*

 
dossier

Archief

Vredeskorpsen in plaats van blauwhelmen

REIN HEIJNE − 04/08/95, 00:00

De auteur is voorzitter van het Humanistisch Vredesberaad.

Maar één les uit het verleden is toch vooral dat in elke oorlog misdaden tegen de mensheid worden gepleegd en dat de waarheid meestal het allereerste slachtoffer is. Veel mensen uit de vredesbeweging hebben reeds tijdens de bewapeningswedloop erop gewezen dat (moderne) wapens eerder tot machteloosheid en verstarring leiden, dan dat ze bijdragen aan een oplossing van conflicten.

In de periode na de Tweede Wereldoorlog kunnen grofweg vier fasen in de ontwikkeling van het denken over oorlog en vrede worden onderscheiden. In de eerste fase, direct na afloop van deze oorlog, overheerste het gevoel 'dat nooit meer'. Vanuit dit gevoel ontstonden in de praktijk twee verschillende benaderingen.

In de eerste plaats een streven om oorlogen te voorkomen door ontwapening, ontwikkeling en meer mondiale samenwerking. Dit vormde in feite de basis voor de oprichting van de Verenigde Naties. De preambule van het VN-Handvest begint dan ook met de woorden: “Wij, de volken van de Verenigde Naties, zijn vastbesloten komende generaties te behoeden voor de gesel van de oorlog”. Deze woorden vormden een belangrijke inspiratie-bron voor velen in de vredesbeweging. Bij de tweede benadering werd 'dat nooit meer' vertaald in 'nooit meer München'; de mensheid moet zich wapenen tegen vijandige en agressieve regimes.

De eerste fase was dan ook van korte duur, daar de nieuwe vijand snel gevonden was: het internationale communisme. De ijstijd van de Koude Oorlog (fase twee) brak aan met alle desastreuze gevolgen vandien, gevolgen die nog steeds doorwerken tot in deze tijd:

- een meedogenloze wapenwedloop, gepaard met de wereldwijde verspreiding van veelsoortige bewapening, van geavanceerde, nuclaire wapens tot kleinschalig, conventioneel wapentuig;

- het ontstaan van militair-industriële complexen, waarbij veel kapitaal en energie onttrokken werden aan democratische en duurzame ontwikkelingen;

- een 'militarisering' van de samenleving, waardoor het ontstaan van een geweldscultuur werd bevorderd, mede onder invloed van de massa-media;

- de onderdrukking van democratische ontwikkelingen; bevrijdingsbewegingen werden, zijnde communistisch, vrijwel direct de kop ingedrukt, militaire dictaturen werden gretig ondersteund.

Euforie Na de val van de Muur, als symbool van de val van het communisme, ontstond in de derde fase een grote euforie. Daarin ging de mening overheersen dat vredesactiviteiten niet langer nodig waren. Ook was sprake van een 'nieuwe internationale orde' ten tijde van de tweede Golfoorlog. Maar vanaf die tijd is die nieuwe orde steeds verder uit het zicht verdwenen.

Kenmerk van de vierde fase is een algemeen gevoel van machteloosheid. Waarom heeft de euforie toch zo kort geduurd?

Met het wegvallen van de ideologische tegenstelling verdween ook het bindende karakter van die ideologieën. Daarnaast volgden een keiharde economische sanering en aanpassing. Deze ontwikkelingen leidden tot een uiteenvallen van samenwerkingsverbanden of op zijn minst tot een toename van spanningen daarbinnen. Interne spanningen ontlaadden zich in oorlog en geweld. Het verschijnsel burgeroorlog stak de kop op, bevorderd door de wapenspreiding en de uitgebreide, internationale wapenhandel. Er ontstond een zoektocht naar nieuwe politieke bindmiddelen, waarbij extremistische stromingen, zoals racisme, nationalisme en fundamentalisme sterk opkwamen. Autoritaire en dogmatische machthebbers, die ooit tijdens de Koude Oorlog door de beide wereldmachten werden ondersteund, kregen meer invloed.

Veenbrand Door dit alles is de politieke en militaire veiligheid uiterst complex geworden. We krijgen er haast geen greep meer op en lopen voortdurend achter de treurige feiten aan. Conflicten woeden als een veenbrand over de wereld. Dat gevoel van machteloosheid na de mensonterende gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië, Somalië, Rwanda, moet doorbroken worden. Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering en aanpak van conflicten. Ook humanitaire acties met begeleiding van militairen bevorderen de veiligheid niet en conflicten worden er niet echt mee opgelost. Ondanks de vaak bewonderenswaardige inspanning van veel militairen, blijken zij minder geschikt en onvoldoende opgeleid voor het optreden in zeer gespannen en complexe conflictsituaties, ook wanneer het uitsluitend om humanitaire interventies gaat.

Geweldloos Daarom zal gestreefd moeten worden naar de opbouw en inzet van civiele vredeskorpsen, die ondersteund worden door een daarvoor opgezette organisatie. Een organisatie die uitgaat van de systematische toepassing van geweldloze methoden en die zorgdraagt voor een gedegen opleiding. Naast een goede organisatie en een hoogwaardige opleiding zullen concepten en strategieën voor een mondiale vredesopbouw ontwikkeld moeten worden met bijzondere aandacht voor ontwikkelingssamenwerking. Want in wezen zijn een preventieve vredespolitiek en ontwikkelingssamenwerking niet van elkaar te scheiden.

Inmiddels is een aantal vredesorganisaties, verenigd in het Landelijk beraad van vredesorganisaties (LBVO), met deze opzet aan de slag gegaan in de verwachting dat daarmee een uitdagend en inspirerend perspectief geboden kan worden.

mailIcon print |