AMSTERDAM - Over de vergankelijkheid van roem kunnen de muzikanten van de Gourds meepraten. Nog niet zo lang geleden werden zij gevierd als een van de bands die een belangrijke bijdrage hadden geleverd aan de heropleving van de 'rootsrock', afgelopen donderdag waren ze in de Melkweg gedegradeerd tot het voorprogramma van Slobberbone.
Een ongelukkige volgorde die meer zei over de huidige hype rond Slobberbone, dan over hun muzikale kwaliteiten: Zo sprankelend als het concert van de Gourds klonk, zo voorspelbaar was de set van Slobberbone.
Niet alleen zagen de Texanen er met hun kleren, die zo bij de locale vestiging van het Leger des Heils leken weggesleept, precies uit zoals je van Amerikaanse indie-bands gewend bent - ook in hun muziek was de verrassing ver te zoeken. Zeker, hun wat morsige, soms naar 'trash' overhellende rootsrock met een incidenteel vleugje country klonk gedegen en lag ook makkelijk in het gehoor, maar had op geen stukken na de finesse van de muziek van de Gourds.
Waar Slobberbone koos voor een conventionele instrumentatie van elektrische gitaar, bas en drums, vuldende de vier Gourds haar aan met akoestische gitaren, tamboerijn, mandolien en accordeon, waardoor een heerlijk speels geluid ontstond.
Daarbij presenteerden zij zich zowel in hun ongekunstelde live-act als in hun teksten ('I ain't afraid to be a coward') als sympathieke anti-helden, die zelf amper in de gaten leken te hebben hoe goed ze eigenlijk waren. Voor een enthousiast Amsterdams publiek lieten de Gourds bij het zesde van acht Nederlandse optredens een uitstekende indruk achter. Hoewel stevig verankerd in de (zwarte) blues, bleken de bandleden ook open te staan voor country-, cajun- en zydeco-invloeden en verenigden daarmee in hun sound de sterkste elementen van de muziektraditie van het zuiden van de Verenigde Staten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.