Het 26ste 'International Filmfestival Rotterdam' besteedt in een omvangrijk bijprogramma aandacht aan een recente nieuwe ontwikkeling in het documentaire filmen. Met onder meer de veel geroemde '30 minuten'-tv-serie van Arjan Ederveen en Piet Kramer en de korte quasi-documentaires 'Kutzooi' en 'Lap rouge' van het jonge talent Lodewijk Crijns, speelt Nederland in deze nieuwe documentairetrend een toonaangevende rol. Over de duiding van de 'Fake'-documentaire is het laatste woord nog niet gesproken. Volgens sommigen draait het in dit genre slechts om het plezier van het bedriegen of om de zoveelste poging de documentaire werkelijkheidsillusie onderuit te halen. Anderen ervaren de fictieve documentaire echter als een originele reactie op de 'valsheid in beelden' die in de media-wereld het afgelopen decennium steeds duidelijker naar voren trad.
De laatste jaren roepen premières van documentaires soms een vergelijkbare verwarring op. Zo ontsponnen zich verhitte discussies na de persvoorstelling van 'Lap rouge', de film waarmee Lodewijk Crijns verleden jaar aan de Filmakademie afstudeerde en die sindsdien internationaal furore maakte. 'Lap rouge' gaat over een autoritaire bejaarde Nederlandse dame die, na een mislukt huwelijk, met haar twee zonen de wijk nam naar een Frans gehucht. Ze had liever dochters gekregen en behandelt haar zonen, die zo'n vijftig jaar zijn, mede daardoor als oud vuil. Haar niet bijster intelligente 'jongens' laten zich dat, soms grommend en morrend, welgevallen.
“Zo'n verhaal verzin je niet”, “De werkelijkheid overtreft de fantasie”, oordeelden sommige critici in eerste instantie over deze 'documentaire'. Anderen vonden het eerder “een in een documentair jasje gestoken fictie-film” of “een parodie op tv-programma's als 'De stoel' en 'Paradijsvogels' ”. In zijn vuistje lachend, moest Crijns de laatsten gelijk geven.
Zo'n twee jaar eerder zorgde 'Relics - Einstein's brain' van de Engelse regisseur Kevin Hull, die toen het 'International Documentary Filmfestival Amsterdam' opende, voor dezelfde opgewonden taferelen. In deze 'reportage' gaat een Japanse professor op zoek naar de spoorloos verdwenen, eens ter beschikking van de wetenschap gestelde, hersenen van Albert Einstein. Na een lange speurtocht treft hij ze ten slotte aan in een fles sterk water bij een armlastige neurochirurg. Tot afgrijzen van het publiek verblijdt de chirurg de Japanse Einstein-freak met een plakje van de goed geconserveerde hersenen. Het wordt op een smerige tafel met een keukenmes van de taaie en glibberige grijs-roze hersenen-homp afgesneden.
Ook 'Relics - Einstein's brain' bleek een 'fake' documentaire te zijn. Sterker, er verschijnen de laatste jaren met de regelmaat van de klok films (en tv-programma's) waarin met documentairetechnieken een van A tot Z verzonnen verhaal verteld wordt.
Wie wil laten merken op de hoogte te zijn van deze trend in documentaireland dient termen te gebruiken als 'fake-documentary', 'Mockumtary' of 'creality'. Zoals het hoort spelen de grote filmfestivals met themaprogramma's meteen in op deze nieuwigheid. De kern van het 45 titels tellende, 'F for Fake' genoemde bijprogramma dat het Filmfestival Rotterdam er aan wijdt, bestaat uit zo'n vijftien films die programmasamensteller Gertjan Zuilhof van het motto 'Real Fake' voorzag. De meeste onder die leus ondergebrachte films spelen, op dezelfde wijze als 'Lap rouge' en 'Relics - Einstein's brain' een spel met de clichés van de documentaire- of televisiereportage.
Zo is 'Zien is geloven' van Sander Blom en Mels van Zutphen een goede vervalsing van het populair-wetenschappelijke televisie-programma. In de 'objectieve' stijl zo'n programma eigen 'registreren' de twee filmmakers de commotie rond een wetenschapper die een methode bedacht heeft om visuele informatie op het netvlies van een proefdier vast te leggen en vervolgens op een computerscherm zichtbaar te maken.
