken. Toch kan er vaak een hoop ellende voorkomen worden met kleine financiële ingrepen.

Bij Henk en Marlies Molenaar is iets dergelijks aan de hand. Marlies heeft als geslaagde zakenvrouw een goed inkomen, zij betaalt 60 procent belasting over de top van haar inkomen. Henk zorgt voor de kinderen. Verder geeft hij een dag in de week les. Hij verdient daar ongeveer tienduizend gulden bruto per jaar mee.

Voor de belastingwetgeving zijn Henk en Marlies tweeverdieners. Zodra partners elk meer dan ongeveer achtduizend gulden verdienen hebben beiden recht op de zogeheten belastingvrije som. Over deze belastingvrije som hoeft, de naam zegt het eigenlijk al, geen belasting betaald te worden.

Als een van beide partners minder dan achtduizend gulden verdient, en de ander verdient meer, dan spreken we van kostwinnerschap. De kostwinner krijgt dan een dubbele belastingvrije som. De minstverdienende partner draagt deze som als het ware over.

Als Henk niet werkt zou Marlies als kostwinner veel minder belasting betalen. Zij zou dan de belastingvrije som van Henk overnemen. Deze belastingvrije som bedraagt ongeveer achtduizend gulden. Door het hoge inkomen van Marlies zou zij 60 procent van dit bedrag, zo'n vijfduizend gulden, aan belasting terugkrijgen.

Door het inkomen van Henk valt dit kostwinnersvoordeel weg. Er komt weliswaar tienduizend gulden meer binnen, maar daar gaat in totaal vijfeneenhalfduizend gulden aan belasting af. Effectief levert de baan van Henk vierenhalfduizend gulden netto per jaar op.

Voor Henk en Marlies zou het voordeliger zijn als Henk maar achtduizend gulden per jaar zou verdienen. Bij dat inkomen wordt Marlies namelijk weer wel als kostwinner gezien. Henk gaat dan weliswaar tweeduizend gulden minder verdienen, de totaal te betalen belasting daalt daarentegen met bijna drieduizend gulden. Een lager bruto inkomen levert dus een hoger netto inkomen op!

De conclusie is simpel: Henk zou minder moeten verdienen. Voor de werkgever van Henk is minder werken echter niet bespreekbaar. En eigenlijk vindt Henk een dag in de week ook wel het minimum. En een salarisverlaging bedingen gaat hem ook wat ver.

De verlaging van het inkomen van Henk moet dus ergens anders gezocht worden. De oplossing is sinds een aantal jaren aanwezig: de lijfrente-koopsom. Op dit vlak is de belastingwetgeving namelijk al wel aangepast aan de veranderende maatschappij.

Vroeger was een lijfrente-koopsom altijd aftrekbaar bij de kostwinner. Tegenwoordig is de koopsom echter aftrekbaar bij degene die de koopsom daadwerkelijk heeft betaald. In het geval van Henk en Marlies biedt dit de mogelijkheid om het inkomen van Henk te laten dalen. Henk betaalt een koopsom van tweeduizend. Hiermee bouwt hij een klein aanvullend pensioentje op. Het belastingvoordeel van deze koopsom is drieduizend gulden. Het kost Henk dus geen cent. Leuker nog: hij krijgt duizend gulden toe.

mailIcon print |