APELDOORN - “Vaak merk ik dat mensen mij zien als een man die geweldig bang is. Dat ben ik helemaal niet. Wat niet wil zeggen dat ik me geen zorgen maak, want dat doe ik wel.”
Prof.W. H. Velema uit Apeldoorn, christelijk gereformeerd, is een naam in de reformatorische wereld. Vandaag is zijn laatste werkdag als hoogleraar aan de theologische universiteit van de christelijke gereformeerde kerken. Hij gaf daar ethiek, psychologie en nog vier vakken. Zijn visie op de plaats van de kerk in de cultuur is gezien de huidige situatie waarin zijn kerk zich bevindt nog steeds actueel.
De christelijke gereformeerde kerken - nu ruim 70 000 leden; een halve eeuw ouder dan de 'gewone' gereformeerden en oorspronkelijk ontstaan uit de afscheiding van 1834 - maken een moeilijke tijd door. Menig kerklid klaagt over een 'ruk naar rechts', gezien de samenstelling van de synode en het klimaat binnen de kerk.
En volgens de godsdienstsocioloog Gerard Dekker gaat het met alle strengere gereformeerde kerkgenootschappen dezelfde kant op als met de 'gewone' gereformeerden: nu nog zijn de kerken vol, maar binnen de tijd van een generatie zal de ontkerkelijking ook hier toeslaan. De cijfers lijken hem gelijk te geven: onder christelijke gereformeerde jongeren neemt de betrokkenheid bij de kerk meetbaar af, bleek uit recent onderzoek.
Is er sprake van een ruk naar rechts?
Prof. Velema zegt niet meteen nee, en weegt zijn woorden zorgvuldig om uit te leggen wat zijn visie is op de huidige stand van zaken in de christelijke gereformeerde kerken. “In de jaren zeventig en tachtig is er een openheid ontstaan naar de cultuur. Die ontwikkeling is in het brede kerkelijke leven nu afgeremd.” Velema's uitgangspunt is dat een kerk tegelijkertijd van solidariteit en van anti-these dient uit te gaan.
Hij bedoelt daarmee dat een gelovig christen open moet staan naar de wereld en tevens onderscheid dient te maken tussen gelovigen en niet-gelovigen. Als prof. Velema naar zijn eigen kerk kijkt ziet hij dat na menig jaar van openheid de laatste tijd meer sprake is van anti-these, van het benadrukken van de eigen identiteit tegenover andersdenkenden. Het gevaar daarvan kan zijn dat de kerk zich terugtrekt op het eigen grondgebied.
Het geringe enthousiasme van de synode voor verdere contact met Nederlands gereformeerden wijst in de richting van het benadrukken van de eigen identiteit.
Waar staat prof. Velema, bekend van zijn ethische boekjes waarin hij niet bepaald van losbandigheid beschuldigd kan worden, in dit kerkelijke dilemma? “Ik heb altijd gewezen op het gevaar van openheid voor de cultuur, maar ik wil nu wijzen op het gevaar van geslotenheid. Al realiseer ik me dat ik me met de agenda van de synode niet heb beziggehouden en evenmin moeite heb gedaan om de synode ongevraagd advies te geven. Ik heb geen rubriek in de kerkelijke pers en uit mezelf ga ik geen lobbyende stukken schrijven.”
De agenda van de afgelopen synode was niet bepaald een afspiegeling van het dilemma waar de kerk nu in verkeert. Prof. Velema vindt het jammer dat een onderwerp als de verhouding tussen de kerk en de cultuur niet aan de orde is geweest op de synode. “Het zou misschien beter zijn als het wel gebeurde.”
Tegen de voorspelling dat de gereformeerde gezindten - en daarbij horen ook de christelijke gereformeerde kerken - de komende jaren eenzelfde ledenverlies te zien zullen geven als de gewone gereformeerde kerken in de afgelopen decennia is ook wel iets in te brengen.
De rechtzinnige gereformeerden hebben gezien wat er met de andere gereformeerden is gebeurd: de kernwapendiscussie kwam de kerk in, de bijbel werd vooral gezien als een boek met verhalen die niet per se allemaal waar gebeurd zijn en de gelovigen liepen weg. Uit ongeïnteresseerdheid, wat des te erger was. Krijgt Gerard Dekker toch gelijk?
