*

 
dossier

Archief

Een pluriforme pers onder één dak

Jaap de Berg − 17/09/99, 00:00

Sommige lezers ervoeren het als, vriendelijk gezegd, curieus dat Trouw onlangs in een commentaar opkwam voor spreiding van macht in de krantenwereld. Dat leek hun - ik citeer een hunner - een gotspe. Trouw behoort immers zelf tot een concern, PCM, dat maar liefst vier van de vijf landelijke kranten uitgeeft.

De aanleiding tot het commentaar was een transactie waardoor Wegener, naast PCM en De Telegraaf, de derde grootmacht op de Nederlandse dagbladenmarkt werd. Dit geeft inderdaad te denken, beaamde een lezer. Maar dat Trouw zich bezorgd toonde, associeerde hij met de pot die een verwijt maakt aan de ketel. Een krant die met de Volkskrant, NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad ,,onder één deken ligt'', kon zich maar beter niet blootgeven als tegenstandster van persconcentratie.

Deze gedachtegang is lastig te bestrijden, vooral omdat ze waarheid mengt met fictie. Waar is dat Trouw onder één dak verkeert, in figuurlijke zin, met drie andere landelijke dagbladen. Een sterk fictieve lading daarentegen heeft de metafoor van die ene deken. Ze suggereert dat Trouw en de andere kranten van PCM redactioneel in een of andere vorm samen optrekken. Dat doen ze niet. De redacties werken strikt gescheiden.

Een volhardende sceptische lezer zal zich afvragen wat de zakelijke leiding van PCM belet om redactionele samenwerking te bevorderen of af te dwingen - wat gemakkelijk op hetzelfde neerkomt - als er te weinig winst gemaakt wordt.

Op zichzelf niet zo'n gekke vraag. Waarom zou - in een tijd waarin de hoogste winst het hoogste doel van menig bedrijf is - voor een krant niet opgaan dat ze haar leven alleen zeker is zolang ze riant rendeert? Welnu, voor PCM als uitgever van kranten geldt dat niet winzucht maar het belang van een geschakeerde pers het beleid bepaalt. Dat staat, en hier ligt een kardinaal verschil met andere concerns, ook in de statuten.: ,,Bij het (doen) uitgeven van dagbladen is uitgangspunt de handhaving van een pluriforme opiniërende pers in een parlementair-democratisch staatsbestel''.

Mooi, zal de achterdochtige lezer zeggen, maar papier is geduldig en ook een uitgever met een ideëel uitgangspunt kan te eniger tijd door de tijdgeest worden bevangen. Ik gun de scepticus zijn beperkte gelijk, maar wijs hem er wel op dat de pluriformiteit bij PCM steviger is verankerd dan alleen op papier.

De meeste aandelen zijn in handen van stichtingen die Het Parool, de Volkskrant en Trouw vertegenwoordigen en die elk de identiteit en autonomie van hun krant bewaken. Van die aandelen bezitten Trouw en de Volkskrant maar een gering deel, maar dat is in deze context van secundaire betekenis. De stichtingsbesturen zijn één in de overtuiging dat het maatschappelijk belang van elke krant groot genoeg is om voor het behoud ervan op de bres te staan.

Dit betekent niet dat PCM het zich kan veroorloven om - de situatie is nu gelukkig denkbeeldig - een verlieslijdend dagblad tot in lengte van jaren overeind te houden. Het betekent wel, en dit is in het verleden ook bewezen, dat een tijdelijke malaise, waaraan een krant in haar eentje waarschijnlijk zou bezwijken, binnen het bolwerk van het grote concern overkomelijk is.

Met rivaliserende dagbladen in één onderneming is het natuurlijk niet altijd pais en vree. Strijdige belangen kunnen penibele beslissingen vergen. Zo is ons opgelegd dat Trouw in deze weken op vrijdagavond nog iets eerder dan gewoonlijk moet worden vervaardigd, om op de persen meer ruimte te scheppen voor de Volkskrant. Die drukt dan extra promotie-exemplaren opdat ze de volgende morgen onder andere Trouw royaler kan beconcurreren. Maar deze vorm van onvrijwillig altruïsme is binnen PCM een uitzondering. Veel belangrijker is de constatering dat Trouw, als het niet sinds de jaren zeventig deel had uitgemaakt van een sterk concern, vermoedelijk alleen een mooie toekomst achter zich had gehad. En dit geldt, over een lange reeks van jaren bezien, niet alleen voor Trouw.

Samenvattend: commerciële samenwerking kán de pluriformiteit van de pers eerder dienen dan schaden. Mits ze zich voltrekt binnen een onderneming als PCM, waarvoor het behoud van die pluriformiteit geen dode letter is.

mailIcon print |