Van onze correspondente UTRECHT - De Utrechtse binnenstad dreigt aan 'verkroeging' ten onder te gaan. Tenminste, dat meent een deel van de binnenstadbewoners. Dat Utrecht in tien jaar tijd van een verstilde stad is geworden tot een bruisend centrum is best aardig, maar er zijn grenzen aan de overlast die een mens kan verdragen. Er mag geen kroeg meer bij.
Honderdzestig adhesiebetuigingen kreeg J. Lemaier toen hij eind vorig jaar in de Binnenstadskrant zijn gal spuwde over de overlast die cafébezoekers berokkenen. Lemaier, gemeenteraadslid voor D66 en fractiegenoot T. Jouwstra begonnen daarop een kruistocht tegen wat 'verkroeging' is gaan heten: het verschijnsel dat winkels die leeg komen, worden opgevuld door horeca. Een stad met veel kroegen en weinig winkels is een uitgeholde stad, meent Jouwstra. En rondsjouwend, dronken cafépubliek is een gesel.
Vooral in de weekeinden, aldus Jouwstra, parkeren stappers hun auto's aan de zuidkant van de binnenstad bij de Tolsteeg. “Ze vermaken zich, drinken zich een stuk in de kraag en gaan dan weer terug. Je kunt iedere keer een spoor van vernielingen treffen tussen de binnenstad en Tolsteeg. Niet alleen aan de Oudegracht, maar ook winkeliers in straten tussen het Janskerkhof en het Domplein klagen steeds vaker. Die vinden elke maandagochtend hun portieken bevuild met rotzooi en kots. En er wordt natuurlijk geplast door mannen tegen van alles en nog wat aan. Het is een paar keer gebeurd dat mensen die daar wat van zeiden in elkaar werden geslagen.”
Dat is onlangs inderdaad voorgekomen, zegt politievoorlichter P. Grasmaijer, maar het oplopend aantal kroegen zorgt niet voor een stijging in aantal en ernst van de klachten die de politie krijgt. Omdat politiegegevens niet altijd overeenkomen met wat er in een wijk leeft, bereidt de gemeente een enquête voor onder 400 binnenstadsbewoners. K. van Heelsbergen van de afdeling bestuursinformatie erkent dat door in te zoomen op de overlast, deze buitenproportioneel kan worden opgeblazen. Maar, aldus Van Heelsbergen, regelmatige enquêtes onder de hele Utrechtse bevolking leveren voldoende achtergrondinformatie.
Overigens benadrukt D66'er Jouwstra dat het groeiende cafébestand niet meer klanten trekt. “De horecaondernemers geven aan dat het aantal hectoliters verkocht bier niet meer toeneemt. Een aantal zaken zal het dus moeilijker krijgen. De pest is dat een café op een gegeven moment gaat verloederen als het geen omzet meer heeft. Het wordt een steeds duisterder kroeg en dat komt de kwaliteit van de binnenstad niet ten goede.”
Hij gelooft niet dat de markt uiteindelijk vanzelf een evenwicht zal vinden. “Op de een of andere rare manier worden winkels wel vaak kroegen, maar kroegen niet vaak winkels.”
Spreiding
De klandizie neemt niet toe, maar spreidt zich meer. Cafébezoekers lopen vaker tussen kroegen heen en weer, ook al omdat op steeds meer plaatsen cafés verschijnen. Een paar jaar geleden zat er aan het Domplein geen enkel café. Op het Janskerkhof had de disco van het studentencorps het rijk alleen en de Neude was niet meer dan een parkeerplaats met een poffertjeskraam. Nu trekt de nieuwe horeca op alle drie de pleinen veel mensen.
Uitgaanspubliek dat van plein naar plein trekt is lastig aan te pakken, zegt politiewoordvoerder Grasmaijer. Er is geen cafébaas die op hun gedrag kan worden aangesproken. In de zomer, als de overlast het grootst is, surveilleert de politie extra om standjes te geven aan luidkeels lallende of portiekplassende zatlappen en daarmee erger te voorkomen.
D66'er Jouwstra is zelf binnenstadbewoner. “Maar ik woon in een relatief rustig stukje. Ik heb een paar hasjshops en twee cafés naast me. De overlast die ik ervan ondervind is niet ontzettend groot.” Hij ontkent dat zijn strijd tegen verkroeging wordt ingegeven door persoonlijk belang. “Van mij mag het allemaal wel, ik ben er wat soepeler in dan andere bewoners van de binnenstad. Maar ik zit wat dichter met de neus op de feiten, dat is wel waar.”
Wethouder Rijckenberg van ruimtelijke ordening heeft voorgesteld de horeca vooral in de woonstraten van de noordelijke oude stad te bevriezen. In de zuidelijke oude stad is dat al gebeurd. Jouwstra gaat dat niet ver genoeg: “Ik gruwel van de gedachte dat aan de Oudegracht tussen het stadhuis en de Lange Viestraat alleen maar horeca komt te zitten. Ik wil dat wat nu nog horeca kan worden, bestemming detailhandel krijgt. En wil iemand er toch nog een mooi café vestigen, dan moet hij eerst maar eens keurig aan de raad vragen of wij daar geen bezwaren tegen hebben.” De wethouder antwoordt volgende week.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.