*

 
dossier

Archief

Zuid-Afrika botst met VS over wapenleverantie aan Syrië

HENK HIRS − 15/01/97, 00:00

KAAPSTAD - Een principebesluit van de Zuid-Afrikaanse regering om voor ruim een miljard gulden aan wapens te leveren aan Syrië heeft geleid tot grote onenigheid met de VS. De rel is het directe gevolg van het tweeslachtige buitenlandse beleid en de onduidelijke wapenexportpolitiek van de regering-Mandela.

Begin deze week dreigden de Verenigde Staten openlijk met tegenmaatregelen mocht de verkoop doorgaan van vuurleidingssystemen voor de 1500 verouderde T-72 Sovjet-tanks van Syrië, die daardoor in staat zullen zijn al rijdend en ook 's nachts met grote precisie doelen te treffen. Washington dreigt zelfs met opschorting van zijn ontwikkelingshulp aan Zuid-Afrika, dit jaar zo'n half miljard gulden.

Parks Mankahlana, woordvoerder van president Mandela, reageerde op zijn beurt weer zeer boos. “We laten ons niet rondcommanderen door een supermacht, we haten die houding”, zei hij. “President Clinton en president Mandela zijn een telefoontje van elkaar verwijderd. Ze spreken elkaar regelmatig, zo had het ook gekund.”

Maar voor de VS is de Syrië-kwestie blijkbaar een druppel die een emmer vol ingehouden irritatie doet overlopen. Syrië staat op de Amerikaanse lijst van landen die terrorisme bevorderen en beschermen en waaraan dus geen wapens geleverd mogen worden. Bovendien speelt het land een sleutelrol in het moeizame vredesproces in het Midden-Oosten. Syrië zou met de modernisering weliswaar geen militair overwicht verwerven, want de Israëlische tanks hebben al soortgelijke vuurleidings-systemen en nachtzicht. Maar het zou wel een kwalitatieve verbetering betekenen van het Syrische wapenarsenaal.

Maar Zuid-Afrika onderhoudt ook uiterst vriendschappelijke banden met Cuba, Libië en Iran, stuk voor stuk landen die in de Verenigde Staten als steunpilaren van het internationaal terrorisme gelden. President Nelson Mandela heeft die warme relaties steeds opnieuw verdedigd met verwijzing naar de vroegere steun van die landen aan de anti-apartheidsstrijd en het ANC. Je laat oude vrienden niet in de steek, is zijn argument. Maar in plaats van zich dus wat diplomatiek te gedragen om zo vrienden aan beide kanten tevreden te houden, irriteert Zuid-Afrika zijn Westerse partners met openlijke steunbetuigingen aan de Castro-regering, door de uitnodiging aan kolonel Kadafi om Zuid-Afrika te bezoeken en nu de wapenverkoop aan Syrie.

Het gaat bij dit laatste wel om een mammoet-order voor de Zuid-Afrikaanse wapenindustrie. Het land heeft in de jaren van het internationaal wapenembargo tegen het apartheidsregime tussen 1977 en 1994 een zeer moderne eigen wapenindustrie opgebouwd, die voor een deel in handen van de staat is, overigens met zeer veel steun van Israël. In de jaren tachtig werd er via de achterdeur zo'n beetje aan elke gek geleverd als het maar geld opbracht. Sinds de regering van Mandela aan de macht is, is de verkoop aanzienlijk teruggevallen maar in ieder geval mogen de vertegenwoordigers nu weer door de voordeur naar binnen, en ze doen hun best. De wapenindustrie biedt werk aan zo'n vijftigduizend mensen en exporteert jaarlijks voor zo'n half miljard gulden waarmee het de één na grootste exportindustrie van het land is. Een enkele order voor ruim een miljard, tweemaal de jaar-export, is dan natuurlijk wel heel aantrekkelijk.

Het lijkt erop dat dat voor het Zuid-Afrikaanse kabinet een doorslaggevend argument was toen het op 4 december in principe ja zei tegen de Syrische order. Die order had toen al, na consultatie met tal van ministeries, het fiat van de Nationale controlecommissie voor conventionele wapens. Die commissie, onder leiding van de minister van waterstaat (!) Kader Asmal is in 1995 ingesteld om erop toe te zien dat de Zuid-Afrikaanse wapenexport voortaan volgens de criteria verliep die de nieuwe ANC-regering had vastgesteld. Geen leveranties aan agressieve of terroristische regimes, aan regio's die op de rand staan van oorlog of burgeroorlog, aan dictaturen die op grote schaal de mensenrechten schenden, verklaarde Kader Asmal, daarbij de indruk wekkend dat Zuid-Afrika nu eens zou laten zien hoe je wapenexport en hoogstaande morele principes kon verenigen. Hoe je die drie criteria in overeenstemming brengt met leverantie aan Syrië, heeft niemand nog uit kunnen leggen, maar dat is blijkbaar niet meer van belang.

Toch moet het kabinet gevoeld hebben dat er problemen op komst waren. Een definitieve goedkeuring werd afhankelijk gemaakt van een later besluit van vice-president Thabo Mbeki, die op 4 december niet aanwezig was maar in regelmatig contact staat met vice-president Al Gore van de VS. Mbeki benadrukt nu dat diverse aspecten van de wapenverkoop nog “verder onderzocht worden” en dat het kabinet zich daarover zal buigen tijdens een zitting op 29 januari.

De oppositie is intussen in alle staten, maar machteloos. Het parlement is op zomerreces en het is onduidelijk of en wanneer de defensiecommissie bijeenkomt. Er is wel eens voorgesteld een meer-partijencommissie voor toezicht op de wapenexport in te stellen. Het is er nooit van gekomen.

Dit wordt de zoveelste kapitale buitenland-blunder, zeggen woordvoerders van de Nationale partij, Democratische partij en Vrijheidsfront in koor. Dat is het enige wat vaststaat, of het kabinet zijn besluit nu doorzet dan wel alsnog terugkrabbelt.

mailIcon print |