SOFIA (AP, Reuter, AFP) - Het was gisteravond feest in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Tienduizenden mensen trokken zingend en dansend door de straten nadat bekend was geworden dat de Bulgaarse socialisten overstag waren gegaan. Die stemden gisteren, na weken van demonstraties, in met vervroegde verkiezingen, die in de tweede helft van april zullen worden gehouden.
Veel feestvierders droegen een portret van president Petar Stojanov. Het was dan ook vooral door zijn toedoen dat de BSP, de Bulgaarse Socialistische Partij, gisteren uiteindelijk zwichtte. Stojanov blokkeerde eerst de vorming van een nieuwe socialistische regering door te weigeren een decreet te tekenen dat nodig is om parlementair beraad over de nieuwe regering mogelijk te maken. Stojanov is volgens de grondwet verplicht een dergelijk stuk te tekenen als de formateur een kabinet wil presenteren. Vervolgens sprak hij lange tijd met de leiders van alle politieke partijen over de noodzaak een oplossing te vinden voor de politieke crisis waarin het land al weken verkeert. Dat leidde ertoe dat BSP-leider Nikolai Dobrev besloot de formatie-opdracht terug te geven en akkoord te gaan met nieuwe verkiezingen.
Het nieuws werd op straat met luid gejuich begroet. Al weken zijn in Sofia, maar ook elders in het land, talloze mensen de straat opgegaan om juist dát te bereiken: ze zijn de economische puinhoop waarin het land verkeert zat, en denken dat alleen nieuwe verkiezingen uitkomst kunnen bieden.
“Ik beloof jullie niet dat jullie rijker zullen worden, maar ik beloof jullie wel dat het volgende bewind eerlijk zal zijn”, zo sprak oppositieleider Ivan Kostov van de Unie van Democratische Krachten (UDF) tegen zo'n 50 000 aanhangers in Sofia, daarmee vast een voorschot nemend op de uitslag.
President Stojanov, ook lid van de UDF en in december met grote meerderheid gekozen, dankte de betrokken politici voor wat hij een 'historische beslissing' noemde. “We waren nog nooit zo dicht bij een burgeroorlog”, zo zei hij.
Bulgarije zit al sinds half december zonder kabinet. Premier Videnov trad toen af wegens aanhoudende kritiek op zijn economische beleid. Officieel had de BSP het recht een nieuwe regering te vormen, maar een groot deel van de bevolking had daar weinig vertrouwen in en eiste daarom nieuwe verkiezingen. Tot gisteren weigerden de socialisten, de voormalige communisten, dat echter halsstarrig. Ze wilden niet verder gaan dan een aanbod aan de oppositie samen een coalitie te vormen. Die had daar echter geen trek in.
Economisch is het land er de afgelopen weken alleen maar slechter voor komen te staan. De nationale munt, de lev, is in waarde gekelderd. Moesten op 1 januari 500 leva voor een dollar worden neergeteld, inmiddels zijn dat er vijf keer zo veel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.