*

 
dossier

Archief

Natuur deze week

Henk van Halm − 21/08/99, 00:00

Het over de grond kruipende penningkruid bloeit volop op allerlei natte plekken, vooral tussen het riet in laagveenmoerassen. Om zijn grote gele bloemen wordt penningkruid ook wel in de tuin gekweekt.

- De driedistel is een duinplant van een paar decimeter hoog. Doorgaans draagt de stengel drie bloemhoofdjes, waaraan deze distel zijn naam dankt. De geel met donkerbruine hoofdjes veranderen weinig na de bloei en blijven op de luchtvochtigheid reageren: ze sluiten zich bij droogte en gaan wijdopen als er nattigheid in de atmosfeer is. Omdat deze distel veel als weervoorspeller wordt geplukt, is ze op de rode lijst van kwetsbare en bedreigde planten terechtgekomen. - Grote troepen grauwe ganzen verblijven nu op slikken in de Delta en kwelders in het Waddengebied. De gezinnen blijven lang bij elkaar en zijn in de grote troep duidelijk te onderscheiden.

- In het Waddengebied zijn zwermen goudplevieren aangekomen, die doortrekken naar zuidelijker gebieden of hier blijven overwinteren. Vaak mengen ze zich onder de kieviten, die ook met hun grote jongen in de polders verblijven.

- Sommige visdiefparen hebben nog jongen te verzorgen. De tijd dringt, want halverwege september trekken ze naar tropisch Afrika.

- Witgat en oeverloper zijn steltlopers, die niet in ons land broeden, maar hier wel overzomeren. Ze foerageren niet alleen op grotere slikken, maar ook op slijkrandjes in halfdroge sloten.

- Boorvliegen baltsen wapperend met hun grappig gevlekte vleugels op de bloemhoofdjes van distels en klitten, waarin ze hun eitjes leggen.

- De talrijkste libellen zijn nu de oeverlibellen, de heidelibellen en de paardenbijters. Ze paren bij de wateren, waarin de vrouwtjes hun eieren afzetten, maar voordat ze geslachtsrijp zijn, jagen ze vaak ver van water op vliegende insecten.

mailIcon print |