LA REGLA - Eufemia Consuelos is een zachtaardige vrouw. Maar als santeria-priesteres kan de 62-jarige Cubaanse er vervaarlijk uitzien, dansend en zwaaiend met een bijltje, een dampende sigaar in haar mond en zingend met haar schelle stem, af en toe lachend als een heks in een kinderfilm.
Iedereen kent haar in La Regla, een buurtschap aan de andere kant van de Baai van Havana, vanuit de Cubaanse hoofdstad bereikbaar met een altijd volgepakt passagiersbootje. De plaatselijke priester zegt dat Eufemia een duivelse vrouw is, maar zijn parochianen aarzelen niet haar hulp in te roepen in tijden van tegenspoed. Zelf is ze ook katholiek, gedoopt en getrouwd in de kerk. Ze kent alle katholieke heiligen die er op Cuba toe doen. Ze heeft alleen van die rare namen voor de heiligen.
Santeria, letterlijk 'heiligengedoe', is de meest Cubaanse godsdienst die er bestaat, er schijnt geen Cubaan te zijn die er niet vroeg of laat mee te maken krijgt. Meegebracht door de slaven uit Afrika en in de loop van de eeuwen onontwarbaar vermengd met het katholicisme van de Spaanse kolonisator. Er zijn veel overeenkomsten met de voodoo in Haïti en macumba-religies aan de kusten van Brazilië.
Zo plengt ook Eufemia regelmatig het bloed van een levende haan om de heiligen gunstig te stemmen. De mensen die haar hulp inroepen doen dat omdat ze zitten met ziektes of economische problemen. “Santeria geeft gezondheid en rust”, zegt ze. “Of de mensen er in moeten geloven? Dat is een rare vraag. Ze geloven er in, anders kwamen ze niet naar me. Maar het hoeft niet, ik ben degene die met de heiligen praat, ik schrijf die conversaties ook allemaal op in een schrift.”
Ze houdt praktijk in haar woon/-slaapkamer, die vol staat met wat je oppervlakkig snuisterijen zou kunnen noemen. Maar elk plastic beeldje, elk steentje heeft een betekenis en een eigen, exotisch klinkende naam. Geleerd heeft ze het vak nooit, zegt Eufemia, als meisje wist ze het gewoon ineens. Ze denkt dat ze het gekregen heeft van haar grootmoeder, die toen al lang dood was en die ze nooit heeft gekend. “De moeder van mijn oma was nog slaaf hier op Cuba, via die lijn heb ik het geërfd. De slaven brachten destijds hun heilige steentjes uit Afrika mee, verborgen in hun mond. Daarom kan santeria alleen worden uitgeoefend door zwarten en kleurlingen. Er zijn ook blanke priesters, maar dat kunnen geen echte zijn, die hebben het niet geërfd.”
Op een tafeltje naast de bank zit Tajosé, een in het blauw gestoken pop die haar geest is. Zonder Tajosé kan ze haar werk niet doen. Dat bestaat voornamelijk uit het aanroepen van geesten. Of heiligen, want die zijn hier niet uit elkaar te houden: Obatalá is dezelfde als de maagd Maria, Ochúng is de heilige Lazarus. De geesten huizen elk in hun eigen porseleinen soepterrine met deksel, en gevuld met parafernalia. Tussen de talloze heidense amuletten liggen katholieke heiligenprentjes, een kruisbeeldje en een rozenkrans.
Als Eufemia bezoek krijgt van een gelovige, luistert ze eerst naar de aard van de klacht. Daarna bindt ze een rode hoofddoek met witte kruisen om en een bijpassende lendendoek over haar jurk en begint te dansen. Dat doet ze op muziek uit een cassetterecorder, een mengeling van Afrikaanse en Caribische klanken. Het zingen en het uitspreken van de bezweringen gaat in het Yoruba , een taal die de priesters aan elkaar overdragen en die weinig gelijkenis heeft met het Spaans.
De behandeling heeft meestal effect, zegt ze. Ze heeft laatst nog een meisje genezen van een enge huidziekte en haar dochter heeft ze afgeholpen van epileptische aanvallen. Veel mensen met een onrustige ziel kan ze weer kalm maken, onder meer door ze met een roede te slaan en zo de onrust uit te drijven. Rijk wordt ze er trouwens niet van, de mensen in deze wijk zijn arm en een kip of een fles rum, die bij de meeste ceremoniën onontbeerlijk zijn, kosten eigenlijk al meer dan ze zich kunnen veroorloven.
Ver weg van het gewoel rondom het bezoek dat paus Johannes Paulus II op dit moment aan Cuba brengt, zegt de priesteres dat ze blij is met het bezoek van de paus. Tenslotte beschouwt ze zichzelf als een goed katholiek en ze kan zich niet voorstellen dat hij bezwaren zou hebben tegen haar praktijken; dan zou hij moeite hebben met de geloofsbeleving van zowat alle Cubanen. Bovendien heeft zelfs kardinaal Ortega onlangs in het kerkblad Verdad y Esperanza (Waarheid en Hoop) geschreven dat katholicisme en santeria elkaar niet uitsluiten: “We hebben het nooit beschouwd als een compleet andere religie”.
Dat de buurtpastor haar beschuldigt van duivelse praktijken is een kwestie van jaloezie, denkt ze. Tenslotte heeft zij meer aanloop dan het kerkje op de hoek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.