Van onze redactie economie AMSTERDAM - Ferdinand (Ferry) Porsche, oprichter van de Porsche sportwagenfabriek, is gisteren op 88-jarige leeftijd overleden. Hij stichte de fabriek in 1948 met zijn vader, de grote man achter de Kever en grondlegger van het Volkswagen-concern.
De autofabriek van Porsche begon in 1948 te draaien in Gmünd, in Oostenrijk. Daarna gingen Ferdinand en Ferry hun wagens in Duitsland produceren, vlak bij Stuttgart. De Porsches debuteerden met de 356 roadster en hadden geen halve maatregelen genomen: maar liefst 50 proefmodellen gingen aan de definitieve 356 vooraf.
Ferry Porsche leidde de fabriek tot 1992. Daarna werd hij ere-voorzitter van de raad van bestuur; de dagelijkse leiding werd overgenmen door Wendelin Wiedeking. Bij Porsche werken momenteel 8 000 mensen. Het bedrijf hoopt dit boekjaar (1997/98) zo'n 38 000 auto's te verkopen. Al zo'n 40 jaar vormen de Verenigde Staten de belangrijkste afzetmarkt van Porsche.
De wagens van Porsche hebben altijd grote aantrekkingskracht gehad. Onlangs nog zei Johan Cruijff dat elke voetballer in wezen maar één auto wil: een Porsche. Toen hem gevraagd werd: 'Of een andere dure sportwagen'?, antwoordde Cruijff: “Nee, een Porsche.”
De 356 hield het jarenlang uit. In 1960 waren er meer dan 60 000 exemplaren (in verschillende uitvoeringen) geproduceerd. Nog beroemder werd de 911, de opvolger van de 356. Het model vormt nog altijd de basis voor Porsches die nu worden gemaakt. De carosserie was ontworpen door Ferry's zoon, Ferdinand 'Butzi'.
Porsche's faam mag altijd groot geweest zijn, het bedrijf was lang niet altijd succesvol. Zowel in de jaren tachtig als in het begin van de jaren negentig had Porsche het zeer moeilijk. Een lage dollarkoers, problemen bij het management van het familiebedrijf en een aantal onsuccesvolle modellen, duwden Porsche zelfs de rode cijfers in. De laatste jaren gaat het, vooral dankzij de oplevende economie, weer goed met Porsche.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.