*

 
dossier

Archief

Spitwerk in 'Cannerberg' is gebaar naar slachtoffers

MAAIKE VAN HOUTEN − 22/01/98, 00:00

DEN HAAG - Nieuwe asbestslachtoffers kunnen er in de Cannerberg niet meer vallen, want dat Navo-commandocentrum is al vijf jaar dicht. En de staatssecretaris heeft allang erkend dat Defensie in het verleden nalatig is geweest. Niettemin heeft een werkgroep van Kamerleden de kwestie-Cannerberg onderzocht. Vandaag presenteert ze haar bevindingen.

Duizenden militairen, ook Nederlandse, hebben sinds eind jaren zestig in het commandocentrum bij Maastricht blootgestaan aan asbest, een kankerverwekkende stof die werd gebruikt voor isolatie. Herhaalde malen, onder andere door TNO, werd gewaarschuwd dat het personeel beschermd moest worden. Maskers en pakken werden besteld, maar kwamen nooit aan. Of ze waren er wel, maar Defensie wilde ze de militairen niet laten dragen omdat hun buitenlandse collega's dat ook niet hoefden. Of de Navo vond het niet nodig.

Complicerende factor was ook dat de hoeveelheid asbest onder de norm bleef, waardoor Defensie 'op gezag' rustig achteroverleunde, zelfs toen een Brits instituut waarschuwde dat ook de toegelaten dosis al gevaarlijk kon zijn.

Staatssecretaris Gmelich Meijling heeft dat allemaal toegegeven in de Kamer. Achteraf noemde hij veel dingen wel verklaarbaar, maar niet goed te praten en niet te rechtvaardigen - en die uitdrukking noemde hij nog een eufemisme. Daarom zei hij dat Defensie de volledige aansprakelijkheid voor die mensen zou accepteren bij wie zich een ziekte die verband houdt met asbest, openbaart. Ook zegde hij toe de verjaringstermijn van dertig jaar te laten vallen, omdat de ziekten pas na twintig à dertig jaar aan het licht komen.

De Tweede Kamer was eind mei ingenomen met de verklaring van de staatssecretaris. Maar de Kamer - de SP en GroenLinks voorop en CDA en PvdA in hun kielzog - wilde meer weten, over de rol en de verantwoordelijkheid van Defensie en de Navo en over de rol van de arbeidsinspectie.

Boetekleed

Deze zomer stelde de Kamercommissie voor defensie een werkgroep in, die de zaak deze herfst onderzocht. Omdat Gmelich Meijling het boetekleed al heeft aangetrokken en omdat het om een periode van 25 jaar gaat, staat het bij voorbaat vast dat het niet gaat om politieke koppensnellerij.

Het instellen van een werkgroep moet vooral gezien worden als gebaar naar de slachtoffers die al zijn gevallen. Van één militair staat volgens Gmelich Meijling vast dat hij in 1989 is overleden aan mesolthelioom, long- of buikvlieskanker. Bij Defensie liggen 59 claims. De vordering van een man met longkanker is in 1993 afgewezen, omdat er geen oorzakelijk verband werd vastgesteld tussen het werken in de Cannerberg en de ziekte. De zaak is nu opnieuw in behandeling, met een andere claim.

Defensie heeft tussen 1993 en 1995 22 aanvragen voor schadevergoeding (ongeveer een ton) afgewezen, omdat er geen lichamelijke schade zou zijn. Een advocaat van de asbestslachtoffers pleit er al jaren voor ook geld uit te keren aan mensen die voortdurend bang zijn dat ze kanker onder de leden hebben. Defensie heeft dat altijd afgewezen. Alleen mensen bij wie de angst zo'n vorm aanneemt dat arbeidsongeschiktheid op de loer ligt, komen in aanmerking voor een schaderegeling.

De Kamer vindt dat gedupeerden en nabestaanden er recht op hebben te weten hoe het allemaal zo is gekomen. Of, in termen van de onderzoeksopdracht, dat vastgesteld wordt hoe de besluitvorming rond de asbestproblematiek tussen 1967 en 1992 tot stand is gekomen bij Defensie, de arbeidsinspectie en de Navo.

Het middel waarnaar de Kamer heeft gegrepen, is vergelijkbaar met dat in de TCR-affaire, het Rotterdamse gifschandaal. Die commissie concludeerde vorig jaar dat het niet alleen in het verleden mis was gegaan, maar dat het nu ook nog zou kunnen gebeuren. Dat zal vandaag voor de Cannerberg niet het eindoordeel zijn. Het Navo-centrum is dicht. Het onderzoek richtte zich alleen daarop. De vele andere asbestzaken binnen en buiten Defensie zijn niet onderzocht.

mailIcon print |