In 'Crossing' legt Barbara Visser met documentaire precisie het doen en laten vast van ene Joan MacDonald die zou werken bij de buitendienst van het 'Department of Phenomenologic Research' in Glasgow. MacDonald bezoekt mensen die beweren onverklaarbare schijnselen meegemaakt te hebben en registreert hun bevindingen op wetenschappelijke wijze.
In 'Real Fake' zijn ook drie afleveringen opgenomen van Arjan Ederveens en Piet Kramers veel geroemde '30 minuten'-serie. Vooral de aflevering waarin een Nederlandse boer langzaam maar zeker fysiek en psychisch omgebouwd wordt tot neger - laat goed zien wat de essentie van 'creality' is.
Die essentie heeft al vele duiders van de 'mockumtary' ertoe verleid te beweren dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is.
Iedereen die zijn filmklassiekers kent, weet immers dat documentaires en tv-reportages de werkelijkheid niet exact weergeven, maar verdraaien en interpreteren en alleen maar een illusie van echtheid creëren.
Joris Ivens bijvoorbeeld deinsde er in zijn 'Misère au Borinage' (1934) niet voor terug een door zijn crew gemiste protestmars waarin arbeiders een portret van Marx meezeulden voor de camera nog eens na te laten spelen. Robert Flaherty, een andere grondlegger van de documentaire, hanteerde in zijn 'Nanook of North' (1921) allerlei kunstgrepen om te suggereren dat de Eskimo's, toen dat in de werkelijkheid al niet meer het geval was, in een zuivere natuurstaat leefden. Zelfs de commentaar- en muziekloze en daardoor heel 'werkelijk' aandoende documentaires van Frederick Wiseman suggereren alleen maar werkelijkheid. Wiseman schiet vele malen meer film dan hij uiteindelijk gebruikt. Wat de kijker bij hem als werkelijkheid ervaart, wordt opgeroepen door het monnikenwerk van kijken en herkijken, selecteren, indikken en rangschikken.
In een gesprek in deze krant naar aanleiding van de Nederlandse première van zijn 'From the journal of Jean Seberg' (die in het 'F for Fake' niet zou misstaan) rekende Mark Rappaport verleden week genadeloos af met de documentaire werkelijkheidsillusie. Hij zei onder meer: “Het is onmogelijk een objectief portret van Jean Seberg te maken, het zal altijd worden gekleurd door de selectie en ordening van de feiten, de presentatie, het commentaar, de muziek. Al die ingrepen bieden de kijker tezamen de suggestie dat er een werkelijkheid bestaat die er helemaal niet is.”
Hoewel niet van waarheid gespeend, bevredigt de 'er is niets nieuws onder de zon'-verklaring van het 'mockumentary'-fenomeen niet. Onbeantwoord blijven namelijk de vragen waarom de impliciete leugenachtigheid van de documentaire generaties lang geen beletsel vormde om dit genre als werkelijkheidsfilm te ervaren en waarom filmers die 'valsheid in beelden' halverwege de jaren negentig aangrijpen om het verschil tussen werkelijkheid en fantasie weg te vagen.
Ook het 'F for Fake'-programma geeft daarover geen uitsluitsel. Wel biedt het een nieuwe invalshoek op de 'fictieve documentaire' door Orson Welles uit te roepen tot de aartsvader van het filmisch falsificeren. Die proclamatie wordt - helaas - alleen verduidelijkt met Welles' film waaraan het Rotterdamse programma zijn titel ontleende: 'F for Fake' uit 1975.
Daarin poseert Welles - met satanisch genoegen - als een charlatan, magiër en illusionist die zijn leven en werken op list en bedrog baseerde. Om dat te illustreren identificeert hij zich met de op Ibiza wonende geniale schilderijen-vervalser Elmyr de Hory en diens nep-biograaf Clifford Irving. 'En passant' tovert Welles nog vele andere figuren en kunstwerken uit zijn hoge hoed waarvan niet te bepalen valt of die 'echt' of 'vals' zijn.
'De waarheid is een leugen' en 'De wereld wil bedrogen worden' houdt Welles de kijkers in zijn wervelende 'Fake-show' voor. 'F for fake' laat zien dat niets heilig of waar is, openbaart dat alles en iedereen onderworpen kan worden aan vervalsing en imitaties en straalt ook nog uit dat nabootsen, vervalsen en ontregelen heel plezante bezigheden zijn.
