*

 
dossier

Archief

Slankere wegwijzers voor NS-stations

ROBBERT ROOS − 03/01/98, 00:00

De bouwdrift van de Nederlandse Spoorwegen is de laatste jaren ongekend. Overal duiken nieuwe stationshallen op met een frisse hightech uitstraling. Transparantie en overzicht zijn daarbij de toverwoorden. Bij de nieuwe bouwstijl past een meer eigentijdse vormgeving van de bewegwijzering.

Het oude ontwerp uit de jaren zestig van Tel Design/Gert Dunbar was een beetje stoffig geworden en de toepassingsmogelijkheden waren in de ogen van de NS te beperkt. Paul Mijksenaar mocht een nieuw ontwerp maken. Het kakelverse station Amersfoort kreeg de primeur, Haarlem, Maastricht en de stations langs de Maaslijn in Limburg zijn inmiddels gevolgd. Voorlopig gaat het om een proefproject, maar het proces is al zo voortvarend in gang gezet, dat er hoogstens nog op details aanpassingen zullen komen.

De opfris-operatie van de Nederlandse Spoorwegen dient om de “oude logge bakken te vervangen door een transparanter en vooral slanker systeem”, aldus Paul Schulten, development manager bij de NS. “De oude vormgeving was gedateerd en kon maar moeilijk mee met veranderingen. Ook de toepassingsmogelijkheden waren beperkt.”

De nieuwe vormgeving is vooral strakker geworden. Alle 'gezellige' rondingen in het oude ontwerp zijn vervangen door rechte hoeken. De pictogrammen en pijlen staan nu in witte blokken en balken tegen een van achteren aangelicht blauw vlak. Voorheen was er slechts een dun contourlijntje dat een blok met pictogram omkaderde. Het verschil is meteen merkbaar. In de oude situatie keek je naar een onverlicht blauw bord - dat daardoor donkerder was - met een wirwar aan witte tekens: afbeeldingen, pijlen en tekst. In het nieuwe ontwerp springen de witte blokken al van verre uit het verlichte blauwe vlak, terwijl de donkergekleurde pictogrammen en pijlen veel duidelijker zichtbaar zijn tegen de witte achtergrond. Schulten: “Ervaringen van experts wijzen uit dat blauw op wit beter wordt gesnapt.” Het teken voor 'uitgang' staat als enige in een groen vlak en valt zo nog eens extra op.

Bij de herziening hebben de NS meteen de hoeveelheid informatie per bord aangepakt. Er is nog maar één bord per richting, terwijl verwijzingen naar winkels, horeca en commerciële diensten (een oprukkend fenomeen binnen de grotere stations) zijn geschrapt. Je hebt nu een pijl in een witte balk aan de uiterste rand van het bord met ernaast onder elkaar de blokken met spoornummers, de blokken met de pictogrammen van de voorzieningen (openbaar vervoer, kaartverkoop, loketten, politie, kluis) en waar nodig teksten over de plek waar het bord naar verwijst (naam van uitgang, soort vervoer).

Mijksenaar staat bekend om zijn uiterst strakke, bijna wiskundige vormgeving. Eén 'frivoliteit' veroorloofde hij zich echter: een klein blokje in de linkerbovenhoek van de witte blokken. De 'perfecte' vorm is zo iets aangepast, waardoor die aan dynamiek wint.

Vreemd genoeg wilden de ontwerpers de hoeveelheid informatie op de borden reduceren, maar plaatsen ze naast de blokjes bij de pictogrammen (die voldoen aan de Europese norm) ten overvloede ook nog in tekst de betekenis van het beeldmerk. Voor de informatievoorziening lijkt het nutteloos, dus dient het louter een esthetisch belang. En zo functioneert het ook, anders zouden de witte blokken een beetje leeg worden. Uiteindelijk is het Mijksenaar gelukt te versimpelen én te verrijken tegelijk. Voor de NS is het vooral belangrijk dat de bewegwijzering efficiënter is dan voorheen. Een evaluatieteam is dat nu aan het onderzoeken, maar getuige de omvang van het pilot-project wil de vervoerder niet meer terug.

mailIcon print |