“Ik denk dat we Dekker heel serieus moeten nemen, ook als waarschuwing. Toch heb ik moeite met zijn analyse, vooral met de vanzelfsprekendheid ervan, met de sociologische wetmatigheid die erin zit. Inderdaad, een schip op het strand is een baken in zee en daarom is het goed dat wij als christelijke gereformeerden zien hoe het de synodaal gereformeerden vergaan is. Maar we moeten niet in een kramphouding terechtkomen en ieder spoortje dat we in die spiegel zien uitleggen als een teken dat Dekker's analyse klopt.
Een verschil is dat de gereformeerde gezindte de bijbel ziet als het Woord van God en als de openbaring van God, terwijl elders vooral de menselijke kant van de bijbel op de voorgrond staat en de openbaring in de schaduw.''
Geeft de evangelische omroep, die als geen ander jongeren weet te trekken, dan wel het goede voorbeeld?
“In een interview met Visie, (het blad van de EO, ms) heb ik gezegd dat de kerk niet moet EO-iseren. De EO is geen kerk en de kerk moet niet de formule van EO-programma's tijdens diensten gaan toepassen omdat de EO daar zo'n succes mee heeft. Je moet een kerkdienst niet inrichten als een EO-jongerendag.”
Zou u er blij mee zijn wanneer de Ark van Noach gevonden werd?
“Ik zal dan niet zeggen: “Ha, wat fijn. Ik ben daar erg voorzichtig in. Ik heb ook wel kritiek op mensen die alle bewijzen contra de schepping of de Bijbel altijd afwijzen en ieder bewijs pro onmiddellijk toejuichen. Zo'n boek als 'De bijbel heeft toch gelijk', dat is mijn titel niet.”
W.H. Velema, wiens vader predikant was en die onder zijn broers en schoonzoons menig theoloog kan rekenen, begon in 1953 als predikant in Eindhoven. Daar werkte hij samen in een convent van protestantse en katholieke pastores. Een brede oecumenische samenwerking. Op uitnodiging van Philips bezochten de pastores regelmatig de fabriek, om hun gemeenteleden en parochianen aan het werk te zien in de glasblazerij en aan de lopende band. “Als je die gemeenteleden dan op zondag in de dienst zag, dan deed je dat wat, juist omdat je die week bij ze in de fabriek was geweest. Je moet de context van je hoorders kennen, om te voorkomen dat zij op zondag een kerk binnenlopen die geïsoleerd staat van het dagelijks leven.”
Denkt u dat u in de hemel komt?
“ Er is discontinuïteit tussen het leven nu en het leven na de dood en na de wederkomst van de Here Jezus Christus. Ik kan geen foto tonen van de deur uit Openbaring 4 waardoor de troon van God is te zien. Wel beleef ik de omgang met God en met Jezus Christus als een realiteit, ook hier in mijn werkkamer als ik bid. Aan die werkelijkheid, in volkomen vorm, zal ik deelhebben. Zo stel ik me de hemel voor. Ik geloof vast en zeker dat ik daar kom - door genade.
De hel is voor mij het missen van die vreugde, het eeuwige zelfverwijt van het missen van de omgang met God, als een oordeel van God.''
De opvatting dat de hel wel bestaat maar leeg is, (volgens overlevering een uitspraak van paus Johannes XXIII) deelt hij niet. “Er is helaas een plaats van verlorenheid en die is niet leeg. Ik zou het wensen, maar dan zou ik vele plaatsen in de Bijbel moeten schrappen en dat doe ik vanzelfsprekend niet.”
“Toen ik jong was dacht ik dat de dood en het leven na de dood een schaduw op het leven nu wierp. Daarin ben ik radicaal veranderd. Als je perspectief hebt kun je het heden aan. Het onderzoek van René Diekstra naar zelfmoord onder jongeren bevestigt mij daarin. Jongeren die niet meer wilden leven hadden geen hoop, geen doorzicht.”
Van gebrek aan perspectief heeft prof. Velema niet bepaald last. Ook niet in ander opzicht. Hij houdt van reizen en in zijn antwoord op een enkel vraagje naar zijn plannen buitelen de verre oorden over elkaar: Tenerife, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Malawi. Prof. Velema staat open voor de wereld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.