In het voetspoor van Welles benadrukt Zuilhof vooral het plezier van het vervalsen. In een toelichting op zijn programma schrijft hij onder meer: “Een leuke eigenschap van het 'fake'-genre is het plezier in het maken van bedrog zonder echt te willen bedriegen. Hiermee staat 'fake' eigenlijk ver van propaganda, want het houdt de schijnwaarheid een spiegel voor. 'Fake' is zo gezien de terugkeer van de hofnar met filmische middelen.”
Deze speelse benadering staat een serieuzere doorgronding van de 'Mockumentary' in de weg. Die was wel aan bod gekomen wanneer bijvoorbeeld ook Peter Greenaway als wegbereider van de 'fake documentaire' was opgevoerd. Greenaway trok voor het eerst de aandacht met uiterst speelse experimentele films die veel raakvlakken vertonen met de 'Fake-documentary'. Zo is zijn 'echt' aandoende 'Act of God' (1969) een quasi-documentaire over de lotgevallen van mensen die het slachtoffer werden van een blikseminslag. Hun waar gebeurde en vaak nauwelijks geloofwaardige verhalen combineerde Greenaway met nonsensstatistieken over de datum en tijd van de blikseminslag en de schoenmaat van de slachtoffers.
Bovendien ontwikkelde Greenaway zich vanaf begin jaren tachtig met films als 'A zed & two noughts', 'The belly of an architect' en 'The thief, his wife and her lover' tot dé magiër van het filmische postmodernisme: een illusionist die excelleert in het omver kegelen en ontregelen van allerlei artistieke, filmische en filosofische conventies en zekerheden.
Op minder complexe wijze gebeurt hetzelfde in de 'fictieve documentaire'. Vanuit Greenaway gezien zou je dan ook kunnen beweren dat met 'mockumentary' nu ook de documentaire inzet geworden is van het alle zekerheden relativerende postmoderne spel met vormen en inhouden.
In recentere films ('Prospero's Books' bijvoorbeeld) maakte Greenaway zijn voor velen al onnavolgbare gegoochel nog complexer door gebruik te maken van de modernste computertechnieken. Met over elkaar geprojecteerde, totaal verschillende taferelen en met van kleur en vorm verschietende voorwerpen en personen ontneemt hij in zijn latere films het beeld iedere vaste betekenis.
Door de moderne techniek kunnen Greenaway en andere film- en tv-regisseurs het beeld nu elke gewenste inhoud en vorm geven, ja, zelfs niet van echt te onderscheiden nepwerelden construeren. Zoals ook in Hollywood-films als Woody Allen's 'Zelig' en 'Forest Gump' duidelijk werd, bestaat dat wat de westerse mens eens (al of niet terecht) als de 'objectieve werkelijkheid' beschouwde al lang niet meer.
De werkelijkheid - en iedere weergave daarvan - heeft de afgelopen tien jaar zijn onschuld verloren. Altijd moet het publiek er nu op bedacht zijn dat het belazerd wordt, dat het iets 'vals' als 'echt' voorgeschoteld krijgt. De 'mockumentary' kon weleens een reactie zijn op deze ontwikkeling in de audiovisuele wereld.
Daar komt nog bij dat het publiek tegenwoordig via tientallen tv-zenders bestookt wordt met allerlei verschillende interpretaties en visualiseringen van dezelfde wereld, dezelfde actualiteiten en dezelfde trivialiteiten. Willekeur is in tv-land troef geworden. Ook dat ondermijnt de documentaire werkelijkheids-illusie waar men nog niet zo lang geleden nog geloof aanhechtte.
Het is overigens interessant dat deze media-ontwikkelingen ook een totaal andere reactie oproepen. Zo vermaakte de Amsterdamse tv-zender AT5 zijn publiek met een kwartier lang straattaferelen, geregistreerd vanuit één onveranderlijk camera-standpunt. Een Duits televisiestation voerde zijn kijkers mee op nachtelijke autotochten waarbij de camera urenlang onbewogen door de voorruit tuurde. Kennelijk roepen de eerder genoemde media-ontwikkelingen ook het verlangen op het documentaire beeld in zijn oude werkelijkheidsluister en onschuld te herstellen. Na 'F for Fake' dit jaar kon het 'International Filmfestival Rotterdam' ons in 1998 weleens een bijprogramma voorzetten met als titel 'R for Reality'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.